Politiek en dressuur

Het conflict herhaalt zich. Hoe moet een dictator, een regime waaronder het eigen volk lijdt en dat het Westen tot last is, ten val worden gebracht? Als zo'n dictator de eerste harde confrontaties overleeft, zijn de Europeanen van mening dat het met een politiek van uitholling ook zijn verdiensten kan hebben, terwijl de Amerikanen de harde confrontatie compromisloos willen voortzetten. In een latere periode van de Koude Oorlog is het op beide manieren geprobeerd. De Europese school – alle uitzonderingen daargelaten – ontwikkelde meer vreedzame contacten, handelsbetrekkingen, culturele uitwisselingen, enzovoort. Daardoor zou het Sovjetblok zich op den duur verder openstellen voor invloeden van het Westen, de dictatuur zou eroderen, en na verloop van tijd zouden de gevaarlijke tegenstellingen geleidelijk verdwijnen. Washington heeft het tempo van de wapenwedloop opgevoerd, tot Moskou het niet meer kon betalen en de economie dreigde te bezwijken. Star Wars was het besluit. Welke school had gelijk? Dat valt niet te zeggen. De Sovjet-Unie is bezweken onder de defensielasten en door het falen van de commando-economie, terwijl de politieke en culturele erosie het communisme afbrak. Drie oorzaken die niet van elkaar te scheiden zijn.

In het geval van Cuba is het anders gegaan. Na bijna veertig jaar Amerikaanse blokkade is Castro er nog altijd de baas. Ook de economische contacten en de intussen cohorten toeristen uit West-Europa hebben daar niets aan kunnen veranderen. Het land is de tragische ruïne van een volksdemocratie, verarmd tot op het bot. De politiek van beide scholen is mislukt, en daarvoor betaalt een machteloos volk iedere dag de rekening. Voor de Westerse ministers van Buitenlandse Zaken zou het leerzaam zijn om incognito eens een excursie van een paar weken naar Havana en omstreken te ondernemen.

Verwant aan het vraagstuk van Castro en Cuba is dat van Saddam en Irak. Al acht jaar geleden heeft de dictator zijn oorlog verloren. De coalitie onder Amerikaanse leiding zag er geen heil in naar Bagdad op te rukken en Saddam zelf af te zetten. De reden daarvan was dezelfde die de NAVO van een grondoorlog in Servië heeft doen afzien. Ook toen accepteerde de Amerikaanse kiezer geen gesneuvelden meer. In plaats daarvan werd de Iraakse oppositie gesteund, met luchtbombardementen. Dat mislukte. De oppositie werd uitgemoord. Vervolgens heeft Saddam gechicaneerd, zich aan inspecties weten te onttrekken en werkt misschien nog altijd aan zijn geheime wapens. Met grote regelmaat bombarderen Amerikanen en Britten hier of daar zijn land. Het volk betaalt al acht jaar de rekening. Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) is de kindersterfte schrikbarend. Sinds een paar weken vallen er bommen van beton, die – dat moet worden toegegeven – veel humaner zijn dan de ontploffende. De problemen met de dictator zijn niet opgelost.

Nu dient Miloševic zich aan. Hij heeft zijn nederlaag en het verlies van Kosovo overleefd. Blijkbaar heeft hij, precies als in 1996 de kracht van de oppositie goed geschat: wel veel mensen op straat, maar zonder politieke leiding. Hij heeft bij zijn reactie de publieke opinie in het Westen geen kans gegeven: er geen hemeltergende knuppelpartij van gemaakt, maar gehandeld volgens het beginsel give them rope. Hoe meer touw, hoe beter ze zichzelf kunnen ophangen. Dit kan betekenen dat er in de status quo na het einde van de bombardementen niet veel is veranderd. Die veranderingen komen nog, want over een maand begint de winter. Dan worden de effecten van de bombardementen pas goed duidelijk. In het land met zijn verwoeste industrie en infrastructuur, zonder olie, wachten het volk honger en kou.

Deze aanstaande hongerwinter heeft een functie in de politiek van het Westen, maar welke? Het conflict tussen Amerikanen en Europeanen herhaalt zich. De Europese Unie heeft een plan opgesteld om de Servische steden waar de oppositie in de meerderheid is, van brandstof en andere humanitaire hulp te voorzien. Het is de materiële beloning voor een politieke keuze. Politiek is het wel. Maar of de begunstigden het een eer zouden vinden, hun fatsoenlijke en moedige keuze door de voormalige bombardeurs als een bewijs van braafheid beloond te zien? Dat was het uitgangspunt van de EU-conferentie in Luxemburg. Een vergissing, veroorzaakt door wanbegrip. Op zo'n manier behandelt de EU de oppositie als een hond die voor zijn verstandig gedrag een halve biefstuk krijgt, bij het vooruitzicht op de hele kluif als hij zijn baas de strot afbijt. De EU heeft politiek met dressuur verward.

De Amerikaanse school denkt er anders over. Madeleine Albright is tegen deze hulp van de EU. ,,Wij zijn bezorgd over deze voorstellen, die wel humanitaire doelen kunnen dienen, maar waarvan de gevolgen kunnen zijn dat het regime van Miloševic direct of indirect wordt gesteund'', zei haar woordvoerder. In het geval van Castro en Saddam heeft het niet geholpen, en zoals het er nu uitziet, zal het in Servië niet beter gaan. Humanitair (het woord is in dit conflict onvermijdelijk) komt het dan erop neer dat het volk, pro- of anti-Miloševic, braaf of niet, in een dubbele gijzeling wordt gehouden: door het Westen en door zijn dictator. De Europese en de Amerikaanse school werken op twee manieren averechts: de oppositie wordt gecompromitteerd en vooruitzichten van het volk worden er niet beter op. Het is aan de gegijzelden zelf voorbehouden om zich te bevrijden.

De rigoureuze politiek zou nog op een andere manier een aspect van herhaling kunnen krijgen. Zoals we nu weten hebben de bombardementen veel onenigheid binnen de NAVO veroorzaakt. Een stroom van berichten over een verkommerend volk, gesteund door aangrijpende beelden, zou in Europa de publieke opinie weer in beroering brengen, maar aan `televisiepolitiek' wordt niet gedaan. Wie deze winter knuffels naar Belgrado wil sturen moet het zelf weten. Het politieke risico ligt op de Balkan. De bombardementen zijn in Bulgarije, Griekenland en ook Italië met weerzin gevolgd. Een blokkadepolitiek met Verelendung als gevolg zal de eenheid van de NAVO geen goed doen. Met Castro en Saddam weten de Amerikanen zich geen raad. De derde ongrijpbare regeert in het hart van Zuid-Europa. Hij is niet weggebombardeerd en met een politiek van dressuur lukt het ook niet. Misschien brengt de Servische hongerwinter een oplossing.