Gemeenten mogen geen wiet telen

Het voeren van een gedoogbeleid ten aanzien van de aanvoer van softdrugs naar coffeeshops is in strijd met internationale verdragen waarbij Nederland partij is. Minister Korthals (Justitie) is dan ook niet bereid een experiment toe te staan, waarbij gemeenten zelf voor die aanvoer zouden gaan zorgen.

Hij maakte dat gisteren duidelijk in antwoord op vragen van het Tweede-Kamerlid Van de Camp (CDA). Aanleiding daartoe was een brief van de Stichting Drugsbeleid aan kabinet en Tweede Kamer, waarin wordt gewezen op het probleem dat klanten coffeeshops wel aan de voorkant met drugs mogen verlaten, maar dat de aanvoer aan de achterdeur verboden is. Dat leidt ertoe dat de criminaliteit zich ontfermt over de coffeeshops. Daarom zouden gemeenten zelf voor die aanvoer moeten gaan zorgen. De brief had de instemming van twintig burgemeesters, waarbij overigens de vier grote steden ontbraken.

Korthals wees er gisteren op dat het drugsbeleid vastligt in een aantal nota's. Hij is van plan begin volgend jaar een notitie naar de Kamer te sturen over het drugsbeleid, waarin hij de bevindingen wil verwerken van een werkgroep die onder leiding staat van de Tilburgse burgemeester Stekelenburg. In de tussentijd kan er geen sprake zijn van een gedoogbeleid, laat staan van het legaliseren van de aanvoer van softdrugs bij coffeeshops, aldus Korthals.

VVD-woordvoerder Nicolaï wees er nog eens op dat zijn fractie niet principieel of ideologisch tegen legalisering van softdrugs is, maar daar op dit moment wel tegen is op grond van internationale overwegingen. GroenLinks stelt bij monde van woordvoerster Halsema dat het gedogen goed kan onder die internationale verdragen waarbij Nederland lidstaat is. ,,Daarbij komt dat alle Europese landen inmiddels welwillend staan tegenover het Nederlandse softdrugsbeleid'', aldus Halsema, die vindt dat de twintig betrokken gemeenten bij wijze van experiment de aanvoer van softdrugs zelf zouden moeten regelen. Dat levert bovendien banen en belastinggeld op.

Ook Korthals heeft de indruk dat het buitenland steeds welwillender tegenover het Nederlandse beleid staat.