Openbare berisping bij schending beursregels

Een overval op klaarlichte dag is gemakkelijker te bewijzen dan een schending van de beursregels. Meer regels helpen volgens beurspresident George Möller niet. De meest deskundige commissie van Nederland mag aan de slag.

De beursfondsen zijn gewaarschuwd. De tijd dat schendingen of schendinkjes van de spelregels op de effectenbeurs intern konden worden afgedaan lijkt voorbij. Wanneer nu een bedrijf via het interne netwerk alvast een tegenvallende winst aankondigt (KLM) of de winstwaarschuwing bewaart voor de halfjaarcijfers (NBM Amstelland) loopt het een risico een openlijke `veroordeling' van de commissie aan zijn broek te krijgen. In de vorm van een advies aan de beursdirectie.

Wanneer de commissie onder leiding van Cor Herkströter is ingesteld, wordt dan ook elk onderzoek van een mogelijke overtreding van het fondsenreglement openbaar? Nu lopen er, naast bijvoorbeeld KLM en NBM Amstelland, nog diverse onderzoeken waar de buitenwereld niets van weet.

Beurspresident George Möller: Nee. Wij doen bij een vermoeden van een overtreding eerst zelf onderzoek. Wanneer dan bijvoorbeeld blijkt dat iemand verkeerd is geciteerd in de krant en er evident niets aan de hand is, geven wij daar geen ruchtbaarheid aan. Pas wanneer wij een mogelijke overtreding voorleggen aan de commissie wordt het advies openbaar evenals de maatregelen die mogelijk van onze kant volgen.

Waarom geeft de beurs de bevoegdheid om een onderzoek in te stellen niet helemaal uit handen? Op die manier wordt de schijn voorkomen dat zaken intern eventjes worden geregeld terwijl de belegger van niets weet. De Amerikaanse SEC geldt in dit verband als lichtend voorbeeld.

Voor de buitenwereld lijkt de SEC misschien een almachtige instelling, maar in verhouding is dat een kleine instelling die echt niet alles zelf doet. Als effectenbeurs zijn wij wettelijk de bevoegde instantie die verantwoordelijkheid niet zomaar uit handen kan geven. Daar komt bij dat je de commissie niet met twee petten moet opzadelen: van opsporen en oordelen. Iedereen dient zijn rol te spelen in het leven. Als effectenbeurs klagen wij aan en ik denk dat er intern bij ons voldoende kritisch vermogen is om dit goed te doen. Ook de belangenbehartigers als de Vereniging Effectenbezitters en de pers zullen hierin een rol spelen.

Waarom doet de Stichting Toezicht Effectenverkeer niet een onderzoek wanneer een beursgenoteerd bedrijf mogelijk een scheve schaats heeft gereden?

De STE is in een heel ander traject werkzaam. Die informeren wij op het moment dat er mogelijk sprake is van wetsovertredingen. Hier spreken we over mogelijke schendingen van het Fondsenreglement. Die zaken kunnen beter door mensen uit de praktijk worden beoordeeld. Bij een rechter zou je stuklopen op de vraag of bepaalde informatie koersgevoelig is en naar buiten gebracht had moeten worden. Zoiets is heel moeilijk hard te maken. Om te beoordelen of iets koersgevoelig is heb je echt inzicht in de bedrijfsprocessen nodig. Door een combinatie van praktijkmensen, juristen en hoogleraren te laten oordelen, denken we verder te komen.

Speelt de komende fusie van Europese effectenbeurzen nog een rol?

Ja. We hebben gekeken naar wat bij andere beurzen in de ons omringende landen gebruikelijk is. Daar zijn veel van dergelijke instanties actief. Dat was voor ons een van de redenen om, een jaar geleden, hierover te gaan nadenken. Een andere aanleiding is de roep om transparantie: door deze commissie, volgens mij de meest deskundige en onafhankelijke raad die mogelijk is, denken we in de maatschappij de meeste acceptatie te krijgen.