Kernstopverdrag gaat ten koste van veiligheid

De VS moeten het kernstopverdrag niet ondertekenen, omdat zij anders hun wapens niet meer kunnen testen, vindt Jon Kyl. Kernproeven zijn de beste afschrikking.

De regering Clinton en haar medestanders in de Senaat prijzen het voorliggende Verdrag over een Algemeen Verbod op Kernproeven (Comprehensive Test Ban Treaty, CTBT) aan als een stap op weg naar een kernwapenvrije wereld. Maar wie verder kijkt dan de verkooppraat, beseft al gauw dat dit verdrag niet voldoet aan het eerste criterium van de wapenbeheersing: onze veiligheid gaat er niet op vooruit.

Ons wordt verteld dat een kernstopverdrag zal voorkomen dat landen zich kernwapens verschaffen. Maar de landen die ons het meest direct bedreigen (Noord-Korea, Iran en Irak) hebben het Non-proliferatieverdrag van 1968 al geschonden door kernbewapening na te streven. Willen de voorstanders van een kernstopverdrag ons doen geloven dat op grond van het CTBT landen niet de wapens gaan testen waarvan ze eerder al hadden beloofd ze niet te zullen ontwikkelen?

Als een land toch kernproeven wil houden, kan het dat doen zonder dat we het merken. Lichte explosies kunnen voor bommenbouwers nut hebben maar zijn niet met zekerheid te registreren. Zwaardere proeven kan men dempen door de bom in een ondergrondse holte te plaatsen of de proef te maskeren met een conventionele mijnbouwexplosie. Om de naleving van het verdrag te verifiëren zijn we aangewezen op openlijke schendingen of op de goede wil (lees: het toestaan van inspecties) bij landen die iets te verbergen hebben.

Het verbieden van tests en het verspreiden van kernwapens zijn twee verschillende zaken. Een eigenschap van kernwapens is dat een eenvoudige maar strategisch niet onbelangrijke bom helemaal niet hoeft te worden getest. Amerika heeft een eind aan de Tweede Wereldoorlog gemaakt met een bom die nooit getest was. Jarenlang hebben we onze internationale betrekkingen behartigd in de veronderstelling dat Israël en Noord-Korea over kernwapens beschikken, al staat nog altijd niet vast dat ze hun bom ooit hebben getest.

Waar het onze tegenstanders betreft, doet het kernstopverdrag ons geen goed. Waar het onze eigen afschrikkingsmacht betreft, brengt het reële schade toe. Senator Byron Dorgan houdt staande dat het verdrag ,,de VS toestaat een veilige en betrouwbare nucleaire afschrikking te handhaven''. Maar een absoluut en permanent verbod op alle proeven met kernwapens, ook lichte, ondergrondse tests, berooft ons van het enige beproefde, feilloze middel dat we hebben om vast te stellen of onze wapens het doen, of ze een veiligheidsrisico scheppen en of een remedie al dan niet een kwaal heeft verholpen.

We moeten zeker weten dat onze wapens functioneren. Ook onze tegenstanders moeten dat weten, willen zij zich laten afschrikken. Ondanks al ons technisch kunnen zijn bij een derde van alle nieuw ontworpen wapens sinds 1958 kernproeven nodig geweest om mankementen te verhelpen. In een rapport aan het Congres tekende president Bush in januari 1993 aan: ,,Voor ongeveer een derde van alle nieuwe kernwapens die sinds 1958 in gebruik zijn genomen, geldt dat er achteraf proeven nodig waren om problemen op te lossen die na stationering waren opgetreden.''

In plaats van kernproeven stelt de regering een reeks onderzoeksprojecten voor onder de naam Stockpile Stewardship Program (Voorraad-Beheers Programma), waarbij via computerberekeningen op basis van bestaande testgegevens veranderingen in de veiligheid en betrouwbaarheid van onze wapens kunnen worden voorspeld. Dit programma wordt wellicht ooit een nuttig diagnostisch instrument. Maar volgens ingewijden zal het pas over tien jaar uitontwikkeld zijn. En dan nog verschaft het niet dezelfde mate van zekerheid als proefnemingen. (Mijn garagehouder mag bij het repareren van mijn auto zoveel computers gebruiken als hij wil, als hij er maar een proefrit mee maakt voordat hij me de sleutels teruggeeft!)

De Verenigde Staten zullen wellicht nooit kunnen verhinderen dat Noord-Korea, Irak, Iran of welk ander land ook zich kernwapens verschaft. Maar onze eigen nucleaire afschrikking is al sinds vijftig jaar een bron van veiligheid en stabiliteit. Wat de veiligheid in de omgang met kernwapens betreft is onze staat van dienst smetteloos. Onze nucleaire paraplu verschaft onze bondgenoten zekerheid en voorkomt dat zij zich zelf kernwapens verschaffen. Het enige zekere gevolg van dit verdrag is dat de onzekerheid omtrent onze wapens zal toenemen – bij onze bondgenoten, onze vijanden en onze eigen politieke leiders. Wat men ook van kernwapens vindt, niemand zal betwisten dat onzekerheid erover alleen maar destabiliserend kan werken.

De gebreken van dit kernstopverdrag zijn even duidelijk als onvermijdelijk: het CTBT zal niet verhinderen dat kernwapens in verkeerde handen vallen. Het zal ons niet in staat stellen te verifiëren of bepaalde landen ze beproeven. En het zal het vertrouwen in onze eigen afschrikkingsmacht geleidelijk doen afkalven. Kortom, onze veiligheid gaat er niet op vooruit. En dus moet de Senaat het CTBT verwerpen.

Jon Kyl is Republikeins senator voor Arizona en lid van de vaste commissie voor inlichtingenzaken.

©LAT-WP Newsservice