Zelfs de Russen ontvluchten hun nieuwe heilstaat

Een voorbeeld van Russische orde en beschaving moet het worden, de Russische bezettingszone in het noorden van Tsjetsjenië. Daar merken we nog weinig van, zeggen de vluchtelingen.

Om vijf uur 's middags loopt de trein uit het grensgebied met Tsjetsjenië het station binnen van het kuuroord Mineraalwater. De statige wachtkamer, waar de sanatoriumgasten zich in vredestijd verpozen aan het buffet of de biljarttafel, vult zich langzaam met ontheemden.

Maria, een echte Russische baboesjka, zijgt neer op een houten bank. In haar handtas zitten haar papieren en de inderhaast geplukte paprika's uit haar moestuin. Haar ganzen en konijnen heeft ze achtergelaten. ,,Ik kon niet langer blijven, ze zouden mijn keel afsnijden.'' Ze? ,,Ja, de bandieten, de strijders van Allah. Denk maar niet dat onze soldaten de boel onder controle hebben. We hebben hun tanks gezien, maar ze durven de dorpen niet in, ze beschermen niemand, alleen zichzelf, en het enige dat ze doen is bombarderen.''

De 69-jarige Maria, haar Tsjetsjeense buurvrouw Jacha, een roodharige Armeense met haar zoontje, allemaal zijn ze de afgelopen twee etmalen gevlucht uit het `bevrijde' laagland van Tsjetsjenië: de dunbevolkte steppe ten noorden van de rivier de Terek, waar de Russische vlag wappert en het centrale Moskouse gezag hersteld zou zijn. Op deze laagvlakte wil het Kremlin een modelstaatje creëren, compleet met een schaduwregering onder leiding van de pro-Russische Tsjetsjeen Malik Saidoellajev. Premier Poetin heeft dit zetbaasje, 35 jaar is hij, naar voren geschoven als alternatief voor de moefti's en de krijgsheren in de bergen. ,,Ik wil zo snel mogelijk terugkeren naar mijn land'', zegt de nieuwe regeringsleider op de radio. ,,Mijn prioriteit is de normalisering van het sociale leven.''

Moskou wil hem helpen er een `uitstalkast' van te maken, met schooltjes en volop lesmateriaal, een constante toevoer van gas en stroom, en administratiekantoren die keurig op tijd de pensioenen uitkeren. Dit alles om het bergachtige zuiden de ogen uit te steken ,,zodat het Tsjetsjeense volk zelf kan kiezen in welk Tsjetsjenië het wil leven'', aldus de Russische legerstafchef.

Alleen: de berooiden die in doodsangst dit beoogde heilstaatje zijn ontvlucht, weten van niets. ,,Elke dag slaan er bommen in'', zegt Maria. ,,Mijn man en ik hebben drie dagen in de kelder gewoond.'' Pensioenen? Scholen? Modelstaatje? Het wil er bij de vluchtelingen niet in. Een vrouw in een roze vest is de wanhoop nabij. ,,Hier, dit, 20 roebel, dit is alles wat ik nog bezit.'' Met tientallen anderen slaapt ze onder Griekse zuilen van de stationshal.

Mannen met kalasjnikovs dirigeren de nieuwkomers het wachtlokaal binnen, waar ze geregistreerd en gefotografeerd worden. Meer niet. Er is geen opvang, geen deken voor de nacht.

Op de radio belooft Malik, de Tsjetsjeense marionet van Moskou, onderdak aan alle vluchtelingen. Maar op dit moment kent niemand Malik, laat staan dat hij in Moskou een loterij runt en een beauty-salon, en een restaurant en een ingenieursbureau. Of hij ook maar enige autoriteit kan verwerven, valt te betwijfelen. De vorige vazal van Moskou tijdens de oorlog van 1994 tot 1996 kreeg als bijnaam meneer Aeroportovitsj, omdat zijn gezag beperkt bleeft tot vliegveld Grozny.

Alle pogingen om de Kaukasusrepubliek te onderwerpen liepen destijds uit op een bloedbad. Dit keer is alles anders, verzekert het Kremlin. Zo heeft premier Poetin in Moskou een perscentrum geopend ,,voor objectieve en betrouwbare informatie over de noordelijke Kaukasus''. Want Rusland voert een agressieve media-oorlog, die zich tot in Mineraalwater doet gevoelen. Daar probeert de inlichtingendienst FSD te voorkomen dat de vluchtelingen uit de beoogde modelstaat hun verhaal doen. De interviewers worden gearresteerd en twee uur vastgehouden. ,,Wat heeft u hier te zoeken? In Moskou hebben we een informatiecentrum waar u terecht kunt met al uw vragen.''