Nobelprijs naar Duitse celbioloog

De Nobelprijs voor de geneeskunde is toegekend aan de Amerikaan van Duitse afkomst Günther Blobel (63), zo is vandaag in Stockholm bekendgemaakt. Blobel krijgt de prijs voor zijn onderzoek naar het transportsysteem van eiwitten binnen de levende cel. Blobel vond in 1975 dat eiwitten op de juiste plaats in of buiten de cel terechtkomen aan de hand van een moleculair adreslabel.

Blobel is sinds 1967 verbonden aan Rockefeller University in New York, waar hij nu hoogleraar celbiologie is. De Nobelprijs bestaat uit een geldbedrag van 7,9 miljoen Zweedse kronen (ruim 2 miljoen gulden). Volgens de jury kan zijn vondst belangrijk worden als over enkele jaren de basenvolgorde van alle menselijke genen en al het menselijk DNA is vastgesteld. Aan de hand van de door Blobel ontdekte adreslabels, waarvoor de informatie ook in het DNA is opgeslagen, kunnen biotechnologische geneesmiddelen in de toekomst waarschijnlijk gericht naar de plaatsen in het lichaam en in cellen worden gestuurd waar ze hun werk doen. Het eiwittransportsysteem in een cel is ingewikkelder dan de bagageafhandeling op een luchthaven. Iedere cel in een menselijk lichaam bevat ongeveer een miljard eiwitten. Die worden voortdurend nieuw aangemaakt en weer afgebroken. Veel cellen produceren eiwitten die buiten de cel hun werk moeten doen, bijvoorbeeld als spijsverteringsenzym. Maar iedere cel heeft zelf ook tienduizenden verschillende eiwitten nodig om zijn eigen werkzaamheden te regelen. Cellen kunnen wel 5 miljoen eiwitten per minuut opnieuw aanmaken. Die moeten allemaal naar een plaats in de cel worden gebracht, of in transportblaasjes de cel uit worden gestuurd. Blobel is zijn onderwerp trouw gebleven en heeft na zijn eerste ontdekking aangetoond dat het adresseersysteem in alle levende organismen ongeveer gelijk werkt.