Kolonel vrijuit na ramp met Hercules

Een uitspraak van het Gerechtshof in Arnhem heeft de vervolging van een aantal betrokkenen bij de Hercules-ramp in Eindhoven hoogst twijfelachtig gemaakt. De militaire kamer van het Hof ziet geen reden om de ex-commandant van de vliegbasis A. Krechting aan te klagen voor de gebrekkige gang van zaken op 15 juli 1996, de dag van het ongeluk. Volgens het Hof kan de commandant zich met succes beroepen op overmacht. De ramp eiste het leven van 34 Nederlandse militairen, zeven passagiers raakten zwaar gewond.

De beslissing van het Gerechtshof en de bijbehorende overwegingen zullen vrijwel zeker gevolgen hebben voor de beslissingen die het openbaar ministerie neemt in de nog lopende zaken tegen de verkeersleider en de brandweercommandant die destijds dienst hadden. Het OM had eerder besloten dat zij zich voor de rechter moeten verantwoorden. De stichting Herculesramp van een aantal nabestaanden vroeg in een beroepsprocedure ook vervolging van de commandant van de basis, Krechting. De zaak tegen hem was eerder al op lager niveau geseponeerd.

Veel van de fouten die drie jaar geleden op de basis zijn gemaakt, kunnen volgens het Hof niet worden toegerekend aan personen omdat ze voortvloeien uit de organisatie. Justitie vindt dat de rechters ,,zich hiermee dusdanig over het geheel hebben uitgelaten'' dat een grondige bestudering van het vonnis nodig is. ,,Het is geen automatisme dat de vervolging tegen de twee anderen nu wordt doorgezet'', zegt de persofficier. Voorzitter A. Kempen van de stichting Herculesramp zegt namens de nabestaanden ,,teleurgesteld te zijn dat dadelijk niemand verantwoordelijk wordt gesteld''.

Het Hercules-vliegtuig van de Belgische luchtmacht vervoerde het fanfarekorps uit Vught. Nadat het vliegtuig was neergestort, waren alle inzittenden nog in leven. Ze zaten opgesloten in het wrak. De brand en de vrijkomende giftige gassen hadden de dood van 37 inzittenden tot gevolg.