Konikspaardjes in plaats van mitrailleurs

Het ministerie van Defensie geeft een beoogd schietterrein van 225 hectare in de Kollumerwaard terug aan de natuur.

De achthonderd meter lange en tien meter hoge zandwal rond het geplande schietterrein in de Kollumerwaard wordt afgegraven. De weg wordt opgebroken en verwijderd. De sloten worden gedempt en de zandbulten verdwijnen. Het nooit gebruikte militaire oefenterrein moet door Defensie in oorspronkelijke staat worden opgeleverd. Straks zullen er tienduizenden trekvogels, zoals brandganzen, steltlopers en moerasvogels fourageren en rusten in een gebied waar militairen ooit met boordkanonnen en mitrailleurs hadden moeten schieten. In plaats daarvan zullen Schotse Hooglanders en Poolse Konikspaardjes grazen in het zuidelijk deel van de waard.

In de afgelopen tien jaar heeft Defensie zes miljoen gulden aan inrichtingskosten uitgegeven in de Kollumerwaard. Het 225 hectare grote gebied is vorige week feestelijk overgedragen aan Staatsbosbeheer. Als gevolg van de inkrimping van de krijgsmacht na de ontspanning tussen oost en west eind jaren tachtig is de aanleg van een militair oefenterrein in de Kollumerwaard overbodig, zegt Defensie.

De Kollumerwaard, in totaal 4.500 hectare groot, ontstond in 1969 na de inpoldering van de Lauwerszee. Het grootste deel van de Kollumerwaard werd natuurgebied. Aan de Groninger kant van het op de zee gewonnen land, legde Defensie in 1988 een schietterrein aan in de Marnewaard die 2.500 hectare groot is.

Eind jaren zeventig werd vastgelegd dat er ook in het Friese deel, de Kollumerwaard, een schietbaan zou komen. Hiertegen rezen felle protesten. Vooral de Waddenvereniging heeft zich van meet af aan gekeerd tegen de aanleg van een militair oefenterrein. ,,Een schietterrein zou het westelijk en oostelijk deel van het natuurgebied in de Kollumerwaard scheiden'', zegt bioloog A. Woudstra van de Waddenvereniging. ,,De Kollumerwaard is een rustgebied met veel natuurlijke inhammen, zoals de Babbelaar, waar eenden rusten. De geluidsoverlast door militaire oefeningen zou groot zijn geweest.'' Ook waarschuwde de natuurorganisatie voor mogelijk brandgevaar in een slecht toegankelijk en ruig natuurgebied als gevolg van afketsende munitie.

Woudstra beschouwt de overdracht van het beoogde oefenterrein als een overwinning voor de Waddenvereniging. ,,We hebben jarenlang gezegd dat dit een overbodig terrein was. De Tweede Kamer is daar uiteindelijk gevoelig voor gebleken.'' Woudstra spreekt van ,,weggegooid geld'' en van ,,een grote kapitaalsvernietiging.''

Woordvoerder J.B. Veen van Defensie spreekt dit tegen. ,,Twee miljoen gulden is gebruikt voor het uitdiepen van ondiepe geulen in het Lauwersmeer, voor de zandwinning en voor de scheepvaart. Nog eens twee miljoen is besteed aan het graven van een doorvaart rond Kollum. Dat is geen weggegooid geld.''

Hij verklaart dat er na de val van de Berlijnse Muur in 1989 niet langer behoefte bestond aan nog een schietterrein in het noorden van het land. Een andere reden is dat de simulatietechnologie dermate is voortgeschreden dat een `echt' schietterrein niet langer nodig werd geacht. Defensie spaart zestig miljoen gulden uit door het terrein terug te geven aan de natuur. De veertien zanddepots met in totaal 200.000 kubieke meter zand die nodig is om kogels op te vangen, worden de komende vijf jaar afgegraven. Het zand wordt deels `hergebruikt' in de Marnewaard en deels verkocht. Zo wordt het verlies van zes miljoen gulden nog een beetje opgevangen, aldus Veen.

Woordvoerder P. Visser van Staatsbosbeheer Fryslân (SBB) is blij dat hij straks een ,,prachtig en belangwekkend natuurgebied'' mag beheren dat voor een deel zal worden opengesteld voor natuurliefhebbers. ,,De Kollumerwaard is een belangrijk rust-, fourageer- en broedgebied voor vogels. Er zitten veel steltlopers en ook moerasvogels, waaronder de zeldzame roerdomp, de kwak en het woudaapje. Niet voor niets is het Lauwersmeergebied een Nationaal Park in oprichting.''