Jaarringen

Mijn busje staat bij de Creuse, en ik zit een appel te eten aan de oude wasplaats van het dorp Chitray. De stenen zijn warm van de oktoberzon, een eekhoorn jaagt de noten uit de bomen, de rivier kolkt. De bron klatert nog steeds in het lege bassin, maar de schimmen van de vrouwen die hier eeuwenlang lachten en roddelden zijn vervaagd, net zoals op de wasplaatsen van al die andere Franse dorpjes.

Mijn broer woont hier in de buurt, in een dorp met zo'n 100 inwoners. In 1900 leefden er nog 1400 mensen, de meesten in grote armoede. De mannen werkten 's zomers als metselaar in Parijs, en toen ze er, dankzij de komst van het beton, 's winters konden doorwerken, lieten ze hun gezinnen overkomen. Dat was de eerste emigratiegolf. Na de oorlog kwam de tweede emigratiegolf, toen Renault en andere grote fabrieken duizenden arbeiders trokken. Nu wonen er enkel nog gepensioneerden. ,,Zo nu en dan koopt iemand uit Parijs een huis, maar de meesten leggen na een paar jaar alweer het loodje.''

Hij liet me de afgezaagde stam zien van een boom die midden op een voormalig pad groeide, tussen de voormalige akkers en de voormalige groentetuinen. ,,Ik heb de jaarringen geteld'', zei hij. ,,Deze boom is rond 1950 opgeschoten. Dat betekent dat het rond die tijd niet meer de moeite waard was om dit pad schoon te houden. De uittocht moet toen zo ongeveer zijn voltooid.''

Vanaf die tijd begon het Grote Groeien. Alles werd overdekt met bos. ,,Twintig jaar geleden leefden de oude mensen nog, die de beelden meedroegen van het vroegere landschap. Nu is zelfs de herinnering voorbij.''