`Nazareth brandt als de moskee er komt'

Al langere tijd ruziën christenen en islamieten in Nazareth over de bouw van een moskee bij de lokale basiliek. Israel heeft nu gezegd dat de moskee mag worden gebouwd. Een potentieel explosief geschil.

Paus Johannes Paulus II zal volgend jaar maart wel een pelgrimage maken naar de Palestijnse stad Bethlehem maar de Israelische plaats Nazareth mijden als daar met instemming van Israel bij de basiliek van de Aankondiging daadwerkelijk een moskee verrijst. Een hooggeplaatste kerkelijke autoriteit in Israel heeft deze waarschuwing gisteren via de krant Ha'aretz laten horen. Eerder zeiden kerkvaders in Jeruzalem dat uit protest tegen de bouw van de moskee in het aanzicht van de basiliek de kerken op kerstmis hun deuren zouden sluiten. ,,Dat zal heel erg voor Nazareth en Israel zijn'', zei gisteren een christelijke Arabische hoofdredacteur van een krant in de stad waar Maria van de engel Gabriël de aanzegging kreeg dat ze in verwachting was van Jezus.

Israel heeft zich in dit potentieel explosieve geschil tussen de kerken en de islam aan de kant van de volgelingen van de profeet Mohammed moeten scharen. Islamitische leiders kregen namelijk van de vorige regering de toezegging dat de moskee er kon komen. Volgens Ha'aretz heeft Danny Greenberg, een raadgever voor Arabische zaken in Likud, indertijd om electorale redenen de islamitische Arabieren in Nazareth beloofd dat er op het omstreden stuk land bij de basiliek een moskee kan verrijzen. De moslims hebben reeds maanden geleden een grote tent naast de basiliek opgezet die als moskee is ingericht.

Ramez Jeraysi, de christelijke burgemeester van Nazareth, had plannen ontwikkeld om van de grond voor de basiliek een groot plein te maken waarover de paus tienduizenden pelgrims in het nieuwe millennium naar de basiliek zou kunnen leiden. De burgemeester zei onlangs in een vraaggesprek dat de gemeente Nazareth het grootste recht van de wereld heeft om dit plein aan te leggen omdat het niet om grond van de Waqf – een islamitisch bestuursorgaan - gaat maar om Israelische staatsgrond. ,,De islam heeft niets te zoeken voor de basiliek'', zei hij. Islamitische leiders zeggen het recht voor de bouw van de omstreden moskee te ontlenen aan de aanwezigheid in het omstreden gebied van het graf van een islamitische held Shihab ad-Din die in de twaalfde eeuw tijdens een veldslag tegen de Kruisvaarders sneuvelde.

Vorige week stelde de districtsrechtbank in Nazareth de burgemeester in het gelijk. De rechters besloten op grond van documentatie dat de Waqf geen aanspraken op grond voor de basiliek kan maken. Minister Shlomo Ben Ami van Openbare Veiligheid verklaarde gisteren echter tegenover Ha'aretz dat een voor het probleem Nazareth gevormde ministeriële commissie nog vóór de uitspraak van de rechtbank had besloten om de Wafq 700 van de in totaal 2000 m² grond toe te kennen om er een kleine moskee te bouwen. Volgens deze in Marokko geboren bewindsman heeft de uitspraak van de rechtbank geen invloed op het ministeriële besluit.

Misschien zou deze ministeriële commissie anders hebben gehandeld indien zij kennis had gehad van een scherpe waarschuwing die de hoofden van vier kerken op 11 september aan premier Ehud Barak hebben gestuurd. In deze brief schreef de Latijnse patriarch, Michel Sabbah, dat ,,de bouw van de de moskee niet rijmt met de bredere visie van vrede en harmonie tussen de gelovige gemeenschappen in Nazareth en een ongelukkige bron van wrijving en dispuut in de toekomst zal zijn''. Tijdens de Paasdagen kwam het in Nazareth tot felle rellen tussen christenen en moslims over de bouw van de moskee, waarbij twintig mensen werden gewond.

,,Als de moskee er komt gaat Nazareth in vlammen op'', zei de hoofdredacteur uit Nazareth gisteren. ,,Ik ken het probleem van voren en achteren'', zei hij. ,,Ik heb er geen benul van hoe Israel ongeschonden uit deze warboel kan komen.''

De hoofdredacteur was wegens zijn kennis van zaken en invloed in de Arabische sector door Israelische autoriteiten gevraagd advies uit te brengen. Deze manager van de campagne van premier Ehud Barak tijdens de algemene verkiezingen in het voorjaar wees dat verzoek beleefd af. ,,Daar wil ik mijn handen niet aan branden'', zei hij.