Politici Jakarta schermen met de volkswil

Met de val van Soeharto belandde de Indonesische politiek op straat. Na de verkiezingen wordt er weer binnenskamers onderhandeld, maar de spelers moeten zich vergewissen van de volksgunst.

`Reformasi', de slogan van de studenten die vorig jaar te hoop liepen tegen de autoritaire vaderfiguur Soeharto, is na diens val hét codewoord van de Indonesische politiek. Het staat voor een vernieuwend mengsel van democratisering, corruptiebestrijding en respect voor de mensenrechten. Al met al een abstract programma, niet een algemeen gevoel.

De overheersende politieke emotie onder de Indonesiërs laat zich aldus vertalen: we geven de volkssoevereiniteit nooit meer uit handen aan een sterke man, ook al belooft hij brood en spelen. De uitslag van de op 7 juni gehouden parlementsverkiezingen strookt wonderwel met dit gevoel. Geen enkele partij kreeg een absolute meerderheid en alle deelnemers aan de wedstrijd zijn gedwongen tot samenspel.

Soeharto kwam ten val door een combinatie van factoren: een economische crisis die niet alleen de armsten, maar ook de nog zwakke middenklasse trof, demonstrerende studenten, afzijdigheid van de strijdkrachten en het verraad van zijn vazallen. De overgangsfase die toen inging, is door de verkiezingen niet afgesloten. De Indonesiërs hebben wel nieuwe volksvertegenwoordigers gekozen, maar blijven kritisch toezien hoe zij het eraf brengen. De op 1 oktober begonnen zitting van het Volkscongres is nog niet verstoord door demonstraties – de kiezers laten de gekozenen voorlopig begaan – maar de straat kan elk moment opnieuw het woord eisen.

De leden van het Volkscongres zijn zich bewust van deze hypotheek op hun mandaat. In de newspeak van het reformasi-tijdperk duiken regelmatig de woorden `aspirasi rakyat' (verlangens van het volk) op. Televisie-interviewers vragen steevast aan afgevaardigden of wat zij doen en voorstaan wel `aspiratif' is, lees: rekening houdt met de verwachtingen van het publiek. De politici beroepen zich op hun beurt te pas en te onpas op de `volkswil'.

De winnaar van de verkiezingen op 7 juni, de Strijdende Democratische Partij van Indonesië (PDI-P), heeft die winst vooral te danken aan haar leider: Megawati, de oudste dochter van 's lands eerste president Soekarno. Ze is geliefd wegens de magische klank van haar naam en haar politieke moed in de nadagen van het Soeharto-bewind. Met haar partij is het anders gesteld. De fractie is een allegaartje van veteranen uit de nationalistische beweging, geestdriftige nieuwelingen en intellectuelen met loopbaanplannen. Een gedreven, deels zeer bekwaam, maar nogal zelfingenomen gezelschap, dat doet alsof het de volksgunst in pacht heeft.

Het kostte de PDI-P aanvankelijk moeite andere partijen voor haar voorstellen te winnen. Arrogantie, aan paranoia grenzende angst voor vuil spel en een zwak ontwikkeld talent voor lobbyen en compromissen sluiten, bezorgden de PDI-P de eerste dagen van het Volkscongres een reeks nederlagen toen het op stemmen aankwam. Dat de partij al te vaak het spookbeeld opriep van volkswoede die zou uitbarsten mocht icoon Megawati geen president worden, wekte irritatie bij de andere, die zich niet kunnen beroepen op een vergelijkbaar krediet bij de massa's.

De rivalen van de PDI-P spelen op hun beurt de islamitische kaart, in de verwachting dat dit goed valt bij de Indonesische moslims, een grote meerderheid. De belangrijkste tegenspeler van Megawati is niet president Habibie – die zit vooral zichzelf in de weg – maar prof.dr. Haji Muhammad Amien Rais. Nog niet zo lang geleden leidde hij de gezagsgetrouwe moslimbeweging Muhammadiyah, was hij actief in het door Soeharto-protégé Habibie geleide Indonesische Verbond van Moslimintellectuelen (ICMI) en waarschuwde hij in publicaties voor verwestersing en secularisering. Vorig jaar gooide hij het roer om: hij pleitte voor democratisering naar Westers voorbeeld en bereed de tijger van het studentenprotest. Rais richtte de Nationale Mandaatpartij (PAN) op, die vooral steunt op de Muhammadiyah, maar zich aandiende als een open, niet exclusief-islamitische partij. De meningen over de oprechtheid van Rais' bekering zijn verdeeld.

