In de jaren twintig sprak men ook van een nieuwe economie

De Amerikaan Daniel Yergin is een man van de grote lijn. Hij schreef over de Koude Oorlog, de olie-industrie, Rusland, en laatstelijk over de veranderende verhouding tussen overheid en markt. Hij bedacht de term globaliteit – het wereldgevoel. Wat is dat precies? En waar gaat het met overheid en markt naar toe?

`We leven in een hogedrukpan. De huidige markteconomie is meedogenlozer dan de gemengde economie van vroeger. Kort geleden hielden we een bijeenkomst met het management van een onderneming die overal in de wereld energiecentrales bouwt. De bestuursvoorzitter zat op de eerste rij en ik zei tegen hem dat hij zich niet mocht omdraaien. Toen vroeg ik aan de zaal hoeveel mensen het gevoel hadden dat ze harder moesten werken dan tien jaar geleden. Iedereen stak zijn hand op.'

Daniel Yergin bezit de eigenschap om met aansprekende voorbeelden en in een heldere stijl grote economische veranderingen te beschrijven. Hij is in de ban van de slingerbeweging van verregaande staatsbemoeienis met de economie naar vrije markten. Toen hij hierover enkele jaren geleden praatte met politieke leiders en zakenlieden die van dichtbij hadden meegemaakt hoe deze beweging, min of meer gelijktijdig en vrijwel overal op de wereld, op gang was gekomen, bedacht hij: `Wat een ongelooflijk verhaal!'

Samen met zijn zakenpartner Joseph Stanislav schreef hij Commanding Heights. De titel was ontleend aan een uitspraak van Lenin die in 1922 zei dat de staat de `commanding heights', de controlekamer van de economie in handen moest hebben. Ze stelden er een nieuw begrip tegenover: globality. Dat woord duikt in beschrijvingen van de economie van de 21ste eeuw steeds vaker op.

Uw boek gaat over de strijd tussen de overheid en de markt die de wereld vormgeeft. Hoe verklaart u de overwinning van de markt?

,,De manier waarop economieën in het verleden georganiseerd waren, was niet verkeerd. De economische orde zoals we die de afgelopen vijftig jaar kenden, was hoofdzakelijk gebaseerd op de traumatische ervaringen van de depressie in de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog. Dat leidde tot een centrale rol voor de staat.

,,De gemengde economieën werkten heel goed in de jaren vijftig en zestig. Ze slaagden er in om de puinhopen van de oorlog en de crisis te boven te komen, de levensstandaard te verhogen en een socialezekerheidsstelsel in te voeren. Maar in de loop van de jaren zeventig verloor deze economische ordening aan kracht en begon de ideologische overeenstemming over de grondslagen van het beleid te ontrafelen. We staan nu met één been in de 21ste eeuw en de omstandigheden zijn veranderd. Wij stelden ons de vraag: waarom is het vertrouwen in markten zo toegenomen?

,,Voor de industrielanden was de verandering groter in Europa dan in de Verenigde Staten. En de omslag was nog veel groter in ontwikkelingslanden. De mensen in Latijns Amerika werden niet op een dag wakker met het idee `hé, laten we alles anders doen'. Maar ze ontdekten dat hun overheden failliet waren en dat de ideeën waarop hun economische beleid was gebaseerd niet werkten. Het was een financieel en intellectueel bankroet. We interviewden een man in India die belast was met het opstellen van vijfjarenplannen. Hij vertelde dat hij tussen de val van de Muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie ontwaakt was uit een droom van 35 jaar. Alles wat hij in zijn leven had gedaan, was verkeerd geweest en hij besefte dat hij helemaal opnieuw moest beginnen.'

Wat is er voor het vertrouwen in staatsbemoeienis als economische fundament in de plaats gekomen?

,,In de eerste plaats het vertrouwen in de markten. Ten tweede de grotere macht van de aandeelhouders. De aandeelhouders zijn niet de ouderwetse kapitalisten, maar de verzamelde pensioenstelsels van de industriële wereld. De institutionele beleggers, de pensioenfondsen hebben de macht om eisen te stellen aan de prestaties van ondernemingen. Dat vergroot de druk om resultaten te boeken.

