Meeste overnames blijken fiasco voor aandeelhouders

Buitenlandse overnames door Nederlandse bedrijven zijn voor de aandeelhouders op wat langere termijn een mislukking. Dat blijkt uit onderzoek van vier wetenschappers van de Rotterdamse Erasmus Universiteit en de Katholieke Universiteit Brabant, waarvan de resultaten vanochtend zijn gepresenteerd op een congres over fusies en overnames.

Aanvankelijk reageert de beurskoers van de kopende ondernemingen positief op het overnamenieuws, aldus prof. H. Schenk, een van de onderzoekers. Maar na zes maanden zet de stijging niet meer door. Na anderhalf jaar is het complete voordeel verdampt, en drie jaar na de overname noteren de aandelen van de overnemers zelfs ver onder het relevante beursgemiddelde.

De onderzoekers bestudeerden de gevolgen van 87 buitenlandse overnames voor de 63 kopende Nederlandse bedrijven in de periode 1990-1995.

Het nieuwe onderzoek bevestigt eerdere uitkomsten, die erop neerkomen dat 70 procent van de fusies en overnames waarbij ten minste één grote onderneming is betrokken verspilling zijn, dat 15 procent zelfs op een faliekante mislukking uitdraait en dat maar 15 procent een succes is.

Fusies en overnames zijn in het (inter)nationale bedrijfsleven de favoriete manier om te expanderen. Het bedrijfsleven zit op dit moment middenin een fenomenale fusiegolf. Nederlandse ondernemingen stevenen dit jaar bijvoorbeeld af op een recordbedrag aan overnames van Amerikaanse ondernemingen. Tot de grote kopers behoren verzekeraar Aegon (20 miljard gulden voor Transamerica), voedingsbedrijf Numico (5,4 miljard gulden voor General Nutrition) en financieel concern Fortis (5,3 miljard gulden voor American Bankers).

In de Verenigde Staten alleen al voerden bedrijven vorig jaar voor ruim een biljoen dollar fusies en overnames uit. In Europa en de VS ging de laatste tien jaar 30 procent van de productiecapaciteit in andere handen over, aldus Schenk vanochtend.

Intense overnameactiviteit is vooral zichtbaar in bedrijfstakken als financiële dienstverlening, telecommunicatie en media en farmacie. De jongste overnamegolf is de vijfde van deze eeuw. Vorige week kondigden de telecomgiganten MCI Worldcom en en Sprint de grootste fusie aller tijden aan: waarde 236 miljard gulden.

Schenk kan het herhaald optreden van fusie- en overnameactiviteiten, gezien de negatieve resultaten, niet goed verklaren uit uit economische motieven. ,,In economische zin zijn het onzalige beslissingen.'' Vanuit de positie van de managers bekeken zijn ze strategisch wel heel zinvol.

Als de topmanagers niet meedoen met het fusie- en overnameproces riskeren zij achter te blijven bij hun concurrenten. Als zij wel meedoen en een zeperd halen zijn zij echter, in relatieve zin, niet slechter af dan de meeste concurrenten die er ook niet op vooruitgaan. Bovendien is er altijd een kans dat hún fusie of overname de succesvolle uitzondering is die de regel van mislukking bevestigt.

In tegenstelling tot een hoge beurskoers blijkt omvang juist wel een effectieve barrière tegen overnames. Ondernemers willen het liefst hun zelfstandigheid bewaren en fusies en overnames zijn daarvoor een instrument. Als de fusiegolf over zijn hoogtepunt heen is en het overnamegevaar geweken, begint vervolgens ,,het grote afstoten''. In de jaren zestig werd drie op de tien fusies en overnames weer omgedaan gemaakt, aldus Schenk. Nu kruipt de verhouding naar bijna vier op de tien en bij concerns met talrijke bedrijven zonder veel samenhang (conglomeraten) worden meer dan vijf van de tien aankopen weer afgestoten.