Succes topman beperkt houdbaar

Topman weg, erfenis vogelvrij. Océ, Hagemeyer en NBM-Amstelland waren succesvolle bedrijven, maar na het vertrek van het boegbeeld in de top greep hun opvolger hardhandig in. Saneren in je honeymoon.

In het politieke bedrijf is een machtswisseling een breuk met het verleden, in het Nederlandse bedrijfsleven zorgt het collectieve bestuur voor soepele continuïteit als de topmannen wisselen. Of verandert stilaan het bedrijfsleven in nieuwe politieke economie?

Bij Océ, fabrikant van kopieermachines, moeten duizend mensen vertrekken, een reorganisatie die mede is gefiatteerd door commissaris J. Pennings, die anderhalf jaar geleden als bestuursvoorzitter vertrok en inmiddels zijn tweede opvolger aan het werk ziet. Jarenlang trok Océ de aandacht doordat het bedrijf een tekort aan vakmensen had, nu moet het een reorganisatie doorvoeren om de kosten te reduceren.

Bij bouwer NBM-Amstelland moest nieuwkomer J. van Bussel vorige maand voorzieningen treffen voor enkele langerlopende projecten, zoals de integratie van de overgenomen concurrent Wilma en een Duitse aankoop. Gevolg: een winstdaling in het eerste halfjaar met 43 procent.

Twee maanden geleden gooide nieuwbakken voorzitter R. ter Haar van handelshuis Hagemeyer het roer om. De erfenis en het strategisch concept van zijn voorganger A. Land, een van de meest succesvolle topmanagers van de laatste vijftien jaar, overleven de wissel niet. Dertig procent van de omzet hoort opeens niet meer tot de `kern'.

,,Elke nieuwe bestuursvoorzitter heeft honderd dagen, een honeymoon-periode, waarin hij de kans heeft om eens goed naar de portfeuille van activiteiten te kijken'', zegt F. van Schaik, hoofd aandelenresearch van ABN Amro. ,,Die kans krijgt hij maar één keer''.

In theorie staat de Nederlandse manier van besturen van grote ondernemingen borg voor continuïteit en stabiliteit: vijf, zes of soms nog meer mensen zijn gezamelijk verantwoordelijk. Als de voorzitter wisselt blijft het bestuur in meerderheid hetzelfde en zou het beleid onveranderd moeten worden voortgezet.

De praktijk is echter anders. Topmanagers van bedrijven worden in de media, door financiële analisten, en ook door werknemers, steeds meer vereenzelvigd met de onderneming die zij leiden. Sommige zijn langzaam maar zeker opgeschoven naar de rol van een Amerikaanse chief executive officer: de baas die zonder last of ruggespraak met collega's in het bestuur de koers bepaalt.

Het pensioen van de baas kan bevrijdend werken. De miljardenovername die al jaren in de pen zat, maar nooit uit de verf kwam, wordt opeens verwezenlijkt, zoals dit jaar bij automatiseringsbedrijf Getronics en vorig jaar bij dienstverleningsgigant Randstad.

De wisseling van de wacht zorgt echter vaker voor geforceerde schokken. J. Timmer, als Philips-topman de redder van het industrieel erfgoed, nam eind 1996 afscheid als voorzitter van de groepsraad en kreeg een zetel in de raad van commissarisen. Zijn opvolger C. Boonstra begon vervolgens aan nieuwe saneringen en verkopen van dochters die onder het bewind-Timmer juist waren aangekocht. Een conflict volgde toen Timmer geen voorzitter van de raad van commissarissen kon worden. Timmer vertrok.

,,Het is een combinatie van de toenemende druk op managers om financiële performance te laten zien'', zegt een analist ,,en de drang van topmannen om ook zelf een duidelijk profiel op te bouwen. Dat kun je maar beter direct doen, dan na een paar jaar.'' Tegelijkertijd dicteert de logica dat een topmanager vlak voor zijn pensioen geen reorganisatie begint. Een analist: ,,Wie wil een reorganisatie aankondigen die je opvolger moet uitvoeren?''

Boegbeelden lopen extra gevaar. De opvolger van oprichter S. Tòth van uitzendbureau Content kwam vorig jaar rap met extra financiële lasten wegens een reorganisatie. Hij kon de klus niet klaren en vertrok. Extra complicatie: Tòth hield vanuit de raad van commissarissen toezicht op haar opvolger. Bij het Bijenkorf-concern KBB voltrok zich een vergelijkbaar proces: de opvolgers van topman A. Maas konden een teruggang in het resultaat niet keren en verdwenen, mede door toedoen van commissaris Maas. Net als Content verloor KBB vervolgens zijn zelfstandigheid.