Beste nummer zes miljard,

Vandaag wordt het feit dat de zes miljardste wereldburger het levenslicht ziet, symbolisch gevierd. Meir Shalev meent dat de wereld waarin hij of zij terechtkomt allerminst het paradijs is waarin 5760 jaar geleden de eerste mens belandde. In een persoonlijke gelukswens onderstreept hij dat de zesmiljardste mens als dolfijn veel gelukkiger zou zijn geworden.

Hoe ik ook over je nadenk en me je voor de geest probeer te halen, ik zie niets. Alleen negen nullen en één feestelijke zes. Geen gezicht, geen blik, geen aanraking, geen woord. Alleen dat epitheton, de naam die je al gegeven werd voor je geboorte: `de zesmiljardste wereldburger'.

Wees niet beledigd, maar als we mensen aanduiden met getallen – een gebruik dat beter vermeden kan worden – dan zijn er voor mij maar twee van betekenis: de eerste mens en de laatste mens. Met zijn allen wemelen wij ergens tussen die twee, tussen de alfa en de omega van de mensheid. Jij, ik, en ook de 5.999.999.999ste en de 6.000.000.001ste wereldburger, die natuurlijk erg boos op je zijn.

De eerste mens werd volgens het joodse geloof 5760 jaar geleden geschapen. Anders dan jij en ik leefde hij in het paradijs. Anders dan jij en ik woonde hij in een wereld zonder mensen.

In een tijd die wij ons niet kunnen indenken zal ook de laatste mens, anders dan jij en ik, wonen in een wereld zonder mensen. Maar in tegenstelling tot de eerste zal hij in een hel leven.

Jij, beste zesmiljardste, bent uit heel ander hout gesneden. Man of vrouw, wit of geel, Ethiopiër of Australiër, boeddhist of atheïst, je bent de eerste noch de laatste. Ergens in de nabije toekomst wachten tien hokjes tot ze door jou zullen worden ingevuld met van tevoren bekende cijfers. Je bent een statistisch verschijnsel. Een product van het decimale stelsel. Een onvermijdelijk schepsel van de moderne communicatie. Een oefening in pr. Kortom, beste zesmiljardste, laat je niet van de wijs brengen door de aandacht en de goede bedoelingen van dit boek. Houd het hoofd recht, weiger een gimmick te zijn.

Ik wil je ontdoen van de benaming die je hebt gekregen, me onthouden van gissingen en mijn hoop uitspreken. Dezelfde hoop koester ik voor elke andere jongen en ieder ander meisje die in mijn tijd ter wereld zullen komen.

Ik hoop dat je vredelievend en tolerant zult worden.

Ik hoop dat je zult opgroeien tot een weldenkend en ontwikkeld mens.

Ik hoop dat je je medemens niet zult aandoen wat jezelf niet wilt worden aangedaan.

Ik hoop dat je goede redenen zult hebben om te lachen.

Ik hoop dat je iemand zult hebben om van te houden.

Ik hoop dat je geen religieus of politiek extremisme zult aanhangen.

Ik hoop dat je een dak boven je hoofd en te eten zult hebben.

Ik hoop dat je schoon water zult kunnen drinken en schone lucht zult kunnen inademen.

Ik hoop dat je iets zult bijdragen aan de kennis en de cultuur van de menselijke soort.

En ik hoop dat je geboren zult worden in een democratische staat en in een rechtvaardige samenleving, waarin al die gevoelens van hoop bewaarheid kunnen worden.

Hoewel ik van nature een optimistisch mens ben, weet ik dat veel wereldburgers niet in dergelijke omstandigheden leven. Ik ben dan ook bang dat mijn gevoelens van hoop niet meer zullen zijn dan zout in je wonden. Als je bereid bent naar advies te luisteren – als jood geef ik graag raad – dan stel ik je voor dolfijn te worden. In een wereld waar kinderen omkomen van de honger, waar beulen en martelaars zijn, waar Elvis Presley en Albert Einstein met elkaar strijden om de titel `man van de eeuw', en waar mededogen en ethiek worden vervangen door political correctness en godsdienstige geestdrijverij, kun je beter dolfijn zijn.

Als dolfijn zul je in de toekomst meer liefde en zorg ontvangen dan veel andere wereldbewoners. Bovendien zijn er onderzoekers die menen dat de hersens van de dolfijn beter ontwikkeld zijn dan die van de mens. Als ik naar mezelf en mijn bijna 6 miljard soortgenoten kijk, dan weet ik zo net nog niet of die onderzoekers het mis hebben.

Meir Shalev is Israelisch schrijver en columnist voor het Israelische dagblad Yediot Ahronot. Hij schreef deze bijdrage voor het boek `Brief aan de 6 miljardste wereldburger' gisteren bij uitgeverij Podium is verschenen.