Peper legt de lat meteen wat hoger

De bewindslieden van Paars-II verdedigen hun tweede begroting. Welke nieuwe initiatieven hebben zij genomen? Waarin verschillen zij van hun voorgangers? Deel 1 van een serie over `nieuwe bezems' op de ministeries.

,,Waar zijn m'n stukken, mannen?'' Een kleine batterij ambtenaren achter hem haast zich de documenten over de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) ordentelijk voor zijn neus te draperen. De Kamerleden zitten nog niet, maar minister Peper (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties/PvdA) heeft er zin in. Als altijd joviaal, humoresk en gedegen op de hoogte van zijn dossiers. De ambtenaren volgen bewonderend zijn rustige exposé aan de TweedeKamerleden.

Na zijn aantreden op 3 augustus vorig jaar vond er op zijn departement een ware `cultuurschok' plaats. Er kwamen ineens – voor het eerst in de geschiedenis – twee ministers, want naast Peper werd Van Boxtel (D66) benoemd tot minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid. De `buitengewoon enthousiaste' democraat moest zich een heel eigen staf gaan creëren, terwijl de rest van het leger ambtenaren sidderde voor Peper, die uit Rotterdam de reputatie meenam buitengewoon lastig te zijn; hij zou veel eisen van het apparaat en hij heeft hij het imago dat hij zelf alles beter weet.

Volgens de top van zijn departement heeft dat in het begin ,,tamelijk wat wrijving'' gegeven, temeer omdat ze de periode-Dijkstal gewend waren geweest. De saxofoon spelende liberaal was doorgaans flierefluitend op de gang te vinden. Dijkstal gaat voor de ambtenaren niet de geschiedenis in als kwelgeest. Hij vond het al gauw goed.

Peper legde – intellectueel gezien – de lat meteen wat hoger. Daar heeft de staf zeker een half jaar aan moeten wennen. Die gedrevenheid heeft – `voor Binnenlandse-Zakenbegrippen' – tot een ongekende productie geleid in één jaar. De ene nota na de andere verscheen. Een grote politienota, drie nota's over ambtenaren bij de laatste memorie van toelichting op de begroting voor 2000. ,,De druk is er vreselijk op gezet'', zegt een beleidsambtenaar. ,,Daar kwam anderzijds Van Boxtel bij, die er ook erg veel zin in heeft. Dat waren we even niet gewend.''

De ambtenaren moesten dat eerste half jaar aan Peper wennen, maar Peper ook aan zichzelf, meent zijn omgeving. Wellicht piekerend over zestien jaar burgemeesterschap zat hij volgens degenen die geregeld bij hem binnen lopen, achter zijn bureau met een gezicht van `wat doe ik hier eigenlijk?'. Grote tevredenheid en geluk viel de eerste maanden niet van zijn gelaat af te lezen. De echte ommezwaai is gekomen tijdens de `Nacht van Wiegel' over de invoering van het referendum, van 18 op 19 mei. ,,Je zag hem groeien. Hij verdedigde dat referendum met verve, terwijl het een stokpaardje van D66 was. En vanaf dat moment is het alleen maar beter gegaan. Hij heeft er absoluut zin in. Hij zit nu goed in zijn vel.''

Peper staat bekend als een `ongelooflijke lettervreter'. Hij leest álles, vlooit elke alinea door, van het kleinste briefje tot de grootste nota en hij heeft altijd iets te verbeteren of aan te vullen. Dat is niet altijd een pretje voor degene die het dan weer over mag doen, maar in alle loyaliteit: ,,Het snijdt vrijwel altijd hout.'' Complimenteus jegens zijn ambtenaren is hij overigens allesbehalve. ,,Dat komt er heel zelden en dan nog maar mondjesmaat uit.''

Volgens het Tweede-Kamerlid Schutte (GPV), senior-Kamerlid en voormalig gemeentesecretaris, was Dijkstal een man die niet bepaald het `heilige geloof' had, maar wel zijn plicht deed. Terwijl Peper zó zeer het `heilige geloof' heeft dat zijn zin voor de werkelijkheid soms lijkt te zijn geweken. ,,Zijn politieke realiteit is niet altijd geheel en al de politieke realiteit van de rest van de wereld. Er komt een moment dat hij zich dat zal realiseren.''

Door zijn grote bestuurlijke ervaring lijkt Peper veelal een voorsprong te hebben op de Tweede-Kamerleden. Hij houdt bijzonder fraaie algemene bespiegelingen, maar gevraagd naar de praktijk heeft hij nog wel eens het nakijken. Schutte: ,,Hij is vooral goed in filosofische zin.'' Dat blijkt ook uit de instelling van de Commissie-Elzinga, die zich buigt over `dualisme en lokale democratie'. Peper wordt geboeid door staatkundige veranderingen. Vorige week nog kwam hij met het plan het aantal provinciale-statenleden te reduceren. De hele affaire rond het bankieren van Zuid-Holland liep toevallig parallel.

Wat hem in die affaire vooral dwars zat, was dat hij intern de feiten zo moeilijk boven water kreeg. Politiek gezien heeft hij echter geen moment onder spanning gestaan. Het Kamerlid Van der Hoeven (CDA) had op voorhand met veel bombarie alle – ook geheime – stukken opgeëist, maar na afloop van het debat moest worden vastgesteld dat ze er niet eens naar had gevraagd.

Wat Dijkstal heel belangrijk vond, herinnert men zich op het departement niet meer. Ja, natuurlijk, de politie, maar hij bleef steken in het niet kunnen tellen van de agenten. Daar is hij z'n hele regeerperiode mee achtervolgd. Peper bracht deze zomer het gehele politieleger feilloos in beeld, zonder ook maar één pet te missen.

De man die begin jaren zestig economie, sociologie en Noors studeerde aan de Universiteit van Oslo bekommert zich nu vooral om twee grote doelen. Hij wil het Europees Kampioenschap voetbal, het EK 2000, tot een goed einde brengen en `Nederland moet veiliger worden'. De Tweede Kamer vreest, zoals vorige week bleek, dat Peper de organisatie van het EK op zijn slofjes voorbereidt, maar dat is volgens zijn ambtenaren een ,,absolute misvatting''.

De andere `topprioriteit', zoals dat in ambtelijk jargon heet, is dus het blauw op straat.

Hij heeft al een aantal malen – met gevoel voor humor – herhaald, dat hij na vier jaar aftreedt als Nederland dan niet veiliger is geworden.