SUCCESVOL HERGEBRUIK VAN BOORPLATFORMS IN GOLF VAN MEXICO

Wie zich de commotie over de ontmanteling van het boorplatform Brent Spar van Shell nog kan herinneren, zal zich moeilijk kunnen voorstellen dat afgedankte platforms in de Golf van Mexico een belangrijke bijdrage leveren aan het mariene milieu. Op een congres van zo'n 15 geologische organisaties, medio september gehouden in Lafayette (Louisiana), deed Rick Kasprzak (Louisiana Department of Wildlife and Fisheries) daarover verslag.

Momenteel zijn in de Golf van Mexico, grotendeels voor de kust van Louisiana, zo'n 3.700 platforms in gebruik. Ze leveren een kwart van het Amerikaanse gas en een zevende deel van alle Amerikaanse olie. Inmiddels zijn er sinds de eerste boring buitengaats (1947) ruim 1.700 booreilanden buiten gebruik gesteld. Vanaf 1973 zijn die op basis van de toen opgestelde regelgeving ontmanteld. Daarin kwam verandering toen in 1986 de `Louisiana Fishing Enhancement Act' van kracht werd. Die regeling leidde onder meer tot een programma om kunstmatige riffen voor de kust te bouwen. Daarvan werden een gunstige uitwerking op de mariene fauna en betere vooruitzichten voor de commerciële visserij verwacht. Booreilanden leken goede omstandigheden voor dergelijke kunstmatige riffen te bieden. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat de fauna in de buurt van dergelijke installaties zich zowel in kwantiteit als in aantal soorten gunstig ontwikkelde.

Inmiddels zijn op 26 daarvoor aangewezen plaatsen de resten van 76 platforms neergezet of afgezonken. De daarmee opgedane ervaring is tot nu toe buitengewoon gunstig en aanzienlijk beter dan die met kunstmatige riffen van andere materialen. Het gebruik van de booreilanden vergt echter vaak extra voorzorgsmaatregelen. Die houden onder meer in dat boven het hoogste punt van het `rif' ten minste 16 meter water moet staan om gevaar voor de scheepvaart te voorkomen. De vereiste waterdiepte wordt bereikt op een afstand van ruim 20 tot zo'n 120 km uit de kust van Louisiana. Om de booreilanden daar te krijgen moeten ze vaak ver worden versleept, uit de ondiepe wateren dichter bij de kust of uit verdergelegen, diepere wateren. De kosten voor het verslepen en verankeren of afzinken zijn hoog. Voor dat doel dragen de betrokken olie- en gasmaatschappijen bij. Ze doen dat graag, want de kosten die Louisiana aan de maatschappijen berekent, bedragen de helft van het bedrag dat deze aan ontmanteling kwijt zouden zijn geweest. Zo lijkt voor alle betrokkenen een voordelige situatie te zijn geschapen.