Zelfs de Franse staat verliesthaar kracht

Nicole Notat, leider van de grootste vakbond van Frankrijk, is een groot voorstander van overleg. Dat was bij haar aantreden heel ongebruikelijk in de Franse verhoudingen. Ze wilde ook een onafhankelijker positie tegenover de staat. Eveneens uitzonderlijk. Inmiddels wordt zij nagevolgd, maar haar doel is nog niet bereikt.

Woensdag discussieert zij in Amsterdam met Lodewijk de Waal, de voorzitter van de FNV. De belangrijkste vakbondsleider in Frankrijk heeft haar huiswerk gedaan. Nicole Notat spreekt in respectvolle termen over de lage werkloosheid in Nederland. ,,Vier procent. Geef mij dat recept.'' Ze roemt het pragmatisme en de terughoudendheid van de Nederlandse overheid die werkgevers en werknemers ruimte laat te onderhandelen. Om bijna zonder overgang toe te voegen: ,,Maar die bijna 900.000 mensen die bij u arbeidsongeschikt zijn verklaard en uit de werkloosheidstatistieken zijn geschrapt.., dat is ondenkbaar in Frankrijk. Wie bij ons en invalidité is, is ook echt invalide. Degenen die het meest slachtoffer van de werkloosheid zijn, worden niet aan de kant gezet. Bedrijven zijn verplicht een aantal invaliden in dienst te nemen, op straffe van boetes.''

Het komt er rustig uit, maar niet minder fel. Als welgemeende kritiek onder mensen die elkaars taal verstaan. Nicole Notat is zo overtuigd van de noodzaak tot sociaal overleg dat zij in Nederlandse oren als heel gewoon en redelijk zal klinken. In Frankrijk wint haar benadering gestaag terrein, maar zij blijft een buitenbeentje. Een vrouw nog wel, in een mannenwereld van gestaalde kaders en doorgewinterde stakingsleiders.

Nicole Notat is het levende bewijs dat Frankrijk ingrijpend verandert. Eind 1999 is zij zó heer en meester op haar terrein dat zij zelden scherp hoeft te worden. In haar eigen Confédération Française Démocratique du Travail (CFDT), waar zij nu zeven jaar de scepter zwaait, heeft zij roerige jaren achter de rug. Tijdens het stakingsnajaar van '95, toen zij de hervorming van de sociale zekerheid door de rechtse premier Juppé steunde, werd zij tijdens massale straatdemonstraties nog uitgejouwd en met eieren bekogeld door haar eigen linker vleugel. Ordetroepen moesten haar voortijdig in veiligheid brengen.

Die tijd is voorbij. Het eeuwig dominerende, communistische vakbondsbolwerk, de CGT, weigert volgende week mee te doen aan de landelijke `Manifestatie voor werk' van de Parti Communiste Français (PCF). Omdat zij, in navolging van Notats CFDT, de genres politiek en vakbondswerk niet meer automatisch wil verwarren. Het is een teken dat het sociaal-economische klimaat in Frankrijk ingrijpend verandert. Dat geldt niet voor de al jaren dalende organisatiegraad, tussen acht en twaalf procent.

Hoe heeft de Franse vakbeweging met een zo beperkte aanhang zo veel invloed? Als u en uw collega's het willen kunt u nog steeds het raderwerk stilzetten.

Notat: ,,Onze invloed is nooit een afgeleide geweest van ons ledental. De Franse sociale geschiedenis is veel meer getekend door de cultuur van het conflict dan een overlegcultuur. Dat is een overblijfsel van de Revolutie. De Franse ervaring wil dat alleen het op de spits drijven van spanningen en verschillen van mening kan leiden tot nieuwe verhoudingen. Dat zit diep geworteld in de geschiedenis van Links.

,,We hebben vooral in de jaren '70 exemplarische conflicten beleefd, de staking is altijd een zeer specifiek wapen geweest, maar de vakbeweging heeft op straat meer mensen achter zich gekregen dan in de ledenadministratie. Daar komt bij dat hier, anders dan in veel andere Europese landen, nooit een directe relatie heeft bestaan tussen lid-zijn van een vakbond en praktische diensten of voordelen. In Frankrijk is het lidmaatschap meer een religieus-politieke daad dan een uiting van het behoren tot een sociale gemeenschap. Veel werknemers verwijten de vakbeweging dat zij te gepolitiseerd en te verdeeld is. Dat is geen voordeel bij de ledenwerving.''

