Big Brother is adembenemend

Big Brother is een dagelijks genot om naar te kijken en het interessantste televisieprogramma dat ik in jaren heb gezien. In de ruim drie weken dat de `reality-soap' van Veronica loopt, is er in de kwaliteitskranten echter alleen maar op gescholden. De journalisten die met hun oordeel mijn kijkgedrag gewoonlijk voor een groot deel bepalen, zijn eerst bijna gestikt van morele verontwaardiging en toen in slaap gevallen van verveling. Big Brother is vies, Big Brother is saai.

Elke dag verwacht ik dat nu toch eindelijk een recensent of een columnist het zand uit zijn ogen heeft gewreven, het gif van zijn toetsenbord heeft geblazen en eens echt goed heeft gekeken. Maar helaas. En daarom kijkt u ook niet.

Negen Nederlanders wonen honderd dagen in een grote directiekeet in Almere waar vierentwintig uur per dag televisiecamera's draaien. Alles wat ze doen en zeggen wordt vastgelegd en gemonteerd tot een half uur televisie, dat 's avonds om acht uur wordt uitgezonden. Om de paar weken nomineren de bewoners zelf de twee minst populaire lotgenoten, waarna de kijkers aan de telefoon beslissen wie het huis uitgaat. In december zijn er straks nog drie over, en op oudejaarsavond kiest Nederland wie van die drie met een kwart miljoen naar huis gaat.

Dat was het idee, in al zijn absurde eenvoud. Ik vond het even ordinair als briljant. Van de ethische discussie die losbarstte begreep ik niets. Die negen mensen gingen uit vrije wil, goed voorbereid, uitgekozen op hun stabiele persoonlijkheid en omringd door psychologen het Big-Brotherhuis in. Je zou willen dat alle mensen die op de televisie verschijnen met zoveel goede zorgen worden omringd.

Toen Big Brother begon, was ik benieuwd hoe snel het dagelijks leven van negen wildvreemden zou gaan vervelen. Eens per week op zondagavond naar de samenvatting kijken, dat leek wel genoeg. Het bleek een vergissing. Ik heb nog geen minuut van de uitzendingen gemist. Big Brother is televisie van een echtheid om ademloos naar te kijken. Big Brother, dat door een recensent `Het dieptepunt van de soap' is genoemd, is in werkelijkheid het einde van de soap.

Bij Big Brother geniet ik van de allergewoonste gedragingen die ik anders nooit zie bij niet-huisgenoten. En dan bedoel ik niet beelden uit wc of douche. Van de wc-camera is overigens nog nooit iets gebruikt, uit de douche hebben we een paar brave flarden gekregen.

Maar ik bedoel wel het brute geweld waarmee de vrouwen voor de ene wastafelspiegel hun make-up verwijderen. Alsof ze een pan staan te schuren. De manier waarop Mona de was vouwt, in krankzinnig kleine stapeltjes waarbij T-shirts in kubusjes veranderen. Ruud die zich scheert, alles onder zijn ogen inzeept en vervolgens ook zijn neus scheert.

Verder zijn er de menselijke relaties. Wat vinden die negen mensen van elkaar? Ergeren ze zich dood, worden ze verliefd, krijgen ze ruzie, gaan ze met elkaar naar bed? Van alles een beetje, tot dusverre, in negen keer negen verschillende variaties. Je moet echt helemaal niks in mensen zien, om die ontwikkelingen saai te noemen.

Al drie dagen na het begin moesten de Big-Brotherbewoners twee personen nomineren voor verwijdering. Dat deden ze privé, in het zogenaamde Dagboekkamertje, zodat de kijkers wel, maar de andere bewoners niet wisten wie wie noemde. Gelukkig was toen al duidelijk dat ook het dagelijks leven aan onze kant van de televisie ingrijpend was veranderd, en dat een goede administratie hier geboden was.

En dan de liefde. Wie Veronica alleen maar associeert met ranzigheid, weet zonder te kijken dat het hele programma om seks draait. De negen praten ook nogal eens over seks – ongeveer net zo vaak als mensen in het vrije veld. Maar ze praten ook over liefde en vriendschap, en over de verschillen tussen mannen en vrouwen.

Natuurlijk vragen alle kijkers zich af, of Bart en Sabine nog voor 1 januari met elkaar naar bed gaan, of pas daarna. En waarom zou ons dat niet bezighouden? Is dat niet de vraag waar bijna alle romans en alle films over gaan? Misschien nog boeiender is de relatie tussen de jeugdige motorliefhebber Maurice en de 39-jarige moeder Karin. Deze met veel omhelzingen gepaard gaande vriendschap levert de enige Big-Brotherbeelden op die mijn dochters shockeren. Vanwege het leeftijdverschil. Als dat maar niet uit de hand loopt.

Met Big Brother wordt televisiegeschiedenis gemaakt. Hier rijzen avond na avond vragen omtrent authenticiteit en manipulatie, vragen dus omtrent de macht van televisie, waarmee we nog jaren vooruit kunnen. De tegenstanders van Big Brother proberen mij uit het hoofd te praten dat ik naar echte mensen met echt gedrag zit te kijken. Dat zijn geen echte mensen, dat zijn marionetten van Veronica, en alles wordt van begin tot eind gemanipuleerd.

In mijn ogen zijn de acht echter dan alle presentatoren, alle nieuwslezers, alle geïnterviewden. Alleen op de allereerste dag leken ze nog hinderlijk op televisiepersoonlijkheden. Toen hadden ze natuurlijk net een selectieperiode en een soort mediatraining achter de rug, waarbij ze te veel contact met dubieuze types hadden gehad.

In de buitenwereld vliegen hen de scheldwoorden nog steeds om de oren. Journalisten die zich zogenaamd druk maken om de psychische gevaren waaraan de `slachtoffers' worden blootgesteld, laten het volgend ogenblik afdrukken dat het hier gaat om `lege hulzen' dan wel `geestelijk gehandicapten'. Maar in het Big-Brotherhuis, weten ze daar gelukkig niets van. Misschien is dat wel de grootste paradox: op het eerste gezicht wordt het leven van de bewoners geheel bepaald door de televisie, maar tegelijkertijd zijn deze mensen de enige Nederlanders die honderd dagen geen televisie zien. Die dus ook zichzelf niet zien.

Zij zijn het niet die gemanipuleerd worden. Zijn wij het dan? Natuurlijk monteert Veronica de beelden van de 24 camera's, en daarover hoor je de televisierecensenten steeds ach en wee roepen. Alsof niet elk televisieprogramma gemonteerd is, en alsof dat opeens per definitie kwaadaardig is.

Het is niet de werkelijkheid die ons wordt voorgezet. Maar ik heb niet de indruk dat we die ooit te zien krijgen. Niet in de bioscoop, niet thuis met de televisie aan, en ook niet met de televisie uit. Want als er geen regisseur meer plaatjes voor ons aan elkaar zit te plakken, dan doen we het zelf wel: onze ervaringen zo monteren dat er een verhaal ontstaat waar we iets van snappen.

Big Brother lijkt me verplichte kost voor studenten van de Filmacademie en van de Theaterschool. Voor psychologen en filosofen. En voor kijkers die weer eens wat meer van mensen willen gaan houden. Waarom zouden we het de Comédie Humaine noemen als Balzac het opschrijft, en niet als Veronica het uitzendt?

Marja Roscam Abbing is schrijfster.