Einde fietsstraat

Trots was de groene Utrechtse wethouder Van der Steenhoven toen hij het verkeerstechnische ei van Columbus meende te hebben gevonden: de fietsstraat.

Na ingrijpende verbouwing van de straat tegen niet geringe kosten was het zover: in november 1996 werd de eerste fietsstraat geopend, 350 problematische meters Burgemeester Reigerstraat. De weg was in tweeën gesplitst en van een onneembare middenberm voorzien. Fietsers die dagelijks massaal deze weg gebruiken om vanuit het centrum naar het universiteitscomplex De Uithof en terug te fietsen, hadden hier voortaan voorrang. De weghelften waren zo smal gemaakt dat inhalen onmogelijk werd.

Op zichzelf was het terecht dat er iets aan dit levensgevaarlijke deel van de Uithofroute werd gedaan. Fietsers, rijdende en geparkeerde auto's, scootertjes en zware bussen vochten er jarenlang, met gevaar voor eigen en andermans leven, om voorrang. Het mooiste zou zijn om van de straat uitsluitend een fietspad te maken, maar daarvoor was de Burgemeester Reigerstraat een te belangrijke doorgangsroute. Bovendien hadden de stadsbussen geen alternatief. Een fietsstraat dus.

Maar al snel bewees de fietsstraat dat de maakbaarheid van het wegverkeer haar grenzen kent, zeker als het gaat om gemengd wegverkeer. Automobilisten bleven hardnekkig proberen fietsers te passeren, lossende vrachtwagens veroorzaakten minifiles en auto's die wel keurig achter een traag dametje bleven werden links en rechts ingehaald door ongeduldige, al dan niet gemotoriseerde tweewielers, die daartoe desnoods uitweken naar de stoep.

Van der Steenhoven geloofde aanvankelijk nog dat het een kwestie van wennen was. Hij gooide er een stevige publiciteitscampagne tegenaan en met een paar cosmetische maatregelen werden de ergste problemen opgelost. Zo moesten een kleine verbreding van de parkeerplaatsen en een iets andere insteek voor de auto's voorkomen dat de bussen voortdurend buitenspiegels aan diggelen reden.

Maar de belangrijkste wijziging vond plaats bij de middenberm. Aanvankelijk was die hoekig als een gewone stoeprand, geen wiel kwam er overheen. Om bussen de gelegenheid te geven toch iets uit te wijken werden de randen afgeschuind. Een operatie die onvermijdelijk voor overlast zorgde en opnieuw het nodige van de gemeentelijke middelen vergde.

Dat opende echter ook perspectieven voor andere haastige verkeersdeelnemers. Automobilisten maakten van de gelegenheid gebruik om fietsers voorbij te razen zonder hun snelheid te hoeven verminderen. En veel fietsers gingen op hun beurt de middenberm, die niet langer betegeld was maar glad geasfalteerd, als een derde rijbaan beschouwen.

Borden bij het begin van de fietsstraat, waarop automobilisten tot traagheid werden gemaand en fietsers werden opgeroepen om toch vooral midden op de rijbaan te gaan fietsen, hadden geen enkel resultaat. Sterker nog, juist door die schuine middenberm werd de woede van automobilisten alleen maar groter, omdat sommige fietsers zo kinderachtig bleken te zijn geen centimeter te willen wijken.

Een paar weken geleden is de fietsstraat opgeheven. De middenberm is verdwenen. Stippellijnen aan weerszijden van de weg suggereren fietspaden en hebben de resterende strook voor auto's zo smal gemaakt dat er geen twee naast elkaar passen. Maar omdat het tweerichtingsverkeer gehandhaafd is, in verband met de busroute en onder druk van de winkeliers, moeten auto's uitwijken naar het fietspad als er tegenliggers aankomen.

Het realisme is teruggekeerd in de Burgemeester Reigerstraat. De struggle for life viert opnieuw hoogtij. Het verkeer is een jungle, lijkt men te denken, laten we dat dan ook toegeven. Met een enkele regulerende drempel wordt nog geprobeerd om auto's enige voorzichtigheid op te leggen. Eigenlijk zijn ook die drempels overbodig – aan het begin van de straat wordt iedereen door een verkeersbord bevolen niet harder te rijden dan 30 km/u.