Die laatste opmerking is er een uit het palet ironie/zelfkritiek waar Nicole Notat niet alleen onder vier ogen in excelleert. Ook in haar talrijke tv-optredens tijdens crisissituaties ziet zij kans met een half woord of een twinkel in haar trouwe onderwijzers-ogen te laten weten dat iedereen zichzelf wel erg serieus neemt. Het is een van de dingen die zij in Nederland waardeert. ,,In Nederland handelt men vooral pragmatisch, in Frankrijk meer ideologisch velen hebben moeite over oude scheidslijnen en de symboliek van allerlei functies heen te stappen. Men heeft zich in Nederland kennelijk ten doel gesteld dat overheid, werkgevers en werknemers goed moeten samenwerken. Bewijs is het idee van dat Akkoord van Wassenaar uit '82, waarbij de regering zegt: er is een probleem, waarna de economische en de sociale krachten aan tafel gaan zitten en samen een analyse en een oplossing vaststellen. Dát is de weg die Frankrijk nu moet inslaan. Als die methode niet wordt toegepast dan wordt de Franse handicap reëel, vooral in een Europa dat niet alleen politiek maar ook sociaal-economisch moet worden georganiseerd.''

Hoe ziet uw ideale sociaal-economisch leven in Frankrijk er uit?

,,Er is geen ideaal Frankrijk, er bestaan geen ideale sociaal-economische verhoudingen, en geen democratie die af is. Ik streef naar minder onaanvaardbare verhoudingen. Wij worden in Frankrijk geconfronteerd met de paradoxale situatie dat alles om de staat draait, die overal het initiatief neemt en voor bijna ieder probleem een oplossing moet vinden. Dat denkt de staat althans, ongeacht de politieke kleur die aan het bewind is. Dat is een achterhaald idee, met de mondialisering en de europeanisering kán de staat niet meer verantwoordelijk zijn voor alles.

,,Begrijp mij goed, de staat heeft het land veel goed gedaan: kijk Colbert [1619-1683, rechterhand van Lodewijk XIV, symbool van het bestieren van de economie door de staat], of de nationalisaties na de Tweede Wereldoorlog die hebben geleid tot de Dertig Glorieuze Jaren en de opbouw van de verzorgingsstaat. Ik zeg niet dat die sterke rol van de staat de dood in de pot heeft gebracht. Het paste in een groeiperiode, toen de economie minder open was. De sterke staat van toen negeerde de economische en sociale krachten niet, maar gunde hen hun eigen, beperkte plaats. Soms werden werkgevers en werknemers betrokken bij de ontwikkelingen, in andere fasen moesten zij de woestijn door. Iedereen was afhankelijk van de staat en de opwellingen die zij volgde, de beslissingen die zij nam. Vandaag kan de staatsmacht alleen worden uitgeoefend in samenwerking met anderen. Dat wordt heel moeilijk geaccepteerd in Frankrijk, en het mag niet hardop worden gezegd. Ook Jospin kan het niet zeggen. Maar het is onomstotelijk dat de staat heeft ingeboet aan vermogen de dingen te sturen. De politiek moet nieuwe vormen van regulering vinden. Sociaal overleg is daar een onmisbare aanvulling op. Het is een kip-en-ei-situatie geworden: bij gebrek aan een goed functionerend sociaal overleg wordt de staat verzwakt, en zonder een voldoende sterke staat heeft het sociaal overleg geen houvast. Op het ogenblik wacht iedereen op iedereen. Ik ben geneigd te zeggen: het doet er niet toe wie het eerst beweegt, als het maar gebeurt.''

Zijn minister-president Jospin en de zijnen in staat de bescheidener rol die daar bij hoort te vervullen?

,,Zij zullen daar in slagen als het niet anders kan. Ik denk nog niet dat de overtuiging gerijpt is dat het zo ver is. Ik hoop niet dat er een harde crisis voor nodig is om hen ervan bewust te maken dat de mooiste beslissingen, de prachtigste ambities, de beste bedoelingen om iedere ongelijkheid tussen de mensen op te heffen beperkte resultaten zullen hebben als ze uitsluitend op de staat steunen. Het gapende verschil tussen ambities en wat er van komt zal er hopelijk toe leiden dat men zich gaat afvragen of er geen andere manier is om aan effectiviteit te winnen. De politiek zal daar uiteindelijk in niet geringe mate van profiteren.''

De aansporing aan `de politiek' om het sociaal overleg in Frankrijk eindelijk ruim baan te geven is hoogst actueel. Deze week werd in een geagiteerd klimaat begonnen met de parlementaire behandeling van de tweede wet op de 35-urige werkweek. Tussen twintig- en dertigduizend werkgevers manifesteerden in Parijs tegen de van boven opgelegde, uniforme arbeidstijdverkorting voor iedereen. Zij klagen dat er niets meer te onderhandelen valt. De CGT hield een tegendemonstratie en eiste een vast minimumpercentage nieuwe banen in ruil voor de kortere werkweek (die betaald wordt tegen het zelfde salaris als de 39-urige van nu.)

Notat: ,,De 35-urige werkweek kan alleen slagen als die echt gedragen wordt door de sociale partners in de branches en de bedrijven. De werkgevers, die nu zeer vijandig tegenover de wet staan, zijn overigens medeverantwoordelijk voor het feit dat het zo ver gekomen is. In '95 heeft hun vorige voorzitter, Jean Gandois, op nationaal niveau een belangrijk akkoord met de vakbeweging gesloten. Dat gaf ondernemingen de kans zich aan te passen aan de nieuwe concurrentieverhoudingen en de technologische ontwikkelingen én tegelijk kon echt iets worden gedaan tegen de werkloosheid. Arbeidstijdverkorting was daar een belangrijk onderdeel van. In de meeste sectoren hebben de werkgevers geweigerd iets te doen met dat akkoord.

