Huiszoeking vetsmelter Dronten

Een rechercheteam van de inspectie milieuhygiëne van het ministerie van VROM heeft gisteren huiszoeking gedaan bij vetrecyclelaar Beneluxvet in Dronten.

Het bedrijf wordt verdacht van het illegaal mengen van afvalparaffine door gebruikte frituurvetten die bestemd zijn als grondstof voor diervoerder.

De huiszoeking volgt ruim negen maanden nadat het vetbedrijf Codeb uit het Belgische Moeskroen aangifte deed tegen Beneluxvet bij de KDD, de controledienst van het productschap Diervoerder. Codeb ontdekte in januari hoge paraffineconcentraties in driehonderd ton afgewerkt frituurvet geleverd door Beneluxvet.

De KDD deed, volgens de Codeb-directie, weinig met de klacht. Zo werden er geen monsters genomen en moest Codeb tot eind september wachten voordat het bedrijf een reactie kreeg van het Productschap op de klacht.

Op dat moment was de inspectie milieuhygiëne al een strafrechtelijk onderzoek begonnen tegen Beneluxvet, onder meer naar aanleiding van krantenberichten over de kwestie.

Uit dat onderzoek blijkt volgens justitie dat het Dronter bedrijf meermaals partijen vet met afvalparaffine heeft aangeboden in België en Nederland, onder meer aan een bedrijf in Ridderkerk. Paraffine is een bijproduct van olieraffinage. Consumptie is niet levensbedreigend voor dieren, maar heeft wel nadelige gevolgen voor hun gezondheid. Beneluxvet bezit geen vergunning voor het verwerken van gevaarlijk afval zoals paraffine.

De administratie van Beneluxvet is gisteren in beslag genomen. Het strafrechtelijk onderzoek moet, volgens het openbaar ministerie in Zwolle, uitsluitsel geven of het afval in diervoerder terecht is gekomen. Beneluxvet zegt in een reactie niet met paraffine gewerkt te hebben. ,,Wij hebben nooit vervuild vet geleverd'', reageert directeur T. van Wijk. ,,Wat Codeb zegt is voor rekening van dat bedrijf.'' Over de transactie loopt nog een geschillenprocedure bij Nofota, de Nederlandse arbitragekamer voor eetbare oliën en vetten.

Volgens de Vlaamse krant De Financieel-Economische Tijd heeft de Belgische justitie uit Nederland informatie gekregen over een Nederlandse bankrekening van vetsmelter Verkest. Het bedrijf, dat aan de basis stond van de dioxine-affaire, zou de rekening in Breda mogelijk gebruikt hebben voor verdachte transacties. Verkest kocht veel van zijn vetten en oliën bij bedrijven in Nederland.

Vorige week bleek uit een onderzoeksrapport van de inspectie milieuhygiëne dat de werkwijze van de bedrijven risicovol is. Garanties dat gevaarlijk afval niet in veevoerder terecht komt zijn er niet. Bij één bedrijf van de 72 onderzochte bedrijven werden vaten afgewerkte motorolie naast vaten vet aangetroffen, bij andere bedrijven kon worden aangenomen dat risicomateriaal, bestemd voor de industrie, gemengd werd met vetten voor diervoeder.