Herfst in Lappi

Hoog boven ons, in het centrum van de met sterren bezaaide hemelkoepel, waaierden vanuit de `kroon' gordijnen en spiralen van wit, groen en rood licht naar alle kanten uit. Het noorderlicht! We hadden het al eerder waargenomen, maar niet met deze intensiteit en kleurenpracht. Zelfs voor de Finnen die op de boerderij in Rauhalla (`vredige plek') woonden, was het de eerste keer dat zij de kroon zo aanschouwden.

Fins Lapland (`Lappi' in het Fins) heeft de bezoeker in dit jaargetijde veel te bieden. Zodra de eerste nachtvorst de winter aankondigt, verandert het landschap in een kleurenpalet. De Finnen spreken van `ruska', de paar flamboyante weken tussen het groene en witte jaargetijde. De zomer en de winter zijn in Noord-Finland de belangrijkste seizoenen. De lente en de herfst zijn slechts korte overgangsperioden, twee klapdeurtjes tussen de hoofdvertrekken.

`Ruska' – het moet voor ons een van de gemakkelijkste woorden zijn in het aan klinkers zo rijk bedeelde Fins. De verkleuring van de bomen en struiken naar geel, rood en goud is voor de Finnen net zo'n adembenemend schouwspel als de herfsttooi van de bossen in New England voor de Amerikanen. Naar Lapland, waar de `ruska' het indrukwekkendst is, worden zelfs speciale wandelreizen georganiseerd. Ik liep een weekje mee met een groepje Nederlanders en Zwitsers met een tocht van FellTrek, over bospaadjes en plankieren, die in natte toendragebieden zijn aangelegd. Wij bleven binnen de grenzen van het nationale park Pallas-Ounastunturi, waarin verschillende wandeltochten zijn uitgezet.

Tunturi's zijn ronde kale bergen die in de IJstijd zijn gladgeschuurd. In de gemeente Enonteki, in het uiterste noordwesten van Finland, reiken tientallen tunturi's tot boven de duizend meter.

Tunturi is, met sauna, een van de weinige Finse woorden die de landsgrenzen zijn overgestoken. Tegenwoordig probeert men nog een ander woord te exporteren: `joulupukki'. Daarmee wordt de kerstman bedoeld. Volgens recente Finse middenstandsfolklore woont de joulupukki in de Lapse binnenlanden.

Vaak geven de namen van Finse dorpen iets prijs over het landschap. Olostunturi ligt natuurlijk bij een ronde berg, in tegenstelling tot Pieksmki en Kivivaara die bij een gewone berg (mki) en een begroeide berg (vaara) liggen. Aangezien de meeste plaatsen aan een meer (jrvi), rivier (joki), strand (ranta), inham (lahti), waterloop (salmi), of op een eiland (saari), landtong (niemi), of bij een waterval (koski) gelegen zijn, wemelt het in Finland van namen als Kemijrvi, Utsjoki, Lappeenranta, Lokalahti, Lisalmi, Viitasaari, Karigasniemi en Pirttikoski.

Het Finse landschap is eenvoudig van aard. De wegen doorsnijden dichte groene bossen van dennen en sparren, waartussen het wit van berkenstammen oplicht. Het woud staat als een groene muur rondom de meren die rijk zijn aan stenige eilandjes. Voorbij het moderne Rovaniemi, de `hoofdstad' van Lapland, wordt het landschap kaler en bergachtiger. Langs de weg verschijnen de eerste kraampjes met rendierhuiden, geweien, trollen van berkenhout, kleurige mutsen en houten nappen. Op het erf van de huizen staan sleeën en sneeuwscooters kriskras door elkaar. De dorpjes in Lapland hebben het karakter van pioniersplaatsen. Veel meer dan een handvol kleurige huizen, een postkantoor, een supermarkt en een benzinepomp is er meestal niet.

Boven Rauhalla laat het herfstlandschap zich in volle glorie betrappen. Het vergeelde berkenblad steekt mooi af tegen de zilverwitte stammen. Maar het wijnrood van de lijsterbes trekt de meeste aandacht. Tussen de blaadjes houdt een weelde aan bessen zich verborgen: de blauwe bosbes, de zwarte kraaiheidebes, de rode vossebes en de zwarte (oneetbare) bes van de beredruif. In tientallen stille meren wordt de wolkenlucht weerspiegeld.

Voor wie zich door het vlammende kleurenspel te sterk laat meeslepen, loert echter een gevaar. Pas op voor het Pakasaivomeer! Volgens de Lapse overlevering is dit meer voorzien van een dubbele bodem. Zoals bevroren watervlakten dubbele bodems kunnen hebben, die verhinderen dat de berijder van een door het ijs zakkende sneeuwscooter meteen reddeloos verloren is, zo zouden er ook meren met meerdere bodems bestaan. De argeloze bessenplukker, die van de hoge rotsen in het meer tuimelt, krijgt geen tweede kans: hij zal voorgoed door het gat in de bodem verdwijnen.