Een blauwtje

Daartoe aangespoord en financieel geholpen door het naar medailles hunkerende NOC*NSF proberen ook de kleine sportbonden in Nederland een professioneel beleid te voeren, althans een beleid dat er minder amateuristisch uitziet dan in het verleden. Het blijft echter meestal bij een poging. De structuur en het karakter van een sport veranderen is veel ingewikkelder dan men denkt.

De televisie-sportjournalist Theo Reitsma beseft het nu waarschijnlijk ook. Een half jaar geleden werd hij voorzitter van de Nederlandse honk- en softbalbond (KNBSB), een week geleden trad hij al weer af. Een illusie armer. Zijn plan om het honkbal, de `Veel-geschreeuw-weinig-wol'-sport, een wat volwassener gezicht te geven mislukte faliekant.

Afgezien van de vraag wat een degelijke sportjournalist in het door hem meestal verafschuwde rijk der bobo's te zoeken heeft, was het interessant de avonturen van Reitsma te volgen. Hij zette hoog in. ,,Er zijn in onze sport grote revoluties aan de gang'', hield hij zijn medebestuurders voor, die dit knikkebollend beaamden. Als om te bewijzen dat hij de vinger aan de pols hield, liet de voorzitter onmiddellijk een partij houten knuppels naar Nederland komen. Ter vervanging van het ouderwetse aluminium.

Doordat het Europees kampioen is geworden mag het Nederlands team volgend jaar weer aan de Olympische Spelen meedoen. Reitsma zag uiteraard niet direct een medaille in het verschiet, maar meende toch naar een topprestatie te moeten streven, dankzij ook de royale financiële hulp van NOC*NSF. De honkballers kregen bijvoorbeeld een bedrag van 160.000 gulden toegezegd om in november zorgeloos een het preolympische toernooi in Australië te kunnen deelnemen.

De topsport stelt eisen. Reitsma achtte het essentieel dat Jan Dick Leurs, sinds 1992 coach van het nationale team, de trip zou meemaken. De coach onder wiens leiding drie keer de Europese titel werd gewonnen, kon echter geen vrijaf krijgen van zijn werkgever.

Dan ga ik op zoek naar een vervanger, die zich wel fulltime met de voorbereiding op de spelen kan bezighouden, besliste de voorzitter. En hij nam contact op met de Amerikaan Pat Murphy, een oude bekende van de KNBSB.

Dit leek een vrij logische zet. Maar de tot dan toe passief toekijkende achterban schrok er flink van. Peter van 't Klooster, voorzitter van de sectie honkbal die zichzelf verantwoordelijk acht voor het technische beleid, weigerde resoluut coach Leurs te laten vallen.

,,Hij heeft onze bond zeven jaar voor een fooi gediend en verdient het niet een jaar vóór de Spelen aan de kant te worden geschoven, ook al mist hij een deel van de voorbereiding'', riep Van 't Klooster. Smalend voegde hij eraan toe: ,,Er valt in het honkbal niets te professionaliseren.''

Dus liep Reitsma een blauwtje. Hij trad af, samen met de secretaris en de penningmeester. Achteraf leek de bestuurscrisis nergens voor nodig te zijn geweest.

Gisteravond liet Leurs doodleuk weten alsnog het groene licht van zijn werkgever te hebben gekregen voor het toernooi in Australië. Voor de drie afgetreden bestuursleden was de mededeling wellicht mosterd na de maaltijd. Het conflict over de coaching zou niet het enige obstakel hebben gevormd op weg naar professionalisering van de sport. Ook de totaal mislukte poging het wereldkampioenschap van 2001 naar Nederland te halen had de onderlinge verhoudingen danig verstoord.

Het kenmerk van een geslaagde bobo is dat hij diplomatieke gaven heeft, meent Hein Verbruggen, de Nederlandse voorzitter van de internationale wielerunie. De succesvolle bobo, zegt hij, verstaat de kunst van het manoeuvreren en het manipuleren. Een echte journalist is die kunst vermoedelijk niet gegeven.