Hongkong beperkt eigen speelruimte

Hongkong is niet langer het Mekka van de vrije markt. Niet door ingrijpen van Peking, maar door de houding van de Hongkongse regering zelf die het als haar taak ziet de economie actief te sturen.

Het is niet de eerste keer dat de regering van Hongkong om de oren wordt geslagen met de bekende uitspraak van de econoom Milton Friedman. ,,Hongkong is de plek om te leren hoe de vrije markt daadwerkelijk functioneert'', zie hij twintig jaar geleden. Nu, meer dan twee jaar na de overdracht van de Britse kolonie aan China, geldt de zogeheten Speciaal Administratieve Regio (SAR) Hongkong steeds minder als een schoolvoorbeeld van de laissez-faire economie.

Onder leiding van de Hongkongse regeringsleider Tung Chee-hwa is de invloed van de overheid op het economisch leven in Hongkong veel groter geworden en critici beweren dat de stad zijn vrij en onafhankelijk handelsimago verspeelt. Zo is de regering sinds vorig jaar, na een financiële ingreep op de beurs, de grootste investeerder geworden op de lokale aandelenmarkt. Ook heeft zij een stuk openbare grond ter waarde van 2 miljard gulden verkocht aan een particuliere ondernemer, zonder andere bieders een kans te geven. En de regering bereidt tal van miljoenenprojecten voor die de Hongkongse economie na de Aziatische crisis uit het slop moet halen. High-tech-plannen voor Silicon Harbour (computertechnologie), Biotech City (Chinese medicijnen) en Teleport (telecom) druisen in tegen een traditie waarbij de overheid enkel de economische infrastructuur levert.

Maar anders dan veel pessimisten uit met name het Westen hebben voorspeld, zit het kwaad niet in Peking, waar de communistische leiding van de Volksrepubliek China zetelt, maar is het het bestuur van Hongkong zelf dat aan de economische en zelfs politieke onafhankelijkheid knaagt. De beleidsnota die chief executive Tung onlangs tijdens zijn jaarlijkse `troonrede' heeft gepresenteerd, kon de zorgen daarover niet wegnemen. Tung riep in zijn bijna tweeënhalf uur durende toespraak op tot structurele aanpak van milieuverontreiniging en de opbouw van een goed opgeleide intelligentsia, met als doel van Hongkong ,,een stad van wereldklasse'' te maken. Maar volgens pro-democratische parlementariërs was de toespraak van Tung, onder de titel `Mensen met kwaliteit, een thuis met kwaliteit' ,,leeg'' en ontbrak het aan maatregelen om de concurrentie binnen het bedrijfsleven te stimuleren. ,,Laten we ophouden met nieuwe ideeën. Daar hebben we al te veel van'', was het commentaar van de onafhankelijke parlementariër Bernard Charnwut Chan. ,,De mensen willen acute oplossingen, geen vage plannen voor de toekomst.''

Maar Tung en zijn door Peking aangestelde kabinet zijn daar tot dusverre niet in geslaagd. Zij eisen vooral geduld en beroepen zich daarbij op de onvoorziene gevolgen van de financiële crisis die Azië twee jaar geleden overviel. De economische stimuleringspolitiek, die zo verschilt van de `handen af'-filosofie die Hongkong jarenlang beheerste, is volgens Tung noodzakelijk om de recessie te bestrijden.

Volgens een voorstander van het regeringsbeleid, de econoom Liu Pak-wai, heeft Hongkong die overheidssteun nodig om af te komen van een economie die leunt op slechts drie industrieën: de financiële sector, het toerisme en de handel. ,,Die pilaren zijn niet langer stabiel'', aldus Liu, die verbonden is aan de Chinese Universiteit van Hongkong. ,,De hele economie dreigt onderuit te gaan. Daarom moet de overheid zelf investeren en nieuwe industrieën financieel aanmoedigen.'' Hongkongs vrije markt reputatie weegt volgens hem niet langer tegen ,,de economische noodzaak'' op.