Assertief Pakistan

HET WAS GISTEREN een bewogen dag voor premier Nawaz Sharif van Pakistan. Na vergeefs te hebben geprobeerd zijn chef-staf, generaal Pervez Musharraf, op dienstreis in het buitenland, de terugkeer te beletten, werd de premier zelf door Musharraf getrouwe troepen ingerekend en uit zijn ambt gezet. Pakistan, na jaren van militair bewind sinds eind jaren tachtig een wankele democratie, is weer terug bij af. Musharraf gebruikt het cliché van coupplegers overal ter wereld: hij wil de stabiliteit herstellen. Zelfs als de generaals na verloop van tijd de politiek weer tot de staatsmacht zouden willen toelaten, kunnen zij de slag die zij de democratie hebben toegebracht, niet meer goedmaken. Het leger met één hand in de dagelijkse politiek is in Pakistan een vertrouwd beeld. Die hand is nu weer eens zichtbaar geworden.

De implicaties van de coup reiken tot ver over Pakistans grenzen. Allereerst is er de vete met India die begin dit jaar weer oplaaide in een bloedige slag om Kashmir, de bufferstaat die door beide landen bij bestand is verdeeld zonder de optie op het geheel op te geven. Vorig jaar hebben beide landen kernproeven gehouden, waarbij het slechts een schrale troost is dat die experimenten technologisch weinig om het lijf bleken te hebben zo zij niet al geheel waren mislukt. Maar op het gebied van de atoombewapening gaat het altijd meer om de intenties dan om het werkelijke vermogen. Pakistans strijdkrachten zijn niet alleen promotor van het kernwapenprogramma, maar waren ook verantwoordelijk voor de winterse invasie in het hooggebergte van Kashmir – waaruit de korte, heftige oorlog voortvloeide die gemakkelijk in een groot internationaal conflict had kunnen ontaarden.

HET LEGER STAAT ook achter de fundamentalistische krachten in het naburige Afghanistan, de Talibaan, vermoedelijk vooral om op de ontwikkelingen daar greep te houden. In de oorlog tegen de Sovjet-Unie gedurende de jaren tachtig had Pakistan zich ontwikkeld tot een uitvalsbasis voor de mujahedeen die uiteindelijk, met steun van Amerika en verschillende moslimlanden, de Russen tot de aftocht dwongen. In de daarop volgende confrontatie met Iran over invloedssferen heeft Pakistan met behulp van de Talibaan ten slotte de overhand verworven. Die wil het graag behouden. De strijdkrachten achtten al deze prestigeprojecten kennelijk niet langer bij Sharif in vertrouwde handen. Een (nog) assertiever Pakistan lijkt het logische gevolg van de coup van gisteren.

Met Musharrafs staatsgreep lijdt de buitenlandse politiek van de regering-Clinton de zoveelste nederlaag. Na de weigering van de Senaat om het uitgebreide kernstopverdrag goed te keuren, komen de gebeurtenissen in Pakistan als een vernedering voor de president. Clinton had immers zware druk op Sharif uitgeoefend om een einde te maken aan het avontuur in Kashmir en hij had bovendien alles in het werk gesteld om Pakistan èn India te winnen voor toetreding tot dat kernstopverdrag. Op twee plaatsen is die strategie nu getorpedeerd, door de Republikeinen in de Senaat en door de strijdkrachten van Pakistan. Sharif gaat de geschiedenis in als slachtoffer van Amerikaanse bemoeienis.