,,Dat geeft hen nu minder recht te klagen dat de wetgever het vacuüm is gaan vullen. De initiatiefwet van De Robien ('96) maakte ATV in ruil voor premiekorting bij nieuwe banen op vrijwillige schaal mogelijk. De linkse regering heeft er sinds '97 een dwingender vervolg aan gegeven. Natuurlijk zou het beter zijn als de sociale partners zelf hadden onderhandeld over de organisatie van de onderneming en het leven van werknemers en werklozen. Men moet nu zeker luisteren naar de kritiek van de werkgevers, maar laten zij dan eindelijk eens gaan meedoen aan regelmatig sociaal overleg.''

Waarom wordt deeltijdwerk in Frankrijk altijd afgeschilderd als een schande?

,,Het verandert, maar deeltijdwerk is lang gezien als een door de werkgever opgelegd middel om flexibiliteit en rechteloosheid te combineren. Je verdiende ook minder. Deeltijdcontracten werden gezien als discriminerend, want meestal brachten zij vrouwen in een achterstandssituatie. We hebben gevochten voor allerlei vormen van kinderopvang om vrouwen gelijke kansen te geven. Die moesten niet weer verloren gaan in zo'n zwakke rechtspositie. Nu beginnen meer mensen zelf om korter werken te vragen, maar wij hebben de voorkeur gegeven aan collectieve arbeidstijdverkorting. Die vermijdt in principe discriminerende effecten, al worden in de huidige stand van de nieuwe regeling de bestaande deeltijdwerkers tekort gedaan vergeleken bij voltijdswerkers. Dat kan niet zo blijven.''

Zijn er Franse redenen voor de werkloosheid in Frankrijk (nu 11,4 procent)?

,,Er zijn voornamelijk Franse redenen, anders was het overal hetzelfde en dat is niet zo. We komen nu in het hart van het onvermogen van Frankrijk de sociaal-economische realiteit te sorteren en af te rekenen met bepaalde taboes. Ik wil als vakbondsleider best meedenken over het gebrek aan flexibiliteit in de arbeidsmarkt en de kosten van vooral ongeschoolde arbeid, om vast te stellen of er geen remmen op de groei van de werkgelegenheid in stand worden gehouden.

,,Voorwaarde is dat onze gesprekspartners op hun beurt eens gaan denken over de bijna-vanzelfsprekende en mechanische koppeling die zij maken tussen flexibiliteit en vast werk, tussen groei en werkgelegenheid. Dat zijn geen of-of kwesties. Groei is essentieel om de werkloosheid te bestrijden, maar als je zo drie miljoen werklozen hebt, dan is dat niet genoeg. Dan heb je ook een actief werkgelegenheidsbeleid nodig.''

Heeft u in uw loopbaan discriminatie als vrouw ervaren?

,,Ik heb zelf noch in het onderwijs noch later in de vakbeweging directe discriminatie gevoeld. Ik heb wel seksistische discriminatie gezien in het werk, bij vorming en loopbaanplanning. Dat is zo evident dat het me verbaast dat niet meer mensen er over vallen. Naarmate mijn verantwoordelijkheden binnen de CFDT toenamen heb ik moeten ontdekken dat vrouw-zijn op een hoger niveau je minder recht op middelmatigheid geeft, of om iets fout te doen. Je moet tegen alle situaties opgewassen zijn. Anders word je sneller onderuit gehaald dan een man. Als je standpunten inneemt die niet iedereen deelt, dan wordt snel duidelijk dat men tegenover een vrouw zijn negatieve, en trouwens ook zijn positieve mening anders tot uitdrukking brengt. Ik heb seksistische beledigingen en vormen van agressie meegemaakt die meer mijn kwaliteiten als vrouw raakten dan mijn verantwoordelijkheid binnen de vakbeweging.''

Kunt u zich voorstellen dat u Wim Kok nog eens navolgt en minister-president wordt?

Beslist: ,,Nee. Wat een goed idee voor Wim Kok is, hoeft dat niet voor mij te zijn. Ik denk niet na over mijn leven hierna. Voor mij is de politiek geen teken van groter maatschappelijk succes; ik vind niet dat de politiek een nobeler functie is dan het vakbondswerk. Dit is mijn vak; ik wil graag doen wat ik meen te kunnen. Frankrijk heeft bovendien meer behoefte aan mensen die zich nuttig maken in het sociaal-economische leven.''

Nicole Notat houdt woensdag 13 oktober de Descartes-lezing in Theater De Balie, Kleine Gartmanplatsoen 10, Amsterdam. Zij debatteert met Lodewijk de Waal, voorzitter FNV, onder leiding van Leonard Ornstein, redacteur Vrij Nederland. Aanvang 17.30 uur. (Simultane vertaling in het Frans en het Nederlands.)