Absurde wendingen

Misschien hoor ik hier niet thuis maar ik ben het zo zelden eens met de lezers van Avro's Televizier. Voor mij persoonlijk is de Televizierring geen aanbeveling van een programma, integendeel. Recensenten hebben het nu eenmaal hoog in de bol. Als ik Paul de Leeuw was, zou ik blij zijn dat ik hem niet heb gekregen. Opvolger te zijn van publieksvleier Rik Felderhof lijkt me een twijfelachtige eer. Maar ook daarin verschil ik van mening met het grote publiek.

Winnaar werd dit jaar dus Toen was geluk heel gewoon, de comedy over het leven in de jaren vijftig, nog voor de tijd dat de scherpe humoriste Annie Schmidt actief werd voor de televisie. De lezer van Avro's Televizier moet gemiddeld dus een flink dagje ouder zijn. Satire over veertig jaar geleden. Comedyschrijvers doen alles liever dan het selfesteem van de hedendaagse Nederlander te ondergraven en de kijker waardeert dat.

Toch vind ik de prijs nieuws, want de winnaar zal zeker navolging vinden. Comedies over de goede oude tijd zijn een vondst. Ik verwacht binnenkort een tv-blijspel uit de tijd van de Maagdenhuisbezetting. Een stelletje langharigen die een commune zijn gestart. Muziek van de Rolling Stones, Bob Dylan en The Who, dat moet toch een succes worden. Al die kijkers uit de geboortegolf vinden het prachtig zichzelf nog eens jong te zien, zolang het maar niet over hun huidige grijze zelf gaat.

Waarom is Monty Python geen nostalgie? Omdat de humor klassiek is en niet aan tijd en plaats gebonden. Dat is uniek, want de meeste humor is dat juist wel. Bij mij roept Monty Python geen jeugdherinneringen op. Ik heb het pas lang na de jaren zestig en zeventig leren kennen door het huren van de video's.

Op BBC2 was een hele nacht aan Monty Python gewijd en ik moet nog steeds om de absurde sketches lachen, ook al ken ik ze inmiddels van buiten. De spanning tussen de uitgestreken officiële versie en wat daaronder borrelt en kookt, is universeel. De Ministry of Silly Walks is nog steeds bij de tijd, overal ter wereld. Michael Palin zocht nog sommige opname-plekken in Londen op en er bestaat nu zelfs een Japanse toeristengids waar de lokaties worden aangegeven.

Terry Gilliam zag zijn animatiefilmpjes van toen nog eens terug en hij begreep niet hoe hij ze toen had kunnen maken. Vandaar dat Monty Python er zo vroeg mee ophield. John Cleese vond dat het gezelschap zichzelf herhaalde. De wilde associaties in de sketches en animaties zijn als hogere wiskunde. Ze kunnen alleen worden gemaakt door jonge geesten. En kennelijk alleen in de jaren zestig en zeventig want na die tijd zijn dergelijke universele humoristen niet meer opgestaan. De vraag waarom, miste ik in de BBC-avond.

Monty Python en ook huidige Britse humoristen van The Big Train blinken uit in de absurde, onverwachte wending. De gekruisigden in The Life of Brian gaan samen een musical-liedje zingen, Always look on the bright side of life. Die plotselinge draai ontbreekt bij Nederlandse tv-satire. De nog altijd veelbelovende satireshow Live opgenomen van Veronica had afgelopen week een persiflage van een griezelfilm. Die verliep zo voorspelbaar als een echte griezelfilm maar dan met overdrijving. Ik mis de rare draai die me aan het lachen maakt. Bij gebrek aan mankracht en ideeën wordt zo'n sketch wat langer over een uitzending uitgesmeerd.

Dat gevaar van herhalen en rekken is er ook bij Nachtcrème, de nieuwe reeks persiflages op commerciële pulp van Wim de Bie. Er zat wel een enkele grap in, zoals de presentatie van de ,,parenpot'', een hulpstuk in de vorm van een stofzuigerslang voor parenclubs. De Bie speelt de nachtelijke sextalkshowgastvrouw Christine van der Horst en ik hoop dat het programma vaak verandert. Dat gebeurde te weinig bij zijn vorige solo-optredens. Er is nog niemand opgestaan die Koot en Bie doet vergeten. Zo gek waren die babyboomers nou ook weer niet, ik bedoel, ze waren dat juist wel. Waren.