Oppositie Servië `miskend' (1)

Onder de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU is gisteren verwarring ontstaan toen de belangrijkste leiders van de Servische oppositie op het laatste ogenblik afzagen van een ontmoeting in Luxemburg.

De Griekse minister Papandreou uitte felle kritiek op de manier waarop de Finse minister Halonen als fungerend EU-voorzitter de ontmoeting met de Serviërs heeft voorbereid. Volgens hem is bij de Serviërs de indruk ontstaan dat de EU-ministers hen hun mening wilden opleggen. Het Finse voorzitterschap had moeten begrijpen dat de Servische oppositieleiders wantrouwend zouden worden toen ze al voor de ontmoeting de ontwerp-conclusies te lezen kregen die de EU-ministers na het gesprek wilden publiceren.

Papandreou zei dat de ontmoeting minder officieel had moeten gebeuren. Na een gesprek hadden de EU-ministers hun conclusies kunnen meedelen. ,,De oppositieleiders zijn wel tegen president Miloševic, maar dat wil niet zeggen dat zij onze mening moeten delen'', aldus Papandreou.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Védrine, zei dat hij van de oppositionele Servische groep van 17 economen had begrepen dat zij zich ,,ongemakkelijk'' voelden omdat zij ervan verdacht worden de belangen van hun eigen land te vergeten. ,,De Servische bevolking verandert niet in een dag'', was de boodschap van de economen die op de valreep geen afvaardiging naar Luxemburg hadden gestuurd. In totaal bleven zeventien oppositieleiders bij de Luxemburgse afspraak weg, vijftien van hen verschenen wel.

Volgens de Finse minister Halonen behoort het tevoren voorleggen van conclusies tot de ,,transparantie'' van de EU. Minister Van Aartsen zei dat de EU-ministers in hun conclusies reeds bekende standpunten hadden opgenomen. In de verklaring staat dat Joegoslavië moet gaan samenwerken met het oorlogstribunaal in Den Haag. Net als zijn Britse collega Cook meende Van Aartsen dat de afwezige oppositieleiders door Miloševic onder druk zijn gezet om niet naar Luxemburg te komen.

De EU-ministers deden gistermiddag zoveel mogelijk alsof er geen probleem was en poseerden met de wèl gekomen oppositieleiders voor een groepsportret. De laatsten bepleitten een opheffing van de economische sancties tegen Servië omdat de Servische bevolking daar het slachtoffer van is. Een voorstel om het vliegverbod op Servië op te heffen kreeg door Britse, Nederlandse en Belgische tegenstand onvoldoende steun bij de EU-ministers.

Volgens minister Van Aartsen zijn de sancties al versoepeld doordat de EU-ministers gisteren het programma ,,energie voor democratie'' hebben aangenomen waarvoor Griekenland en Nederland zich sterk hebben gemaakt. Maar een woordvoerder van Europees Commissaris Patten zei dat dit programma sterk afwijkt van het oorspronkelijke plan dat onlangs binnen de EU nog stuitte op grote weerstand. De gedachte was om een voor de EU werkend agentschap op te richten dat olie zou leveren aan Servische gemeenten die de democratie respecteren.

Patten heeft dat plan overboord gezet omdat het bewind deze olie zou kunnen gebruiken. Het nu aanvaarde programma bestaat uit een proefproject om de steden Pirot en Niš 25.000 ton zware stookolie en 1500 ton diesel te leveren. Die olie wordt in kleine porties tot aan de Servische grens gebracht. Daar moeten de gemeenten de olie zelf ophalen. De EU installeert in Servië waarnemers die controleren of de olie ook in de betrokken gemeenten voor verwarming wordt gebruikt. Volgens een woordvoerder van Patten is het onmogelijk om het systeem van het proefproject op grote schaal toe te passen.