Ban op kernproeven moeilijk te controleren

De Amerikaanse Senaat beslist mogelijk deze week over het verdrag tegen kernproeven. Het argument van de Republikeinen, dat het verdrag moet worden afgewezen omdat het moeilijk te controleren is, snijdt hout, zeggen experts.

Het kernstopverdrag wel of niet ratificeren? Dat is het prisoner's dilemma waarvoor de Amerikaanse Senaat staat.

Enerzijds geeft bekrachtiging van het akkoord, het Comprehensive Test Ban Treaty, CTBT, waaronder president Bill Clinton al in 1996 zijn handtekening zette, de Verenigde Staten de morele overhand ten opzichte van naties met prille atoomambities. India en Pakistan bijvoorbeeld, die in het voorjaar van 1998 ieder een serie kernproeven uitvoerden, zouden eenvoudiger zijn over te halen van verdere tests af te zien wanneer de VS hiervoor het goede voorbeeld gaven. Daarbij, zeggen de Democraten, hebben de VS die proeven toch niet nodig doordat nieuwe geavanceerde technologieën, zoals computersimulaties, een betrouwbaar alternatief vormen.

Anderzijds vormt het CTBT, althans volgens de Republikeinse factie in de Senaat, een belemmering voor het handhaven van de voorsprong die de VS op het gebied van kernwapenexpertise sinds 1945 hebben. Kernproeven zouden volgens de Republikeinen moeten zijn toegestaan om, bijvoorbeeld in het geval van een nucleair herrijzend Rusland of een kwaadwillend China, de kernwapenwedloop per onmiddellijke ingang te hervatten. Hoewel het zonder kernproeven niet onmogelijk is om nieuwe atoomwapens te ontwikkelen, vormen deze hiervoor wel een handig instrument. Bovendien, aldus de Republikeinen, kunnen wij ons wel braaf aan dat verdrag houden, maar dat betekent niet dat bepaalde landen – Irak, Iran, Noord-Korea – buiten het bereik van al onze inspanningen tot non-proliferatie, kernwapens zullen ontwikkelen en zo langzaam hun achterstand op de VS inlopen.

Voor beide posities, Democratisch en Republikeins, is het antwoord op de vraag in hoeverre de controle mogelijk is op de mondiale naleving van het CTBT van cruciaal belang. De Democraten zullen aannemelijk moeten maken dat de huidige status quo, waarbij de VS onbetwiste nucleaire hegemonie hebben, daadwerkelijk bevroren wordt. De Republikeinen daarentegen, impliceren met hun mening dat andere landen de voorsprong heimelijk kunnen inhalen, dat toetsing een uiterst lastige aangelegenheid is.

De ervaringen van de laatste jaren van de Westerse inlichtingendiensten ondersteunen het laatste standpunt. De controle van de naleving van een kernstopverdrag ligt bij een netwerk sensoren, dat uiteenlopende variabelen zoals seismische trillingen, elektromagnetische straling en concentraties radioactieve isotopen die, zelfs bij kleine ondergrondse kernproeven, naar de atmosfeer ontsnappen.

Ondanks het brede spectrum aan te meten waarden, zijn conclusies niet eenvoudig te trekken. Notoir is het voorbeeld van een `seismische gebeurtenis' in augustus 1997 in de ondergrond van het Russische eiland Nova Zembla, precies waar de Sovjet-Unie in de Koude Oorlog honderden kernproeven uitvoerde. De gevoelige seismometers konden niet vaststellen of het hier om een aardtrilling of een kernproef ging.

Daarbij komt nog dat een verbod op kernproeven alleen niet voldoende is om de nucleaire geest in de fles te houden. Irak bijvoorbeeld, wist eind jaren tachtig een grootschalig atoomproject in de blinde hoek van de controlerende instantie, de International Atomic Energy Agency, IAEA, te houden. De troepenmacht van de anti-Iraakse coalitie was tijdens de Golfoorlog zo veel mogelijk verspreid opgesteld, zodat de schade van een eventuele Iraakse kernlading beperkt zou blijven. En niemand weet ook of Noord-Korea beschikt over enkele `ruwe' kernladingen. Kernproeven heeft het land nooit uitgevoerd.