,,Ten derde Internet. Een jaar geleden was Internet nog iets exotisch, nu is het de gewoonste zaak van de wereld. Bedrijven willen plotseling allemaal een Internetstrategie hebben. Hierdoor raken de betrekkingen tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en hun klanten nauwer geïntegreerd.

,,We hebben geprobeerd voor deze verschuivingen een ordenend begrip te bedenken. Iets wat verder gaat dan globalisering. Globalisering is een beweging die ergens naar toe gaat. We vroegen ons af: waar leidt dit toe? Met de nodige terughoudendheid hebben we toen het woord globality bedacht. Globaliteit. Dat begrip werd vervolgens door anderen overgenomen.'

Een wereldgevoel, als het ware. Wat verstaat u daaronder?

,,Het is de wereld zonder slaap van het 24-uurs, actieve, verbonden, e-mailbestaan. Een wereld waarin traditionele grenzen niet helemaal verdwijnen, maar wel vervagen. De grenzen tussen landen, ondernemingen, markten, industrieën. En zelfs de grenzen tussen werken en niet-werken. Je kunt via Internet wereldwijd winkelen, je kunt prijzen vergelijken van vliegtickets, renteswaps, elektrische turbines of boeken. We zitten nu om elf uur 's avonds enthousiast te e-mailen in plaats van dat we rustig naar bed gaan.

,,Waarop is deze globaliteit gebaseerd? Ten eerste op een mentaliteitsverandering, het vertrouwen in de werking van markten. Ten tweede op de verwevenheid van nationale economieën, zoals in Europa zichtbaar wordt met de introductie van de euro. Ten derde de veranderingen in de technologie die dit allemaal mogelijk maken. En ten slotte de macht van de institutionele aandeelhouders. Alles bij elkaar leidt dat tot een veel grotere druk om te presteren. We leven in een hogedrukpan-economie.'

En de overheden? Blijft er een rol voor ze over?

,,De voorpagina's van de kranten zullen zeker gevuld blijven met politiek nieuws. Overheden zullen niet verdwijnen, ze zullen wel van rol veranderen. De modernisering van de sociale zekerheid zal een belangrijke taak blijven, zodat mensen de vaardigheden aanleren om zich in deze nieuwe netwerkeconomie te kunnen handhaven. Vroeger hielden overheden zich bezig met industriepolitiek, die erop gericht was om de concurrentie buiten de grenzen te houden. Nu proberen overheden kleine en middelgrote ondernemingen juist aan te sporen om markten in het buitenland op te zoeken.

,,Bill Clinton hield aan het begin van zijn presidentschap een conferentie in Little Rock over de toekomst van de economie. Iedereen praatte daar over de noodzaak van een industriepolitiek en een Amerikaanse tegenhanger van het Japanse MITI. Dat was nog maar zeven jaar geleden. Nu hoor je daar niemand meer over.

,,De directe rol van overheden in de economie neemt af, staatsbedrijven worden geprivatiseerd, maar daardoor neemt het belang van goede regelgeving juist toe. Grappig genoeg vragen vooral de Europeanen ons op het ogenblik hoe je een regulerend systeem opzet.

,,Op andere terreinen zullen overheden nauwer gaan samenwerken. Of je het nu hebt over de internationale financiële instabiliteit, het milieu of het Internet, daar blijft overheidsregulering noodzakelijk.

,,In de industrielanden leggen overheden beslag op dertig tot vijftig procent van het bruto nationale product en ik denk dat die percentages niet wezenlijk zullen veranderen.'

Bent u niet bang dat veel mensen overspannen raken van de permanente druk van deze 24-uurseconomie?

,,Ja, dat vraag ik me ook af. De scheiding tussen werk en niet-werk erodeert. Werk dringt binnen in je privé-leven. Misschien komt er een terugslag, een rebellie tegen de hogedruk-economie. Alle bedrijven willen behoren tot de toptien in hun sector en alle beleggers tot de beste van hun groep. Dat is per definitie onmogelijk.

,,We zien in de Verenigde Staten steeds vaker dat mensen besluiten eruit te stappen. Geen dropouts of lieden die in de bijstand gaan. Maar een grote groep mensen heeft zoveel verdiend, dat ze kunnen zegggen: `dit is genoeg'. Ze kunnen zich een behoorlijke levensstijl permitteren zonder te werken. Het gaat om een minderheid, maar dit verschijnsel zal over een jaar of tien wijder verbreid zijn. Tenzij er iets dramatisch gebeurt op de aandelenmarkten, natuurlijk.

