Extra belasting voor goede doel?

Goede doelen-organisaties beschikken over een aanzienlijk eigen vermogen. Voor dat vermogen bestaat een gunstig fiscaal regime. De vraag is: hoe lang nog?

De fiscus zal de fondsenwervende goede doelen-organisaties extra gaan belasten als die instellingen niet een deel van hun eigen vermogen inzetten voor het goede doel waarvoor ze zijn opgericht.

Dat is de verwachting van Theo Schuyt, onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en beoogd hoogleraar filantropie. ,,De fondsenwervende instellingen genieten een gunstig fiscaal regime, niet om het geld dat ze binnen krijgen op te potten maar om het geld uit te geven aan het goede doel.''

Vorige week werd bekend dat binnen de branche van fondsenwervende instellingen bezorgdheid ontstaat over het eigen vermogen van fondsenwervers. Dat vermogen is in veel gevallen de afgelopen jaren flink gegroeid dank zij onder meer legaten en het gunstige beursklimaat. Sommige fondsen, waaronder de Dierenbescherming en het Leger des Heils, zijn nu uit zichzelf hun vermogen aan het inkrimpen. Het Leger der Heils heeft een vrij beschikbaar vermogen van 110 miljoen gulden. De Vereniging Natuurmonumenten is met een eigen vermogen van 354 miljoen gulden de rijkste fondsenwerver.

Schuyt verwacht dat de fiscus de groei van het eigen vermogen aan banden zal leggen. Hij verwijst daarbij naar de Verenigde Staten. Daar verliezen fondsenwervende instellingen hun bijzondere positie bij de belastingdienst als ze jaarlijks minder dan vijf procent van hun vermogen spenderen aan het goede doel.

Schuyt verwacht dat ook de Nederlandse fiscus een dergelijk regime zal gaan invoeren. Goede doelen-instellingen hebben nu nog een bepaalde belastingvrijstelling, ongeacht de hoogte van hun vermogen. De vrijstelling is bedoeld om de goede doelen te ondersteunen.

Schuyt constateert reeds een toenemende belangstelling van de fiscus voor de geld wervende goede doelen-instellingen. De belastingdienst heeft volgens hem onlangs een eerste verkennend gesprek gehad met de fondsen.

De omvang van het eigen vermogen is een gevoelig onderwerp voor fondsenwervers, niet alleen wat de fiscus betreft, ook wat de donateurs betreft. Want waarom zou het publiek nog langer iets aan een goed doel geven als de organisatie in kwestie al vele miljoenen guldens ongebruikt op de bank en de beurs heeft staan?

De brache-organisatie VFI (Vereniging van Fondsenwervende Instellingen) onderkent het probleem, zo bevestigt haar voorzitter Klaas van de Poll. De VFI gaat volgens Van de Poll bekijken of de hoogte van het eigen vermogen van fondsenwervers ,,niet aan bepaalde criteria'' gebonden moet worden.

Van de Poll verwacht dat de te ontwikkelen criteria voor het eigen vermogen zullen worden opgenomen in de gedragscode die de branche heeft ontwikkeld, of in het keurmerk voor fondsenwervers van het CBF (Centraal Bureau Fondsenwerving).

Hij meent overigens dat goede publieksvoorlichting over het vermogen van goede doelen-organisaties veel problemen kan voorkomen. ,,Het lijkt tegenstrijdig dat goede doelen met een groot eigen vermogen geld inzamelen onder het publiek'', aldus Van de Poll. ,,Dat lijkt zo, maar dat hoeft niet zo te zijn.'' Want de continuïteit van de instelling en de doelen waarvoor de instelling geld inzamelt is volgens Van de Poll gediend bij voldoende eigen vermogen. En daar zal het grote publiek alle begrip voor hebben. Zaak is dan wel dat de fondsen openheid van zaken geven, aldus Van de Poll. Fondsen gaan volgens de VFI-voorzitter nu nog ,,weleens wat omzichtig om met de presentatie van hun vermogen''. Dat is ,,wel begrijpelijk, maar niet consequent en misschien ook niet verstandig''.