Beleid allochtone schooljeugd faalt

De overheid doet te weinig aan de onderwijsachterstanden van allochtone kinderen. Effectief gebleken maatregelen als gerichte verbetering van het didactisch handelen van leraren krijgen vrijwel nergens een prominente plaats in het beleid.

Dit blijkt uit de Rapportage minderheden 1999 van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat vandaag is verschenen. Uit het rapport blijkt dat de prestaties van de meeste categorieën allochtonen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt nog altijd ruim achterblijven bij die van autochtone Nederlanders.

Een belangrijk deel van de onderwijsachterstand is al opgelopen vóór de eerste schooldag. Turkse en Marokkaanse kinderen beginnen bijvoorbeeld met gemiddeld twee jaar achterstand in kennis van de Nederlandse taal. Scholen slagen er in het algemeen niet in om daaraan iets te doen: na acht jaar basisonderwijs is die achterstand nog net zo groot.

De werkloosheid is onder vrijwel alle categorieën allochtonen sinds 1994 aanzienlijk gedaald. Dit is echter ook gebeurd met de werkloosheid onder autochtonen. Nog altijd is van de Turkse en Marokkaanse mannen circa twintig procent werkloos, van de Surinaamse en Antilliaanse mannen rond tien procent.

Van de autochtone mannen is slechts drie procent werkloos. Ook wanneer wordt gecorrigeerd voor het gemiddeld lagere opleidingsniveau van allochtonen, blijft het percentage werklozen onder die vier genoemde categorieën aanzienlijk hoger dan onder autochtonen.

Het planbureau uit scherpe kritiek op het onderwijsbeleid. Een belangrijk aanknopingspunt voor de verbetering van de schoolprestaties van allochtonen als het vergroten van de woordenschat krijgt in het beleid geen enkele aandacht. Ook het vergroten van de `kennis van de wereld' – eveneens een punt waarop allochtone kinderen een duidelijke achterstand hebben op autochtone – ontbreekt in beleidsnota's. In het algemeen constateert het SCP weinig samenhang in het beleid en het ontbreken van een overkoepelende visie.

Dat de laatste jaren het onderwijsbeleid in toenemende mate wordt gedelegeerd aan gemeenten maakt de zaak alleen maar erger, aldus het planbureau. Voor veel gemeenten lijkt het stimuleren van de samenwerking tussen allerlei instanties belangrijker dan concrete verbeteringen van de schoolprestaties van allochtonen.

Het SCP acht het ook niet terecht dat dit deel van het beleid is overgedragen aan de gemeenten, omdat het immers geen lokale problematiek betreft. ,,Wanneer de decentralisatie van het onderwijsbeleid inhoudt dat de rijksoverheid alleen nog kan optreden als vrijblijvende adviseur van gemeenten die autonoom bepalen wat ze met de adviezen zullen doen, is een effectief landelijk beleid niet langer mogelijk.''

Het rapport bevat een hele reeks aanbevelingen om de schoolprestaties van allochtone kinderen te verbeteren. Daarbij raakt het een aantal punten die traditioneel zeer gevoelig liggen in het onderwijs, zoals de kwaliteit van het didactisch handelen van leerkrachten, de kwaliteit van de schoolorganisatie en de invloed van de overheid op wat er in de klas gebeurt.

,,De overheid moet de mogelijkheid hebben bepaalde effectief gebleken vormen van aanpak van achterstanden al dan niet via de gemeenten aan de scholen op te leggen'', concludeert het planbureau.

achtergrond: pagina 3