Tories dragen wel erg gekleurde brillen

De anti-Europahouding van ex-premier Margaret Thatcher die afgelopen week op het partijcongres van de Britse Conservatieven massale bijval kreeg, behoort tot het tijdperk van de dinosaurussen en is verre van reëel, meent Jonathan Eyal.

Al zolang ik leef, komen al onze problemen van het Europese vasteland en zijn alle oplossingen geleverd door de Engels-sprekende landen van de wereld'', zei Margaret Thatcher eerder deze week tijdens het congres van haar Conservatieve partij. Zelden is in zo'n korte tijd met zoveel nonchalance zoveel larie gedebiteerd. Het klopt dat de Britse ex-premier in haar jeugd een wereldoorlog heeft meegemaakt die op het Europese vasteland was begonnen en die het bestaan van haar land bedreigde. Ook is het juist dat de Verenigde Staten en de landen van het Britse wereldrijk Groot-Brittannië hebben geholpen het hoofd te bieden aan nazi-Duitsland toen de rest van Europa bruin en zwart gekleurd was.

Maar het is een belediging voor de nagedachtenis aan miljoenen Europeanen te stellen dat zij niets tegen de gruwelen van de nazi's hebben ondernomen. En het is een grove falsificatie te zeggen dat die zelfde Europeanen na de Tweede Wereldoorlog niets voor Groot-Brittannië hebben gedaan. De veiligheid van de Britse natie had nooit verzekerd kunnen zijn zonder de bijdrage van alle westerse landen aan de NAVO. Evenmin zou de Britse economie kunnen floreren zonder de Europese Unie waaraan Lady Thatcher zo'n hekel heeft. En tot slot vond de enige oorlog waarbij mevrouw Thatcher zelf rechtstreeks betrokken was, plaats op de Falkland-eilanden, als gevolg van een invasie door Argentinië, een land waar men weliswaar geen Engels spreekt maar dat zoals zelfs Thatcher wel zal weten, niet in Europa ligt.

De jongste uitspraak van Thatcher weerspiegelt een veel diepergaand intellectueel debat binnen de Britse Conservatieve Partij, een strijd die tot dusver nauwelijks de aandacht heeft getrokken. Het gevecht wordt, in klassiek-marxistische stijl, geleverd door een selectieve herinterpretatie van een aantal belangrijke gebeurtenissen in de Britse geschiedenis. Maar het doel is hoogst serieus, namelijk het onderbouwen van de stelling dat het land zich nooit bij Europa had moeten aansluiten en zich zo snel mogelijk uit de EU dient terug te trekken.

In tegenstelling tot de gangbare opvatting wordt de gemiddelde Brit niet geobsedeerd door de teloorgang van het Britse wereldrijk. Een van de redenen waarom Churchill in 1945 de verkiezingen verloor was nu juist dat de kiezers de koloniale avonturen beu waren en zijn streven om het gezag in India te behouden, afwezen. En toen de Conservatieven weer aan de macht kwamen zijn ze, in nog hoger tempo dan hun socialistische opponenten voor mogelijk hielden, doorgegaan het Britse rijk in Afrika en Azië te ontmantelen. Ergens in Midden-Engeland zitten nog een paar koloniale bestuurders die, uitstarend over hun rozentuin, dromen van de `goede oude tijd'. Maar de enige keer dat de krant nog melding van hen maakt is in de overlijdensberichten.

Toch heerst onder de overgrote meerderheid der Britten een zekere onbehaaglijkheid over minstens twee facetten van het nationale verleden. De bijzondere relatie met andere Engels-sprekende landen leeft nog altijd krachtig: hun culturen, tradities en politiek zijn gemakkelijker te begrijpen dan die van Frankrijk of Duitsland. Ook in het Britse rechtsstelsel vindt deze eigenaardigheid nog altijd erkenning: Australiërs en Canadezen in Groot-Brittannië mogen aan alle verkiezingen deelnemen – EU-burgers niet. De tweede schim uit het verleden is een gevoel van verwarring over de plaats van Groot-Brittannië in Europa. Immers, het is het enige land dat beide wereldoorlogen van het begin tot het bittere eind heeft uitgevochten en dat uit beide confrontaties zegevierend te voorschijn kwam, om dadelijk daarop tot een staat van machteloosheid te vervallen.

