Prelude op het Bachjaar 2000 met vijf Bachs

Het nieuwe muzikale millennium begint terecht met een Bachjaar: in het jaar 2000 wordt op 28 juli de 250ste sterfdag van Johann Sebastian Bach herdacht. Dat gebeurt slechts vijftien jaar na het Internationale Muziekjaar 1985, waarin werd gevierd dat Bach 300 jaar eerder werd geboren, evenals Händel. Bach blijft ook in de volgende eeuw en ongetwijfeld zelfs in het hele volgende millennium dè centrale componist van het nu aflopende millennium.

Voor de Nederlandse Bachvereniging wordt 2000 een druk jaar, waarin veel Bachmuziek voor koor en voor orgel, geprogrammeerd volgens het kerkelijk jaar, wordt uitgevoerd in een reeks van kerken met de mooiste `Bach-orgels'. Het zijn de Martinikerk in Groningen, de Bovenkerk in Kampen, de St. Walburgiskerk in Zutphen, de O.L.V. Basiliek in Maastricht, de Grote Kerk in Alkmaar, de Groote Kerk in Maassluis en de Nieuwe Kerk, de Westerkerk en de Waalse Kerk in Amsterdam.

Het Bachjaar kreeg het afgelopen weekeinde een opzienbarende opmaat. Dirigent Jos van Veldhoven stelde een programma samen met anderhalve eeuw muziek van de familie Bach, zoals die voor een deel werd verzameld door Johann Sebastian Bach in zijn `Altbachisches Archiv'. Zo'n honderd leden van de Bachfamilie waren als musicus of componist actief in de muziek, sinds de molenaar en bakker Veit Bach (ca 1550-1619) tijdens het malen op de cither begon te spelen. ,,Dat moet toch mooi samen hebben geklonken! Hoe goed moet hij geleerd hebben de maat te houden'', schreef Bach in de familiekroniek. Helaas is het zo ontstane Bach-muziekgen in de vorige eeuw teloorgegaan.

De twintig manuscripten van het `Altbachisches Archiv', die sinds de Tweede Wereldoorlog zoek waren, werden in juni van dit jaar teruggevonden in Kiev, als onderdeel van het 500 werken tellende archief van Carl Philipp Emanuel Bach. Muziek van vier oudere Bachs (Johann, Johann Michael, Johann Christoph en Johann Ludwig) is nu te horen tijdens de concerten van de Nederlandse Bachvereniging, bekroond met één werk van dè Bach, het motet voor twee koren Singet dem Herrn ein Neues Lied (BWV 225). Het is een werk van onbeschrijflijk lichte schoonheid, briljant vertolkt onder leiding van Jos van Veldhoven.

Maar het is de muziek van Bachs voorouders en familieleden die tijdens dit concert het verrassendst is en de meeste indruk maakt. Ook al is Johann Sebastian superieur, Bach had het van geen vreemden en ook hun muziek is zeker hoogst opmerkelijk, ook al is die compositorisch eenvoudiger. De andere Bachs schreven veel motetten en cantates, direct aansprekende stukken met een theatrale inslag door het gebruik van verschillende koren en solisten met een bepaalde rolverdeling, zoals we die ook kennen uit Johann Sebastian Bachs cantates en passionen.

Een prachtig voorbeeld daarvan is het fraai vertolkte Liebster Jesu, hör mein Flehen van Johann Michael Bach. Na een inleidende Symphonia smeekt de Kanaänitische vrouw (Fiekojan Hoolboom) Jezus (Harry van der Kamp) om hulp voor haar kind, waarna de discipelen en Jezus haar eerst afwijzen, maar ten slotte onder de indruk raken van haar geloof, eindigend in een koraal. Ook Drum Welt ade van Johann Michael Bach is zo'n veelvormige dramatische scène voor twee koren, sopraan, alt, tenor en bas met een duet, een aria en een koraal, eidigend in een jubelend Halleluja.

Hoogst bijzonder is de huwelijkscantate van Johann Christoph Bach Meine Freundin, du bist schön op een tekst uit het bijbelse Hooglied. Het is een concertante operascène, vol onverhulde zinnelijkheid van een liefdespaar in een liefdestuin. Onderhoudend zijn de grote contrasten in stemtypes (bas en sopraan) en in tempi. Er wordt allengs uitbundiger en flitsender gezongen, plots plechtig eindigend in een danklied aan God. Fascinerend is de sopraanaria, op viool begeleid met een chaconne van 66 variaties, animerend gespeeld door Johannes Leertouwer.

Ook een aantal andere stukken valt op, zoals het zwaarmoedige Unser Leben ist ein Schatten van Johann Bach, waarbij aan het woord `Schatten' allerlei coloraturen als een vonkenregen ontspringen, terwijl een van de koren onzichtbaar is en vanuit een andere wereld sereen commentaar levert. Beeldend is eveneens Wie bist du denn, o Gott, in Zorn auf mich entbrannt, een lange vertwijfelde solo, die door de bas Harry van der Kamp virtuoos wordt gezongen.

In de Bovenkerk in Kampen, een godshuis met een allure en een akoestiek die het tegen de kerk in Naarden kan opnemen, klonk dit alles voortreffelijk vertolkt onder leiding van Jos van Veldhoven op een wijze die het hart roert en verheft. Voor mij was het een van de mooiste concerten van dit jaar.

Concert: Ned. Bachvereniging en Cappella Figuralis o.l.v. Jos van Veldhoven. Gehoord: 8/10 Bovenkerk Kampen. Herh.: 13/10 Grote Kerk Alkmaar; 14/10 Waalse Kerk Amsterdam; 16/10 O.L.V. Basiliek Maastricht; 18/10 Grote Kerk Naarden; 30/10 Pieterskerk Utrecht.