Pakistaanse premier groef zijn eigen graf

De coup in Pakistan komt niet echt onverwachts. De Pakistaanse premier, Nawaz Sharif, had zich onmogelijk gemaakt.

`De machtigste minister-president uit de geschiedenis van Pakistan', zoals Mohammed Nawaz Sharif nog niet zo lang geleden werd genoemd in zijn land, is na bijna drie jaar van politieke, economische en maatschappelijke chaos afgezet en gevangengenomen door zijn eigen leger. de kwestie-Kashmir fungeerde waarschijnlijk als laatste druppel, maar in feite is hij het slachtoffer geworden van zijn eigen machtswellust.

Een tweederde meerderheid in het parlement, behaald bij de verkiezingen van 1997, bleek voor Sharif niet genoeg om van het straatarme Pakistan een `Aziatische tijger' te maken, zoals hij zo graag zei te willen. Sharif maakte zich in een hoog tempo impopulair bij maatschappelijke groeperingen en overheidsinstituten. Zijn angst voor potentiële tegenstand, uit welke kring dan ook, leidde tot talloze ontslagen en confrontaties met de gevestigde instituten, van het paleis van de president tot en met het Hooggerechtshof, van de media tot en met het leger. ,,Pakistan leeft onder een democratische dictatuur'', zei oud-premier Benazir Bhutto nadat Sharif de gerespecteerde legerchef Jehangir Karamat een jaar geleden aan de kant had geschoven na een korte, hevige machtsstrijd.

Sinds Sharif, een steenrijke industrieel uit Lahore, zijn rivale Bhutto in 1997 verving in Islamabad stortte het ene na het andere bastion in onder zijn drang naar alleenheerschappij. Allereerst joeg hij een wet door het parlement die een einde maakte aan de bevoegdheid van de president om de regering te ontslaan. Sharif was met zijn eerste regering (1990-1993) slachtoffer geworden van dat artikel toen president Ghulam Ishaq Khan hem ontsloeg wegens machtsmisbruik en corruptie. Het schrappen van dat grondwetsartikel bleek de eerste stap op weg naar zijn val.

In december 1997 dreigde al een staatsgreep van het leger toen Sharif Pakistan in zijn diepste constitutionele crisis stortte sinds de dagen van de laatste militaire dicator, Zia-ul Haq, in de jaren tachtig. Sharif dwong president Farooq Leghari tot aftreden omdat die zich verzette tegen de wetswijziging; een dag later was het de beurt aan de president van het Hooggerechtshof, Sajjad Ali Shah, die na een maandenlange machtsstrijd met Sharif aftrad. Hoe Sharif over de Pakistaanse democratie dacht was toen al overduidelijk. Hij liet partijgenoten het Hooggerechtshof in Islamabad bestormen toen Shah het aandurfde een aantal corruptiebeschuldigingen tegen Sharif te behandelen. De rechtszaak werd gewelddadig beëindigd door medewerkers, zelfs senatoren, van Sharifs partij, de Pakistaanse Moslim Liga. Sharif installeerde een zelfgekozen president aan Constitution Avenue, zijn advocaat en familievriend Rafiq Tarar, een tot dan toe volstrekt onbekende entiteit die Sharif sinds zijn benoeming op oudjaar 1997 geen seconde in de weg stond.

De problemen in Pakistan verbreedden zich nadat India in mei 1998 een serie kernproeven hield. Onder zware druk van de bevolking, de oppositie en het leger - toen nog geleid door generaal Jehangir Karamat – sloeg Pakistan binnen twee weken terug met zes kernproeven, één meer dan India. De internationale economische sancties die volgden brachten Pakistan op de rand van de afgrond.

In eigen land raakte Sharif in de loop van 1998 steeds verder verstrikt in een web van intriges en tegenslagen. De Amerikaanse bombardementen op de vermeende terroristische kampen van de Saoedische miljonair Osama bin Laden in Afghanistan, in augustus vorig jaar, veroorzaakten een opleving van het sluimerende moslim-fundamentalisme onder invloed van de extremistische Talibaan. Sharif raakte gevangen tussen de Amerikanen, die beschikken over het financiële lot van het zwaar-lenende land, en de eigen bevolking die een openbare veroordeling eiste van de Amerikaanse agressie. Sharif zag zijn positie opnieuw in gevaar en haalde een oud paard van stal: de shari'a, de islamitische wet, zou van Pakistan een ,,bakermat van vrede en welvaart'' maken. Maar zelfs de meest extremistische moslimgroeperingen hoonden zijn grondwetswijziging weg - en daagden Sharif uit om eerst maar eens een baard te laten groeien, zoals het een devoot moslim in het conservatieve Pakistan betaamt. Sharif werd er van alle kanten van beschuldigd dat hij uit was op alleenheerschappij en het vestigen van een dictatuur; onder de shari'a zou zijn regering bepalen wat wel en niet in strijd is met de Koran; rechtbanken en het parlement zouden vrijwel buitenspel worden gezet. De wet haalde het tot op heden niet omdat Sharif niet de benodigde meerderheid bezit in de Senaat.

