Talibaan krijgt schuld van geweld in Pakistan

Pakistan wordt opgeschrikt door oplaaiend geweld tussen shi'itische en sunnitische moslims. Voor het eerst wijst de regering met de beschuldigende vinger naar de Talibaan.

Pakistanen noemen het de Kalashnikov-cultuur. De afgelopen week was het weer raak. Zeker 40 mensen werden gedood in een reeks brute moorden bij sektarische onlusten tussen shi'itische en sunnitische moslims.

De meeste slachtoffers zijn shi'iten, die met 20 procent een minderheid vormen binnen de bevolking van 140 miljoen. De meerderheid van de Pakistanen behoort tot de sunnitische sekte van de islam. Bij gewelddadigheden tussen beide groeperingen zijn de laatste jaren honderden doden gevallen.

De laatste moordenreeks begon vorige week toen negen shi'itische moslims in alle vroegte werden doodgeschoten tijdens hun ochtendgebeden in een moskee in Karachi. Dezelfde dag kwamen elders in Pakistan nog eens tien mensen van beide sekten om het leven. Een dag later openden een groep gemaskerde mannen met automatische wapens het vuur op leerlingen in een sunnitische madrassah, een school voor koran-studenten, waarbij vijf doden vielen.

Afgelopen woensdag werden drie artsen gedood in Karachi, donderdag nog eens twee, onder wie een directeur van de Pakistaanse Organisatie van Medici. Waarom artsen plotseling het doelwit werden weet de politie niet, maar omdat het om zowel sunnitische als shi'itische moslims ging, wordt een verband met de andere sektarische moorden vermoed. Datzelfde gold voor de moord, afgelopen woensdag, op een directeur van de Pakistaanse staatsomroep PTV, de shi'iet Aun Muhammad Rizvi, die in zijn woonplaats Rawalpindi werd doodgeschoten door drie gemaskerde mannen op motorfietsen. Een shi'itische minister van de zuidelijke woestijnprovincie Baluchistan ontsnapte diezelfde dag aan een aanslag. Zijn chauffeur werd wel gedood.

Aanvankelijk wezen de Pakistaanse autoriteiten, onder wie premier Nawaz Sharif, naar India als oorzaak van de plotselinge geweldsgolf. Agenten van de Indiase geheime dienst zouden proberen haat en verwarring te zaaien, een beschuldiging die India en Pakistan tamelijk routinematig over elkaar uitstrooien.

Maar afgelopen donderdag gooide Sharif het over een andere boeg. Hij wees met een beschuldigende vinger naar de Talibaan, de streng-gelovige Koran-studenten die in het grootste gedeelte van Afghanistan de dienst uitmaken. De Talibaan zijn sunnitische moslims, die voor een groot deel in Pakistaanse madrassahs, en met steun van Islamabad, zijn opgeleid voor de burgeroorlog in Afghanistan. Maar volgens Sharif zijn de ,,terroristen'' die werden getraind in vergelijkbare opleidingskampen in Afghanistan nu verantwoordelijk voor de moorden op de shi'itische minderheid in Pakistan. Hij riep de Talibaan-leiding op de opleidingskampen te sluiten. ,,We hebben de Talibaan duidelijk gemaakt dat dit niet aanvaardbaar is voor Pakistan'', aldus Sharif. Toen de Talibaan hun betrokkenheid ontkenden, zei Sharif dat Pakistan echter over ,,harde bewijzen'' beschikt. Het is voor het eerst dat een Pakistaanse premier zich in die termen uitliet over de Afghaanse machthebbers.

De uitspraak van Sharif is des te opmerkelijker omdat algemeen wordt aangenomen dat dezelfde kampen in Afghanistan worden gebruikt voor de opleiding van Pakistaanse militanten die naar Kashmir worden gestuurd in de strijd tegen het Indiase leger, een strijd die de Pakistaanse regering volop steunt.

Maar de Pakistaanse regering ging nog een stap verder. Een groot aantal madrassahs in Pakistan wordt sinds een week nauwlettend in de gaten gehouden, docenten worden ondervraagd en syllabi doorgenomen op opruiende taal. Veel koranscholen Pakistan telt er naar schatting 20.000 – worden verdacht van banden met militante organisaties die jonge Pakistanen opleiden voor de jihad, een heilige oorlog, aan de zijde van de Talibaan in Afghanistan, tegen Amerikanen of tegen India. Volgens sommige schattingen in Pakistan zelf hebben zo'n 8.000 van deze seminaries banden met de Talibaan of andere extremistische moslimorganisaties.

Madrassahs die hun studenten ophitsen tegen de vijanden van de islam, of die openlijk oproepen tot een strijd tegen de shi'itische minderheid, zullen direct worden gesloten, zo verzekerde deze week Rana Maqbool, hoofd van de politie in Sindh, de provincie waarvan Karachi de hoofdstad is. ,,Niet elke man met een baard is een terrorist, en niet elke madrassah is een broedplaats voor islamitische extremisten, maar we zullen hard optreden tegen degenen die deze problemen veroorzaken'', zei Maqbool tegen het Franse persbureau AFP.

Waarnemers in Islamabad hebben geen onmiddellijke verklaring voor de plotselinge anti-terreuractiviteiten van de Pakistaanse regering, maar het is niet uitgesloten dat premier Sharif met zijn acties gehoor geeft aan herhaalde uitspraken van de Amerikaanse, Russische en Chinese regeringen om de uitbreiding van extremistische moslimgroeperingen in Zuid- en Centraal-Azië te beteugelen.