,,Deze ontwikkeling heeft interessante politieke gevolgen. De aandelenbeurzen krijgen de rol van politieke barometer. De populariteit van Bill Clinton onder de kiezers en de hoogte van de Dow Jones-index hangen nauw met elkaar samen. Politici in andere landen zien dat ook, ze kennen allemaal de opiniepeilingen. De stand van de effectenbeurs is maatgevend voor hun politieke lot. Misschien zijn ze daarom wel bereid om een behoedzaam begrotingsbeleid te voeren, de arbeidsmarkten te flexibiliseren en de socialezekerheidsstelsels te hervormen.'

Vormen de Verenigde Staten het voorland voor de rest van de wereld?

,,In veel opzichten zijn de VS een blessed society. We hebben geen oorlogen op ons grondgebied gehad sinds de Burgeroorlog. Er bestaat een ingebouwd optimisme in de samenleving.

,,Amerikanen kunnen makkelijker omgaan met flexibiliteit in de arbeidsmarkten omdat je hier altijd kunt verhuizen naar een ander deel van het land waar de economie meer kansen biedt. Daardoor aanvaarden we hier grotere sociale en economische risico's dan in andere landen en accepteren we grotere inkomensverschillen dan de Europese landen. Misschien erkennen we onvoldoende hoe belangrijk solidariteit en sociale rechtvaardigheid zijn.

,,Maar de Europese en Amerikaanse standpunten kruipen naar elkaar. Vorig jaar kwam de Franse premier Jospin hier op bezoek. Hij heeft zich altijd afgezet tegen het Amerikaanse ultra-kapitalisme, maar toen hij hier rondkeek, zei hij: jullie moeten toch wel iets goed doen.'

Ziet u iets in het begrip `nieuwe economie'?

,,Het is volstrekt duidelijk dat de economie van karakter veranderd is. Tien jaar geleden werd het succes van een economie nog afgemeten aan de productie van het aantal auto's. Dat gebeurt tegenwoordig niet meer. De auto is nauwelijks meer een nationaal symbool. John Brown van British Petroleum heeft laatst gezegd dat de revolutie veroorzaakt door de elektronica ingrijpender is dan die van de verbrandingsmotor.

,,Aan de andere kant geloof ik niet dat de wetten van de natuur hebben opgehouden te bestaan. Iedere drie jaar is er wel ergens een financiële crisis in de wereld. Een van de onbeantwoorde vragen van de `nieuwe economie' is de kracht van de Amerikaanse aandelenmarkt. Is het een luchtbel of is het gebaseerd op fundamenten? We weten het niet. Maar de stemming hier is optimistisch en er heeft zich een ongelooflijke welvaartsschepping voorgedaan, waarvan de effecten behoorlijk gespreid zijn.

,,In de jaren twintig sprak men ook van een `nieuwe economie'. Het wás ook een nieuwe economie, met al die nieuwe producten en technologieën die toen ontstonden. Toch kwam daarna de grote depressie.'

Denkt u dat het proces valt terug te draaien?

,,Dat is moeilijk voor te stellen. Technologische ontwikkelingen kun je niet terugdraaien, de marktintegratie zal niet stoppen. In Europa kun je de euro niet afschaffen. De vraag is of de mensen bereid zullen zijn om te blijven meespelen in dit spel. In iedere organisatie merk je dat er minder mensen zijn die meer moeten doen.'

Werkende ouders klagen dat ze langer in de file staan dan dat ze met hun kinderen bezig zijn. Moeten markteconomieën beoordeeld worden op de gevolgen voor het dagelijkse leven van mensen?

,,In ons boek noemen we een aantal criteria waarop je kunt beoordelen of markten werken. Leveren ze banen op, verhogen ze de levensstandaard, voldoen ze aan eisen van fairness, sociale rechtvaardigheid, nationale identiteit, cultuur, milieu, demografie? Daaraan zou je een criterium kunnen toevoegen, de kwaliteit van het leven.'

