Antillen onder curatele

DE KABINETSCRISIS op de Nederlandse Antillen had op geen beter moment kunnen uitbreken. Want terwijl een van de laatste restjes tropisch Nederland sinds afgelopen vrijdag wederom zonder volwaardig bestuur zit, spreekt de Tweede Kamer deze week over de Nederlandse Antillen naar aanleiding van de begrotingsbehandeling. De kabinetscrisis in Willemstad is een reden temeer voor de Nederlandse parlementariërs om dit keer maar eens fundamentele beschouwingen te wijden aan dit deel van het Koninkrijk.

Over de crisis zelf hoeft weinig te worden getreurd. Het bestuur op de Antillen werd sinds het kabinet onder leiding van Suzy Camelia-Römer op 1 juni vorig jaar begon, vooral gekenmerkt door non-bestuur. De coalitiepartijen waren voornamelijk bezig hun wantrouwen jegens elkaar te etaleren. Met de mond werd een krachtige aanpak van de al jaren voortslepende financieel-economische problemen beleden, maar in de praktijk gebeurde er hoegenaamd niets. De huidige crisis is ontstaan omdat de coalitiepartijen sterk verdeeld zijn over extra bezuinigingen op de overheidsuitgaven. Dit was een substantieel onderdeel van het – in de politiek al sterk uitgeklede – Nationaal Plan dat begin deze zomer door een commissie van wijze mannen werd gepresenteerd. De besparingen hadden onder andere bereikt moeten worden door een derde deel van het aanzienlijke Antilliaanse ambtenarencorps naar huis te sturen. Dit bleek na maanden van praten zowel voor de Arbeiderspartij als de Vakbondspartij een stap te ver. Te hopen valt dat de thans ontstane crisis kan werken als `catharsis' en een andere coalitie wel serieus kan gaan werken aan de hoogst noodzakelijke sanering van de overheidsuitgaven.

VANUIT NEDERLAND kan dit proces gestimuleerd worden als de Antillen wat minder behandeld worden als curieus-romantisch incident en meer als serieus probleemgebied. Zelfredzaamheid is het kernbegrip in de nota `Toekomst in samenwerking' die staatssecretaris De Vries van Antilliaanse Zaken in juni naar de Tweede Kamer stuurde. Maar zolang die zelfredzaamheid nog afhankelijk is van een jaarlijkse toelage van meer dan 200 miljoen gulden ontwikkelingshulp, is een assertievere opstelling van Nederland meer dan gerechtvaardigd. Voor gemeenten in Nederland geldt bij financieel wanbeheer de artikel-12 status, een milde vorm van onder curatele stelling. Dat moment hebben de Antillen reeds lang bereikt. Het wordt tijd dat de Nederlandse politiek zich dat realiseert.