Kaukasus

DE LOOPGRAVEN rondom Tsjetsjenië zijn klaar. Niet alleen militair, maar ook politiek hebben de verschillende partijen in de Kaukasus zich ingegraven. Iedereen lijkt bezeten door wraak.

In Moskou, waar president Jeltsin wegens ziekte weer eens afwezig is terwijl zijn `jongens' het vuile werk opknappen, worden plannen beraamd om de 150.000 Tsjetsjeense vluchtelingen te deporteren naar de noordelijke laagvlakte die het Russische leger nu min of meer controleert. Vanuit dezelfde stad heeft de `jonge hervormer' Tsjoebais (tegenwoordig chef van het monopolistische elektriciteitsbedrijf) alvast de schakelaar omgedraaid, zodat de rest van Tsjetsjenië zonder stroom zit. Minister Sergejev van Defensie verklaart ondertussen dat zijn troepen het hele land zullen bezetten als ,,echte Tsjetsjenen'' daarom vragen. Een regering-in-ballingschap is daartoe, net als tijdens de vorige oorlog in 1994, reeds geformeerd.

In Grozny voorspelt de Tsjetsjeense leider Maschadov, de relatief gematigde president die niet meer wordt erkend door premier Poetin van Rusland, op zijn beurt dat de oorlog zal uitdraaien op een nederlaag voor de Russen in de hele regio. En verderop in de bergen kondigt `commandant' Basajev op cynische wijze aan dat de Russen binnenkort echt de strijd mogen aanbinden met het terrorisme waarvoor hij nu al verantwoordelijk wordt gesteld.

Veel wijst er op dat de oorlog allereerst een afgeleide is van de strijd om het Kremlin. Niet toevallig gaan de militaire acties in de Kaukasus gepaard met allerlei intriges rondom de parlementsverkiezingen van 19 december. De coalitie Vaderland-Heel Rusland (van burgemeester Loezjkov van Moskou) bijvoorbeeld had problemen bij haar registratie omdat de verkeerspolitie plotseling onregelmatige kentekenbewijzen had ontdekt. Omgekeerd zet de presidentiële entourage alles in het werk om de onlangs opgerichte partij Eenheid, geleid door de minister voor `noodtoestanden', in positie te brengen.

MAAR JUIST die complicaties plaatsen het Westen voor een dilemma. De feitelijke zelfstandigheid van de kleine Kaukasische republiek is het resultaat van het vredesakkoord dat de generaals Maschadov en Lebed (toen Jeltsins speciale afgezant) in 1996 sloten. Door het land nu murw te bombarderen, schenden de Russen de overeenkomst die ze drie jaar geleden zelf hebben ondertekend, maar nooit hebben willen uitvoeren. Hun argument dat het een `interne aangelegenheid' betreft, is tot nu toe alom geaccepteerd. Geen enkel land heeft Tsjetsjenië na 1996 op een of andere manier willen erkennen.

Sinds Kosovo is het voor het Westen echter moeilijker geworden met twee maten te meten. Wat met de Albanezen in de Servische provincie dreigde, kan nu met de Tsjetsjenen gaan gebeuren. Tegelijkertijd heeft het Westen belang bij een centrale Russische macht in de Kaukasus, waar enorme oliebronnen worden aangeboord en nieuwe distributienetwerken aangelegd.

Vandaar dat in de Westerse hoofdsteden tot nu toe slechts gesputter is te horen. Dat lijkt op Realpolitik. Maar gelet op de vorige oorlog, die uitdraaide op een militaire nederlaag voor de Russen én een verdere fragmentatie van het zegevierende Tsjetsjenië, is louter realisme onvoldoende.

Vanmorgen hebben de vijftien EU-staten onbeperkte toegang gevraagd voor humanitaire hulporganisaties. Dit is een aanbod dat Rusland niet kan weigeren. Als het dat toch doet, zijn volgende stappen geboden. Te denken valt aan het bevriezen van de kredieten waarom de centrale bank in Moskou zit te springen. Er bestaat een Russisch gezegde dat er nog steeds goed begrepen wordt: wie betaalt, bestelt de muziek.