Sharif verlegde zijn aandacht naar andere tegenstanders in de maatschappij. Hij liet honderden leden van de oppositiepartijen oppakken bij demonstraties tegen zijn bewind in de grote steden, met name Karachi, de stad waar totale anarchie heerst en jaarlijks honderden mensen om het leven komen bij sectarische, etnische en politieke onlusten. Benazir Bhutto werd voor de rechter gebracht wegens grootschalige corruptie. Zij streek dit jaar in Londen neer. Maar Sharif was nog niet klaar. Na de oppositie was het de beurt aan andere lastposten in de maatschappij. Het afgelopen jaar pakte de politie op dringend aanraden van zijn regering journalisten en hoofdredacteuren op, begon de justitie rechtszaken tegen kritische kranten en tijdschriften en kregen mensenrechtenorganisaties plotseling problemen.

Op één vlak leek het Sharif voor de wind te gaan. Na de kernproeven van India en Pakistan deed zich aan het begin van dit jaar een onwerkelijke ontspanning voor tussen beide regeringen, die uiteindelijk in februari leidde tot het historische bezoek van de Indiase premier Vajpayee aan Lahore, Sharifs woonplaats. Vajpayee en Sharif kwamen overeen dat India en Pakistan hun geschillen over de deelstaat Kashmir op een vreedzame manier zouden oplossen.

Maar terwijl Vajpayee rondtoerde door het oude fort van Lahore, bereidden honderden activisten en militairen in Pakistaans Kashmir zich voor op infiltratie in het hooggebergte aan de Indiase kant van de demarcatielijn. De grootschalige infiltratie, die pas in mei werd ontdekt toen het Indiase leger zijn hooggelegen posities weer opzocht, leidde niet alleen tot de gevaarlijkste situatie sinds de oorlog om Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh) in 1971, maar ook tot de staatsgreep van gisteren. Nog steeds is onduidelijk hoeveel Sharif afwist van de militaire actie van het leger, die volgens Westerse defensie-specialisten nauwkeurig was gepland onder leiding van generaal Musharraf.

De Pakistaanse legerleider had vermoedelijk geen rekening gehouden met de reactie van India. Wekenlang bombardeerden gevechtsvliegtuigen de stellingen van de infiltranten. Bovendien had Musharraf vermoedelijk niet verwacht dat Pakistan door de rest van de wereld als agressor werd aangewezen in het jongste Kashmir-conflict. Weinig regeringen geloofden dat deze militaire actie wekenlang oorlogvoeren in een volstrekt ontoegankelijk berggebied kon zijn uitgevoerd door de mujahedeen, het verzet uit Kashmir zelf.

Zelfs Pakistans oude bondgenoot China weigerde de wanhopig rondreizende premier Sharif uit de brand te helpen. Deze zag geen andere mogelijkheid dan aan te kloppen bij president Clinton, zeker nadat India achter de schermen had gedreigd met een invasie in Pakistan. Clinton kondigde met Sharif aan dat de Pakistaanse regering de infiltranten zou oproepen zich uit India terug te trekken.

Sinds de vernederende knieval voor de Amerikanen en India werd in Pakistan vrijwel dagelijks gedemonstreerd tegen de `laffe' Sharif en werd voor het eerst in jaren weer openlijk gespeculeerd over een staatsgreep. Maar generaal Musharraf liet, ondanks zijn onvrede, weten dat er geen licht zat tussen de bedoelingen van het leger en de regering.

In een opmerkelijke uiting van eenheid verenigden zich na de Kashmir-crisis negentien oppositiepartijen in een Grote Democratische Alliantie (GDA). Het nieuwe blok had maar één agendapunt: verwijdering van Mohammed Nawaz Sharif als regeringsleider. ,,Pakistan glijdt af naar anarchie'', zei oud-premier Bhutto.

Dat de onrust toch ook binnen het leger voortsluimerde was duidelijk toen de Amerikaanse regering twee weken geleden plotseling een verklaring uitgaf waarin stond dat een poging tot staatsgreep in Pakistan een uiterst onverstandige ontwikkeling zou zijn.