Heaven's Prisoners

Er zijn twee manieren om een film te beginnen. Ofwel je komt zachtjes aanvliegen over een berglandschap, een honkbalveld, een stad en je weet meteen waar je bent: een groot universum dat we even binnentreden, in het leven van onze kleine held. Of je begint in de bedompte benauwing van een biechthokje. `Vader vergeef mij' en natuurlijk worden al je zondige gedachten, overspelige handelingen, verslavingen, manies, wanen en misdrijven vergeven. Met die veilige zekerheid gaat onze hoofdpersoon dan vervolgens de wijde wereld in. Om in zijn oude fouten te vervallen of een hoop goed te doen. Vanzelfsprekend zijn er ook films die anders beginnen, maar die zijn a.) niet in Hollywood gemaakt en hebben b.) niet de pretentie een soort Elckerlyc te zijn.

Films die niet kunnen kiezen moet je al op voorhand wantrouwen. En dat is precies waarom je al vanaf de eerste minuten weet dat het met Heaven's Prisoners (Phil Joanou, 1996) nooit wat zal worden. Zoef, we scheren over de Mississippi-delta, oef broeinest van misdaad, voodoo en seksuele intriges. En ondertussen horen we Alec Baldwin een priester beloven dat hij nooit meer zal drinken.

Daarna gaat alles fout. Niet alleen mét de film, maar ook in de film. Er stort een vliegtuig neer en visser-geworden-politieman Baldwin redt een meisje uit het gezonken wrak. En alsof dat nog niet genoeg trauma is voor 90 minuten, besluiten hij en zijn mooie echtgenote Kelly Lynch het kind te houden. Maar ja dan waren er ook nog die gewelddadige drugshandelaars, illegalensmokkelaars, lokale mafiabazen, corrupte politieagenten, rancuneuze barmannen, verlopen stripteasedanseressen en geesten uit het verleden. Want naarmate de spanning stijgt, grijnst Koning Alcohol Baldwin veelbetekenender toe.

Baldwin doet waar hij goed in is: hij raakt aan lager wal en krabbelt weer op. Net als in het verhaaltje dat aan Heaven's Prisoners voorafgaat. Het verval staat hem goed.

Heaven's Prisoners (Phil Joanou, 1996, VS). Veronica, 20.30-22.55u., onderbroken door reclame.