Testrit

Kent u Frans Derks nog? Ooit een opzichtige scheidsrechter in het betaalde voetbal, met superstrakke broekjes en een forse bos geblondeerd haar. Die gevraagd en vooral ongevraagd met krassende stem en een zuidelijk accent zijn meningen uitventte, opborrelend middels een permanent aanwezig streven om op te vallen en vooral anders dan anderen te zijn, een luidruchtige voorganger in de licht criminele kerk die Voetbal heet. Die zo gehaat werd door de hoofdredacteur van een wekelijks voetbalblad dat hij een foto van Derks op het redactiedartboard plakte om er bij tegenspoed met krachtige, voormalige keepersarm zijn pijlen in te rammen.

r

In de keuze van vervoer was Derks ook al afwijkend, hij was – en hopelijk is – financieel onafhankelijk en schafte zich een TVR aan. Het was de allereerste keer dat ik een auto van dat merk zag. Hem wel moest zien, want Derks parkeerde hem als een vedette bij wijze van spreken op de middenstip, het veld betreden zonder de auto gezien te hebben was een onmogelijkheid. Makelaar en tragikomiek Mens parkeert zijn zoveelste uitbundige auto ook op die manier, bij de ingang van een door hem gesponsord golftoernooi, liefst nog met een scherp afgesteld alarm, zodat tout le monde regelmatig tijdens het stokje-balletje-gaatje wordt herinnerd aan zijn aanwezigheid.

Engeland heeft een traditie in het bouwen van sportwagens in kleine oplagen, honderden fabriekjes werden er ooit hoopvol opgericht – verdwenen roemloos van het toneel, werden opgeslokt door een grotere broer of ploeterden verder onder een andere naam. TVR is een van de weinige overgebleven fanatici die hun zelfstandigheid hebben kunnen behouden.

Dat zat er echter begin tachtig niet meer in, het fabriekje in Blackpool was op instorten na dood. Tot Peter Wheeler er naar binnen reed voor een onderhoudsbeurt aan zijn TVR. Hij hoorde er van de problemen, vroeg of het zaakje te koop was en werd de nieuwe eigenaar.

Wheeler was niet tevreden over de modellen, vond ze te strak, te scherp, naar zijn smaak niet Brits genoeg. Nam een vel papier en begon met zijn ideeën in schetsen om te zetten. Tekenen, schilderen, schrijven, allemaal voertuigen om herinneringen opnieuw en opnieuw te beleven en alsnog van een diepere betekenis te voorzien. Dus wat hij ook tekende, het werden alsmaar weer de wagens waarnaar hij als jongetje begerig gekeken had. Een kunststof carrosserie met een lange neus, ronde koplampen, korte, stevige kont, brede banden en een afneembaar dak. Dat alles gemonteerd op een lichtgewicht buizenframe en voorzien van een uitgeboorde en opgevoerde zes- of achtcilinder motor die de achterwielen aandrijft.

Zijn TVR S was weer een model dat goed werd verkocht. Het werd opgevolgd door de imponerende Griffith die vooral op de thuismarkt een doorslaand verkoopsucces werd. In Nederland is er in het Amsterdamse een beroemde maar publiciteitsschuwe kok, die zo verzot is op exclusieve auto's, dat hij zijn tafeltje-dek-je voor de beter gesitueerden Le Garage heeft genoemd.

Ik zag de Griffith bij de importeur op de brug voor onderhoud en ik zal u verklappen wat voor kleurencombinaties hij – na lang en hevig twijfelen – voor zijn trotse bezit besteld heeft: een nachtblauw koetswerk met een zalmroze, volledig lederen interieur. Ik hoor u denken; jakkie, wat nichterig! Maar het is een buitengewoon mooie combinatie – deze man kan behalve koken en zaken doen, ook een gedurfd kleurenpalet samenstellen.

Ik heb, tegen beter weten in, onze publiciteitsschuwe kok proberen te spreken maar kwam na eindeloze telefonades niet verder dan zijn jeugdige secretaris, die kraaiend meldde dat zijn baas gek op auto's was en de TVR gekozen had omdat hij het een auto voor èchte mannen vond.

Een auto voor echte mannen, dat leek me wel wat en ik nam daarom plaats in de TVR Chimaera 450, de opvolger van de Griffith. Er zijn geen deurklinken aan de buiten- en binnenzijde te ontdekken, maar als u zonodig wilt weten hoe in of uit deze wagen te komen, bel of bezoek de importeur; ik verklap het geheim niet.

Instappen vergt enige oefening, de zit is diep en donker, de pedalen ver weg en ik vraag me af of onze kleine kok wel genoeg zicht heeft op asfalt, medeweggebruikers en wat er zich voor aantrekkelijks over de hoofdstedelijke stoepen voortbeweegt. Hem aan horen komen doen ze in ieder geval, want na het omdraaien van de contactsleutel perst er zich een huiveringwekkend geloei door de roestvrijstalen uitlaten. Een 285 pk sterke achtcilinder in een slechts 1070 kg zware wagen. Er is geen ABS, stuurbekrachtiging, airbag of tractiecontrole aanwezig, zij die gaan zweten groeten u.

Het heeft me een volle tank gekost om aan de auto te wennen. Na enkele dagen betrapte ik mezelf erop dat ik af en toe dromerig door het keukenraam naar de Chimaera staarde, ben zelfs eens stiekem naar buiten geslopen om een nachtelijk ritje te maken. Ik was verliefd op het indrukwekkendste waarin ik tot dan toe gereden had.

Toen ik dan eindelijk weer in mijn eigen trouwe wagentje stapte, voelde ze ogenblikkelijk dat er iets veranderd was. Ze begon hevig te stotteren en weigerde koppig om nog langer dienst te doen. Ik heb haar herhaaldelijk, maar zonder overtuiging, beloofd dat we in relatietherapie zullen gaan, maar veel zal het wel niet helpen. Ik ben hopeloos verliefd geraakt op een echte mannenauto.

TEKST EN FOTO'S FREDDY RIKKEN