Boekhandel ziet geen bedreiging in internet

Gisteren opende in Frankfurt am Main de 51ste Buchmesse. Hongarije is het themaland.

,,Hongarije is een literaire grootmacht, maar jammer genoeg zit onze taal in een kerker'', zei Péter Esterházy gisteravond bij de opening van de 51ste Frankfurter Buchmesse. De grijsgelokte schrijver van De hulpwerkwoorden van het hart, Kleine Hongaarse pornografie hield ter gelegenheid van Schwerpunkt Ungarn een ironische feestrede, waarin hij `het laatste der nomadenvolkeren' afschilderde als een cultuur die geïsoleerd is door een niet-Indo-Europese taal en door vijftig jaar fascisme en communisme. Zelfs tien jaar na het ophalen van het IJzeren Gordijn laat de Hongaarse literatuur zich moeilijk veroveren, stelde Esterházy. ,,Daarom hebben we niet alleen boeken meegebracht, maar ook wijn.''

Anders dan Zwitserland, dat zich vorig jaar verpletterend saai presenteerde, heeft Hongarije werk gemaakt van zijn status als themaland van de grootste boekenbeurs ter wereld. Tokay zal er na de opening niet meer geschonken worden, maar de bezoeker van de inmense hal 3 van het beurscomplex kan genieten van een prachtige tentoonstelling van antiquarische boeken en van deelexposities over Hongaarse muziek, kunst en wetenschap. Bustes van beroemde Hongaren (Bartók, Semmelweis) kijken vanaf hoge boekenkasten neer en zetten het aanstaande duizendjarig bestaan van Esterházy's `natie van schrijvers en wijnboeren' luister bij.

Het jaarlijkse Schwerpunkt is de opvallendste bijzaak van de Buchmesse, die er in de eerste plaats is voor de uitgevers. Bijna 6700 standhouders zijn er deze week in Frankfurt — 150 minder dan vorig jaar, maar dat komt doordat uitgeverijen fuseren en doordat steeds meer landen met gedeelde nationale stands komen. Scheidend directeur Peter Weidhas vertelde gisteren trots dat er meer expositieruimte is gevuld (190.000 vierkante meter) en dat er meer landen vertegenwoordigd zijn (113, tegenover 105 vorig jaar). Een jaar na het bezoek van Rushdie aan de Buchmesse (nadat de regering van Iran haar steun aan de fatwa had ingetrokken) zijn ook Iraanse uitgevers weer welkom op de beurs.

Voor pessimisme is nauwelijks plaats op de Buchmesse. De opheffing van de vaste boekenprijs door de EU hangt nog steeds als een zwaard van Damocles boven het hoofd van boekhandels en uitgeverijen, maar iedereen heeft goede hoop dat er met de nieuwe Eurocommissaris voor mededinging, Mario Monti, te praten valt. En de opkomst van de elektronische media (lezen op het scherm, on line-verkopen, printing on demand) wordt niet langer als een bedreiging gezien. Twee sprekers onderstreepten gisteren dat het meest verkochte product op het internet het ouderwetse boek is, en dat bovendien de omzet daarvan nog geen half procent uitmaakt van de totale boekenverkoop in Duitsland. In haar openingstoespraak zei Petra Roth, de burgemeester van Frankfurt: ,,Film heeft het toneel niet vernietigd, plaatopnamen hebben de orkesten niet geschaad, televisie heeft de bioscoop niet overbodig gemaakt, en de nieuwe media zullen niet het einde betekenen van het boek.'' Alleen het copyright op de elektronische snelweg moet in Europees verband zo snel mogelijk worden beschermd en geharmoniseerd; anders halen de rechterhouders hun investering er nooit meer uit.

De rechten op boekuitgaven en -vertalingen worden overigens deels al via het internet verhandeld. Maar hoewel de Frankfurter Buchmesse daardoor in de eerste plaats een ontmoetingsplaats voor uitgevers is, wordt er nog steeds gehandeld. Negentigduizend nieuwe titels worden dit jaar aangeboden. Wie moet dat allemaal lezen, vroeg een Duits politicus zich een aantal jaren in een openingstoespraak af. Waarop hem werd toegevoegd: ,,Herr so und so, als u een bakkerswinkel binnenloopt en u ziet vijfduizend broodjes op de schappen, dan vraagt u toch ook niet: wie moet dat allemaal opeten?''