Golkar gokt voorlopig op Habibie

Golkar, tientallen jaren de machtigste partij van Indonesië, vecht voor haar overleven. Ze offert desnoods haar leider op, als ze straks maar mag meeregeren.

Na twee dagen en een nacht vergaderen in een Jakartaans luxe hotel besloot de partijraad van Golkar vanmorgen vroeg, aan de vooravond van het eindspel om het Indonesische presidentschap, de gok toch maar te wagen. President B.J. Habibie blijft Golkars kandidaat voor het hoogste ambt.

Kort voor het scheiden van de markt, om half drie in de ochtend, hield de partijraad echter de mogelijkheid open om dit besluit ,,in onvoorziene omstandigheden'' te herzien. De 27 provinciale afdelingen bleken vannacht diep verdeeld. Een aantal wil van geen herziening weten en steunt Habibie onverkort, maar de meeste delegaties gaven het partijbestuur een mandaat om in geval van nood anders te beslissen. Later op de dag koos Habibie generaal Wiranto, opperbevelhebber van de strijdkrachten, als kandidaat voor de post van vice-president.

Golkar, de partij die drie decennia lang de politieke machine van Soeharto's Nieuwe Orde was en na diens val, vorig jaar, haastig aanhaakte aan de hervormingstrein, worstelt met een lastig dilemma. Met nog een week te gaan voordat het Volkscongres een nieuwe president kiest, beschouwt de partijraad vervanging van zijn kandidaat als zwaktebod, ook al is president Habibie zo goed als afgebrand.

Nota bene op de dag dat de partijraad, die de kandidatuur van Habibie moest bekrachtigen of verwerpen, aan zijn vergadering begon, kondigde het openbaar ministerie aan dat het gerechtelijk onderzoek naar mogelijke corruptie door oud-president Soeharto bij gebrek aan bewijs werd gestaakt. Het kabinet van de president zegt hier niets mee van doen te hebben maar anderen reppen van een politieke blunder van Habibie. Terwijl zijn partij wil overleven in het `reformasi'-tijdperk, wekt de kandidaat de indruk dat hij zijn voorganger en voormalige mentor uit de wind houdt.

De kans dat het Volkscongres Habibies verantwoording voor zijn beleidsdaden - morgen - verwerpt, is groter geworden. Gebeurt dat, dan zijn Habibies kansen op herverkiezing verkeken en zit Golkar zonder kandidaat. In dat geval, onderstreepte vice-voorzitter Marzuki Darusman vanmorgen, gebruikt het partijbestuur zijn mandaat, lees: kan het van renpaard wisselen.

De Golkarziel wordt verscheurd door tegenstrijdige aanvechtingen: loyaliteit aan de leider, die de afgelopen anderhalf jaar als overgangspresident de kastanjes uit het vuur haalde en de partij `aan de bak' hield, en een sterke overlevingsdrang. Het tweetal dat sinds de val van Soeharto, in mei vorig jaar, aan de Golkartouwtjes trekt, is de belichaming van dit dualisme.

Voorzitter Akbar Tandjung (54) diende elf jaar als minister, tien jaar onder Soeharto en een jaar onder Habibie. Hij was op 20 mei 1998 een van de 14 bewindslieden die in een brief aan Soeharto bedankte voor het ministerschap. De volgende dag trad de president af. Tandjung bekende tegenover het weekblad Gatra dat de tranen hem over de wangen liepen toen hij de brief ondertekende. Habibie benoemde hem vervolgens tot zijn kabinetschef en Golkar koos hem tot voorzitter. Tandjung heeft zich bekeerd tot de `reformasi', democratisering van het Indonesische bestel, maar niemand heeft hem ooit betrapt op openlijke kritiek aan het adres van zijn oude patroon Soeharto.

Vice-voorzitter Marzuki Darusman is even oud als Akbar Tandjung en belandde net als hij via de studentenbeweging in de politiek. Darusman was vijftien jaar parlementslid voor Golkar, maar behoorde nooit tot de inner circle van de macht. Aan het begin van de jaren negentig trok hij de aandacht door op te komen voor landrechten van boeren en voor de burgerrechten van opposanten. In 1992 liet hij zich in een vraaggesprek ontvallen dat het hoogste doel van iedere politicus het hoogste ambt behoort te zijn. Dit werd door het tijdschrift in kwestie `vertaald' tot ,,Ik wil president worden'', en dat citaat belandde op het omslag. Soeharto las dit als rivaliteit en Golkar zette Marzuki in 1993 uit de fractie. Sindsdien heeft hij zijn sporen verdiend als vice-voorzitter van de Nationale commissie voor de rechten van de mens. In de zomer van 1998 werd hij opnieuw omhelsd door Golkar, dat naarstig zocht naar kaders met schone handen.

Marzuki Darusman en zijn medestanders binnen Golkar hebben zich tot taak gesteld om de organisatie ingrijpend te veranderen. Onder de Nieuwe Orde was Golkar de overheidsbureaucratie in een partijjasje, het dwangbuis waarin alle toegelaten massaorganisaties werden ingesnoerd. Marzuki en zijn medestanders willen dat Golkar een pragmatische, seculiere middenpartij wordt, die zich kan handhaven tussen de naar links neigende Strijdende Democratische Partij van Indonesie (PDI-P) van Megawati Soekarnoputri en het brede spectrum van islamitische partijen.

Sinds de val van Soeharto is Golkar zijn oude aanhang op het dichtbevolkte, verstedelijkte en relatief politiek bewuste Java kwijt. Dat de partij bij de verkiezingen van 7 juni met 20 procent van de stemmen nog goed was voor een tweede plaats na de PDI-P, dankt ze vooral aan kiezers in de `buitengewesten'. Niet omdat daar het programma beter aansloeg, maar omdat men daar al tientallen jaren gewend is op de regeringspartij te stemmen, daartoe aangespoord door het dorpshoofd, het districtshoofd of de regent.

Met dit regionale restant aan kiezers moet Golkar zich uit alle macht in een nieuwe regering manoeuvreren, want dat oude wervingsmechanisme is alras uitgewerkt als de partij in de oppositie moet. Het is nu - in een wat bescheidener rol - of nooit meer. En dat realiseren zich zowel Akbar Tandjung als Marzuki Darusman. Mocht Habibie op het allerlaatste moment geofferd moeten worden aan het voortbestaan van de partij, sudah.