Als je om je heenkijkt in de wereld zie je dramatische mislukkingen van het kapitalisme. In Azië spreekt men over `vriendjeskapitalisme', in Rusland van `klepto-kapitalisme' en in veel ontwikkelingslanden is spraken van `mislukt kapitalisme'. Bent u niet veel te optimistisch over de werking van markten?

,,Laatst moest ik in New York een toespraak houden in het huis waarin de bankier J.P. Morgan had gewoond. Daar hangen foto's aan de muur van de `Paniek van 1907'. Morgan heeft toen alle grote bankiers bij zich thuis uitgenodigd en ze opgesloten totdat ze met een financiële oplossing akkoord gingen. Net zoals tegenwoordig het IMF doet. Ik wil maar zeggen: markten verkeren geregeld in crisis.

,,Als je naar Azië kijkt, is het duidelijk dat de kwaliteit van de regelgeving veel belangrijker is dan werd gedacht. Werken de regels, bestaan er transparante, neutrale instituties, dat soort vraagstukken. En wat Rusland betreft: vanaf 1996 is president Jeltsin een deel van de tragedie. Rusland had in de poging om de erfenis van vijfenzeventig jaar communisme van zich af te schudden, werkelijk leiderschap nodig en daartoe was hij duidelijk niet in staat. Het is zeer verontrustend wat daar op het ogenblik allemaal gebeurt.'

Wat verwacht u in de komende jaren?

,,Wat Azië betreft hangt het af van de diagnose. Er zijn twee opvattingen, de ene dat het hele systeem verrot is en de andere dat het om speculatieve, oververhitte economieën ging waarin zich een stormloop op de banken voordeed. Ik geloof dat het vooral om zwakheden in de financiële sector ging en die werden versterkt doordat buitenlandse investeerders over elkaar heenvielen om geld aan Azië te lenen. Het waren trouwens meer Europese dan Amerikaanse banken. Als er eenmaal een luchtbel ontstaat, wil iedereen instappen, omdat ze zien hoe anderen snel geld verdienen en ze bang zijn de boot te missen.

,,De vraag is wat er gaat gebeuren. Als Indonesië implodeert, zal dat ernstige gevolgen hebben. In China draait het om de vraag hoe het bankensysteem daar wordt aangepakt. Over Japan zijn wij wat optimistischer. Na tien jaar begint Japan zich te herstellen.'

En Rusland? Nu komen al die verhalen in de openbaarheid over kapitaalvlucht.

,,Ja, er is kapitaalvlucht, witwassen en diefstal van de nationale grondstoffen. Er heerst een mentaliteit van grijpen-wat-je-grijpen-kunt van de eigendommen van de staat. In het Westen dachten we dat de Russen ons begrepen als we het hadden over een markteconomie. Maar wat is een markt? Ze kenden dat begrip helemaal niet. Veel kapitaalvlucht wordt veroorzaakt door het belastingstelsel. Rusland heeft een orwelliaans belastingsysteem met tarieven van meer dan honderd procent. Voor een fatsoenlijke Russische ondernemer is het een nachtmerrie om in een systeem met zo'n ontmoedigingspremie zaken te doen. Westerse bedrijven beklagen zich dat in een jaar tijd het belastingsysteem vijf keer veranderd is. Dit is een dramatisch voorbeeld van falend overheidsbeleid. Misschien is het overdreven om te beweren dat Rusland verloren is. Maar het klimaat is bar slecht. Het is duidelijk dat je de afgelopen jaren beter in de Internetaanbieder America On Line had kunnen investeren dan in Rusland.'

Yergin komt terug op de druk van het economische systeem op het dagelijkse leven. De Verenigde Staten, zegt hij, kennen sinds enkele jaren de Family Leave Act. Onder bepaalde omstandigheden kan iemand vrij nemen van zijn werk om voor familieleden te zorgen.

,,Mijn broer woont in Pittsburgh en hij moest vrij nemen om voor mijn moeder te zorgen die in Californië woont. Het was niet gemakkelijk om dat voor elkaar te krijgen, maar er was de flexibiliteit om het te regelen. Een paar jaar geleden zou dat onmogelijk zijn geweest.'

Hij denkt even na. Dan zegt hij: ,,En er is natuurlijk nog iets. Niet alles in het leven kun je uitdrukken in geld. Er bestaan veel waarden buiten de economie. Soms verliezen we dat uit het oog.'