Ondanks haar inclusieve boodschap haalde de PAN maar 7 procent van de stemmen, wat de ambitieuze Rais naar verluidt een acute depressie bezorgde. Was hij voor de verkiezingen nog pleitbezorger van een `reformasi'-coalitie met de PDI-P, nu zoekt hij steun bij andere islamitische partijen in de zogeheten `centrale as'. In een vraaggesprek met het weekblad Tempo van deze week komt de aap uit de mouw. Rais: ,,Ik ben teleurgesteld in de PDI-P. Die partij wordt beheerst door Nazareners. Meer dan 40 procent (in werkelijkheid 32 procent, red.) van de PDI-P-zetels in het parlement wordt bezet door protestanten en katholieken.'' Een een-tweetje tussen de `centrale as' en Golkar, ooit het politieke vehikel van Soeharto, leverde Rais vorige week het voorzitterschap van het Volkscongres op. Golkar kon door steun aan een gedoodverfde hervormer – heel `aspiratif' – iets doen aan zijn imagoprobleem en verzekerde zich zo ook van `as'-stemmen bij de verkiezing van een parlementsvoorzitter. Dat werd Golkar-leider Akbar Tandjung.

Inmiddels heeft Rais naast Megawati en Habibie – nog steeds de keuze van Golkar – een derde kandidaat voor het presidentschap gelanceerd: zijn oude rivaal Abdurrahman Wahid, die sinds 1984 leiding geeft aan Indonesiës grootste moslimbeweging, Nahdlatul Ulama. Wahid, alias Gus Dur, kan qua gezag en populariteit wedijveren met Megawati, maar heeft altijd gezegd dat hij haar, nota bene een jeugdvriendin, als president wil.

Wahid was lang een tegenstander van politiek bedrijven met het geloof, maar richtte na de val van Soeharto onder druk van zijn achterban de Partij van het Nationale Ontwaken (PKB) op. Die haalde 11 procent van de stemmen en scoorde dus beter dan de PAN. Het PKB-congres steunde wegens de ondubbelzinnige verkiezingsuitslag de kandidatuur van Megawati en de partij maakt geen deel uit van de `centrale as'. Het is de vraag of het die `as' als geheel ernst is met het kandideren van Wahid, want er lopen in de aangesloten partijen nogal wat aanhangers van Habibie rond. Wellicht heeft Rais de populaire Gus Dur in stelling gebracht om PDI-P en PKB uit elkaar te spelen. Dat lukt: de PKB is intussen diep verdeeld over de keuze tussen `Mega' en Gus Dur, tussen vasthouden aan een congresbesluit en trouw aan haar geestelijke leider. Wahid heeft de kandidatuur verrassend genoeg aanvaard en zegt aan wie het maar horen wil dat hij het meent. Mogelijk is de oude vos er op zijn beurt op uit om de stemmen van de `as'-afgevaardigden weg te halen bij Habibie. De vraag is nu: wie is wie te slim af?

Megawati heeft intussen geleerd van haar beginnersfouten en roept niet langer `zonder mij de zondvloed'. Zij maakte vrijdag samen met Abdurrahman Wahid een ziarah (bedevaart) naar Blitar en Jombang, de stadjes in Oost-Java waar haar vader Soekarno en Wahids vader en grootvader – beiden invloedrijke schriftgeleerden – begraven liggen. Bij die gelegenheid zei Megawati zich te zullen schikken als de keuze van het Volkscongres op `Mas Dur' valt. En wat de 'volkswil' betreft: het laat de Indonesiërs koud of hun goeroe Wahid dan wel hun lieveling Mega president wordt, als er maar een einde komt aan de crisis.