Overleven na een gewelddadige oorlog

Politieke urgentie is een veelgedroomde maar zeldzame sensatie bij theater. Ongewild snel belanden schrijver of regisseur in pamflettisme, in het aanwijzen van een vijand en daarmee is, althans in dramatisch opzicht, de zeggingskracht gesmoord. Regisseur Frans Strijards van Art & Pro las in het Duitse theaterblad Theater Heute een toneeltekst over de oorlog in Servië en proefde de innerlijke noodzaak; hij regisseert nu Familiegeschiedenis Belgrado in het Amsterdamse Rozentheater.

De jonge schrijfster Biljana Srbljanovic (1970) hield tijdens de Navo-bombardementen in maart dit jaar een dagboek bij. Daarin schrijft ze aan het slot: `Waar kan ik van getuigen op de laatste pagina's van mijn oorlogsdagboek? Dat ik in een land van beulen leef, beulen in nette pakken, die na alles wat ze gedaan hebben hun gewone leventje weer oppakken? (-) De nachten vol bombardementen waren zwaar. Ik was bang te sterven.''

De schrijfster is dramaturge. Zij doorziet het rollenspel van beulen in `nette pakken'. Haar toneelstuk Familiegeschiedenis Belgrado kiest dat raadsel van vermomming en maskerade als uitgangspunt. Kinderen spelen in een smerige uithoek van de stad in vuilcontainers, ze leven van afval, doen alsof ze vadertje en moedertje zijn. Ondertussen manipuleren en pesten ze elkaar op onbarmhartige wijze. Ik moest aan Beckett's Eindspel denken; ook de mens levend in afvalemmers, ook de verbeten strijd van een kind tegen de ouders. De houding van de spelers is dubbelhartig, wat hun taal en gedrag schrijnend maakt. Opgegroeid als ze zijn in een dictatuur, is hen elke vorm van vertrouwen of liefde ontnomen. Met moeite herkennen we in Familiegeschiedenis de recentste oorlog van de eeuw. De snel na elkaar gemonteerde scènes en het helse, fysieke acteren waarin de strijd almaar gaat tussen een zoon en zijn verdoemde ouders doen de terreur van de oorlog vergeten. Totdat het venijn komt: een volstrekt verdwaasd meisje, dat door de zoon wordt verkracht, spreekt voor het eerst klare taal. Haar shocktoestand heeft een reden: zij wierp een granaat naar haar ouders. Op twee fronten – de zoon en dit meisje – herleidt de schrijfster de oorlog van de grote mensen tot die van rebelse jeugd tegen de heersende generatie.

Dit is een verontrustend standpunt, dat geïnspireerd lijkt op de klassieke tragedies: oorlog als een familiedrama. Strijards heeft vooral de surrealistische kracht van het stuk in groteske spelvormen gevangen. De vier acteurs gunnen noch elkaar noch de toeschouwer een seconde rust. Met de vaart van mitrailleurvuur razen de beelden voorbij. De vuilcontainer is bed, schuilplaats en woonplek tegelijkertijd. Af en toe dreunt het lawaai van het bombardement. Door de kracht van het spel is dat, wonderlijk genoeg, minder bedreigend dan de wanhopige gevechten die de personages op het toneel leveren. In een oorlog is alles geoorloofd, en de kleine mens doet daar even hard aan mee als de soldaten en generaals zelf. Familiegeschiedenis Belgrado is toneel als in een pressure cooker: keihard gemonteerd en gespeeld, elk moment dreigt de zaak te exploderen, de tekst is een aanklacht. En toch kijken we naar arme, in-trieste mensen aan de rand van een verwoeste samenleving die een zinloos gewelddadige tijd proberen te overleven.

Voorstelling: Familiegeschiedenis Belgrado van Biljana Srbljanovic door Art & Pro. Vertaling en regie: Frans Strijards.Gezien 12/10 Rozentheater, Amsterdam. Te zien t/m 30/10 aldaar. Tournee t/m 6/11. Res.: (020) 6207953.