Adam Sandler

In een reeks profielen van hedendaagse sterren deze week Adam Sandler, de komiek uit Big Daddy, die categorisch weigert op te groeien. Gehaat door de critici, maar immens populair onder Amerikaanse schooljongens.

Hij heeft de motoriek en de dictie van iemand die zojuist een lobotomie heeft ondergaan en bij wie de narcose nog niet helemaal is uitgewerkt. Zijn onderkaak hangt dommig naar beneden en zijn oogopslag doet zo weinig innerlijke activiteit vermoeden dat niemand begrijpt waarom nou juist hij topkomiek nummer 1 van Amerika is (of misschien nummer 2, om de Jim Carrey-fans niet op stang te jagen).

Adam Sandler (New York, 9 september 1966) wordt gehaat door de critici, vanaf zijn eerste optreden in het satirische MTV-programma Saturday Night Live (,,The most talentless, juvenile and offensive member of the cast'') tot aan zijn meest recente film Big Daddy (Roger Ebert: ,,Je zou hem moeten aangeven bij de kinderbescherming''). Bij Amerikaanse schooljongens, die in het karakteristieke Sandler-typetje (dertiger die categorisch weigert volwassen te worden) vooral zichzelf herkennen, is zijn ster echter nog immer rijzende en sinds zijn laatste film hebben hun vriendinnetjes zich bij hen gevoegd. ,,Oh, wat schattig'', hoor je ze verzuchten, als hij zich over een vijfjarig blaagje ontfermt en verliefd vleien ze zich tegen hun vriendje aan en vergeven hem al zijn tiet- en piesgrappen.

Sandler is de ideale ster van het televisietijdperk. Interviews met de schrijvende pers weigert hij steevast (,,Die verdraaien toch altijd mijn woorden''), programmamakers voorziet hij van pasklare soundbites. Hij is de perfecte sparring partner voor tot talkshowpresentator uitgegroeide stand up commedians als David Letterman en Jay Leno, die na elke zin veelbetekenend op een open doekje wachten. Sandler is ook zo'n moppentapper. Zijn films bestaan uit een gezellig voortkabbelende stroom grapjes, die zo weer door een andere reeks geintjes zou kunnen worden vervangen als het gehalte aan poep en kots maar constant blijft.

Elke nieuwe film gaat weer over al zijn vorige films, of ze zich nu afspelen op de middelbare school (Billy Maddison, 1995), het golfveld (Happy Gilmore, 1996) of in een football-stadion (The Waterboy, 1998). In Big Daddy zitten wéér schoolgrappen, golfgeintjes en football-lolletjes. En wordt er weer getrouwd (The Wedding Singer, 1997). De enige acteurs die in Adam Sandler-films uitblinken zijn de bijrolspelers. Punkrocker Billy Idol in The Wedding Singer, Kathy Bates in The Waterboy en een bewonderde acteur als Steve Buscemi is maar liefst vier keer tegenover Sandler te zien en steelt vier keer de show. Zo krijgt Sandler als het ettertje van de klas dat steeds de juiste vrienden weet te kiezen toch keer op keer het voordeel van de twijfel.