JEAN BARRAQUÉ

De zangeres Liliana Poli heeft Jean Barraqué heel goed gekend, de ongenaakbare, weinig gespeelde Franse serialist die altijd in de schaduw bleef van Pierre Boulez en in 1973 op 45-jarige leeftijd overleed. Poli herinnert zich hoe hij zijn tranen niet kon bedwingen bij het beluisteren van Beethovens strijkkwartetten. Niet bepaald een beeld dat je verwacht bij een ras-avantgardist. Of juist wel? Barraqué heeft dezelfde vulkanische kracht en werd door André Hodeir geprezen als het absoluut eerste genie na Beethoven.

De 45 bladzijden van de Sonate pour Piano ontwikkelen zich vanuit een ontoegankelijke dichtheid massief en complex naar een zekere lichtheid toe, steeds is er een infiltratie van stilte in de muziek die weerspannig en fragiel is, langzame delen penetreren in snelle en snelle in langzame. Herbert Henck vond oplossingen voor de te opgepropte middenliggingen, hij speelt de hels moeilijke sonate bijzonder helder, licht en lucide. Henck is de vierde pianist na Yvonne Loriod (1957), Claude Helffer (1969) en Roger Woodward (1972) die zich aan de registratie waagt. Ook zijn toelichting, die leest als een detective, is de moeite waard. Henck durfde het niet meteen aan, ging eerst te rade bij de schaarse Barraqué-kenners en vergeleek uitvoerig het manuscript met de gedrukte uitgave. Zoals niet ongebruikelijk bij dergelijke ingewikkelde muziek zijn er de nodige afwijkingen en zelfs onoplosbare problemen. Barraqué, die slecht zag, had een hekel aan correctiewerk en liet dat liever over aan zijn leerling Bill Hopkins.

Jean Barraqué: Sonate pour Piano. ECM New Series, 45