De strijd wordt thans geleverd door een gemêleerd gezelschap van historici, journalisten en een enkele zakenmiljonair. Onder hen is Niall Ferguson, wiens recente boek The Pity of War zich als volgt laat samenvatten: Groot-Brittannië kon tot bloei komen en zijn wereldrijk stichten door zich buiten de Europese aangelegenheden te houden. Londen heeft wel deelgenomen aan Europese bondgenootschappen, maar die hadden nooit een moreel doel en ze waren ook nooit bedoeld als permanente allianties.

Een andere historicus, Andrew Roberts, heeft deze maand een omvangrijke biografie van Lord Salisbury gepubliceerd, de Conservatieve premier tijdens de eeuwwisseling, die tegen elke betrokkenheid bij het Europese continent was. Het boek is, uiteraard, opgedragen aan Lady Thatcher, de vrouw die aan het eind van deze eeuw precies hetzelfde wil.

Tot dusver weinig controversieels onder de zon – de onvermijdelijkheid van de Eerste Wereldoorlog is al door vele historici ter discussie gesteld. Maar de huidige herbeoordeling van de geschiedenis onder Conservatieven gaat verder. Alan Clark – tot aan zijn recente overlijden parlementariër voor centraal Londen – was verantwoordelijk voor een aantal tv-programma's over de Conservatieve Partij waarin Churchill werd afgeschilderd als een dronkeman zonder scrupules en een onecht Conservatief. Churchill had met zijn besluit Hitler te beoorlogen zijn land niet gered, maar het integendeel in het verderf gestort. Het was beter geweest Hitler het hele continent te laten bezetten. Vroeg of laat zou Hitler in gevecht zijn geraakt met Stalin en zouden beide dictators elkaar hebben vernietigd, terwijl Groot-Brittannië zijn wereldrijk zou hebben behouden en nog lang en gelukkig zou hebben geleefd.

Niemand doet een poging te beschrijven wat voor soort Europa er zou zijn ontstaan uit het gevecht tussen beide dictaturen. Evenmin wordt verklaard hoe de Britse economie goederen had moeten afzetten in een verwoest Europees continent. Het is een droom over een verleden dat nooit heeft plaatsgehad, in de hoop een toekomst te ontdekken die ook niet bestaat.

De deelnemers aan deze exercitie zijn zeer intelligent en welbespraakt. Ze schrijven goed en beperken zich niet tot de geschiedenis alleen: de één doet aan journalistiek, de ander schrijft romans, zoals het Aachen Memorandum, dat pretendeert de herkomst te onthullen van het `Duitse complot' om een Verenigde Staten van Europa te vestigen. Ook praten ze geenszins de nazi-gruwelen goed: ze hechten aan de democratie en de rechtsstaat. Maar de meesten koesteren wel een diepe, haast racistische haat tegen de Duitsers en dédain voor de overige Europeanen. En interessant is ook dat ze allemaal jong zijn, helemaal geen persoonlijk door het verleden getekende individuen.

Het is moeilijk het effect van deze pas ontstane intellectuele stroming te voorspellen. Maar omdat ze inspeelt op een zeer wijdverbreid Brits onbehagen zou dit nieuwe historisch revisionisme wel eens zeer besmettelijk kunnen blijken. Toen Thatcher haar mond opendeed tijdens het Conservatieve congres, wist ze heel goed wat ze deed: haar uitspraak heeft een politiek discours dat tot dusver alleen plaatsvond tussen academici en journalisten, politiek salonfähig gemaakt. De BBC is, met fijn gevoel voor het juiste moment, deze week een nieuwe serie documentaires gestart onder de titel Walking with dinosaurs. Het had als leus boven het podium van het Britse Conservatieve partijcongres moeten hangen.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute for Defence Studies in Londen.