Nederland en Frankrijk: net volwassenen

De omvang van het regiment van de Republikeinse Garde, dat premier Kok gisteren op het Elysée-paleis verwelkomde, vertelde het verhaal: belangrijke gast van klein tot middelgroot land waar we serieus mee omgaan.

Zowel de president vóór de lunch als premier Jospin vóór de avondmaaltijd kozen hun woorden met zorg. 'Vreugde' bij Chirac, 'Genoegen, vriendschappelijke en broederlijke betrekkingen' uit de mond van Jospin. Geen oude jongenskrentebrood, maar wel een nieuwe toon. De moeite nemen naar elkaar te luisteren, zoeken naar overeenstemming, een werkgroep om uiteenlopende standpunten te overbruggen.

Van Nederlandse kant schrijdt het reizend staatsrecht ook voort. Op tweedaags officieel bezoek aan Frankrijk is Kok Nederland. Minister van Aartsen kwam 's avonds uit Luxemburg langsvliegen, staatssecretaris Benschop (Europese zaken) vervulde een ondersteunende rol op de achtergrond. Vandaag mocht minister van Boxtel mee kijken naar het grote stedenbeleid in Lyon. Tijdens premier Piet de Jong en zijn minister van buitenlandse zaken Luns ging dat anders toe.

Het blijft wennen, na jaren van venijnigheid en bijna-negeren, opeens het Franse beleid gemaakt te zien worden in arbeidzame samenspraak met de eigenwijze noorderbuur. Voorbij de tirades over de drugssupermarkt Amsterdam. Alleen desgevraagd zei president Chirac daarover: ,,De samenwerking tussen onze twee landen is aanzienlijk uitgebreid en verbeterd en moet nog verder gaan. Daar ben ik verheugd over''.

De vaste controles aan de noordelijke grenzen van Frankrijk zijn in feite beëindigd, maar Parijs vindt de tijd nog niet rijp ook formeel het Verdrag van Schengen integraal te gaan toepassen. Misschien aan cadeautje voor de koningin in februari. Als Nederland zijn best blijft doen. Het idee van twintig Nederlandse burgemeesters om lokale produktie-vergunningen voor nederwiet af te geven, zoals eind vorige week aangekondigd, steunt Frankrijk bij een beleid van voortgezette mentale grensbewaking.

Premier Kok gaf, in de marge van zijn officiële programma, te kennen dat hij niet gelooft in een plotselinge of recente verbetering van de betrekkingen met Frankrijk. Hij herinnerde eraan dat al in '94, kort na het aantreden van 'het eerste kabinet dat mijn naam draagt' besloten is de contacten met de continentale buurlanden aan te halen. Daartoe werd zeker ook Frankrijk gerekend.

Hij vermeldde er niet bij dat vervolgens, na de komst van Chirac in '95, jaren van korzeligheid volgden. Nederlanders reageerden fel tegen Chiracs tijdelijke hervatting van de Franse kernproeven en geestverwante Franse parlementariërs riepen op tot het boycotten van producten uit de 'narcostaat' Nederland.

Daarop besloten de zelfde hoofdrolspelers Chirac en Kok op het Elysée dat het uit moest zijn. Ambtelijke werkgroepen gingen aan de slag, op de ministeries en ambassades werden justitiële en politiële liaison-functionarissen geplaatst. De komst van de regering-Jospin in '97 heeft met stille trom een pragmatischer drugsbeleid gebracht, met als personificatie de ter zake kundige rechter Nicole Maestracci, die het interministerieel drugsbureau (MILDT) leidt.

Minstens even belangrijk is de geleidelijke groei naar een iets bescheidener en ambachtelijk meer gediversificeerde Franse diplomatie. Parijs realiseert zich dat Europa niet effectief te sturen is via alleen de veel bejubelde Frans-Duitse samenwerking, die ieder jaar nieuw leven ingeblazen moet worden. De Franse idealen en ambities van een sterker en zelfbewuster Europa zijn niet veranderd, wel de middelen waarlangs die nagestreefd worden.

Frankrijk rekent bij de hervorming van de Europese instellingen en het vormen van bijvoorbeeld Europese standpunten in de wereldhandelspolitiek graag op de grote zuidelijke buren, Italië en Spanje, plus de francofone Belgen en Luxemburgers. Maar in Saint-Malo werd graag met Tony Blair een stap naar een sterkere Europese defensie gezet. Die werd post-Kosovo in Keulen op Europees niveau vastgelegd. En Parijs schrikt er niet meer voor terug te kijken op welke onderwerpen ook met de volgende divisie Europese landen zaken te doen zijn. Daarbij sluiten het gegroeide pragmatisme in Parijs en het toegenomen Euro-realisme in Den Haag goed bij elkaar aan.

Belangrijkste testpunt voor de komende tijd is die zelfde Europese defensie-identiteit. Premier Kok noemde zich een 'Europese Atlanticus', Jospin zag zich als een 'Fransman en Europeaan, een non-Atlanticus wiens land lid is van de Navo'. Den Haag is wat huiverig dat Frankrijk eerst weer nieuwe structuren wil, en ziet liever het Nederlands-Duitse legercorps uitgroeien tot een Europees commando-centrum. Frankrijk vreest over-Atlantische reflexen aan Nederlandse kant. Het is bekend en gezegd, en nu gaat een nieuwe werkgroep van experts aan de slag om te kijken hoe ver men het eens kan worden. Het is wel degelijk nieuw: Frankrijk en Nederland gaan met elkaar om als volwassenen.