Secreet Besogne

Een piepklein, maar veelbetekenend rolletje was tijdens de ontknoping van de Ceteco-affaire in het Zuid-Hollandse provinciehuis weggelegd voor oud-journalist Kees Mijnten. Hij ontpopte zich als regisseur, souffleur en censor van de aftredende commissaris van de koningin Joan Leemhuis-Stout. Als een volleerde mimespeler gaf hij zwijgend aanwijzingen. Op sommige vragen mocht mevrouw Leemhuis niet antwoorden van haar pr-adviseur.

Een verslaggeefster van Trouw vroeg haar bijvoorbeeld of zij teleurgesteld was over de handelwijze van de provinciale kasgeldbeheerder Baarspul, maar daar kwam geen antwoord op. `Haastig slikt ze het woord in dat al op het puntje van haar tong ligt, als ze Mijnten heftig met zijn hoofd ziet schudden', zo beschrijft de verslaggeefster de reactie van de politica op haar vraag. Met een `Eh, meid, het is wel genoeg geweest', werd het gesprek beëindigd. De grenzen aan openbaarheid en verantwoording werden getrokken door Kees Mijnten, die zelf geen enkele publieke verantwoording hoeft af te leggen.

Elke verslaggever is zo langzamerhand ontelbare keren opgelopen tegen politici die niet mogen praten van hun voorlichters, voorlichters die beslissen wie wel of geen kans maakt op een interview of een nieuwtje en voorlichters die met het rode potlood in de hand onderhandelen met journalisten over wat wel of niet in de krant mag.

Waarom is Leemhuis afgetreden? Niet, zegt zij, omdat haar enige blaam zou treffen, maar wegens `de beeldvorming'. Dat toverwoord, beeldvorming, telt blijkbaar in het publieke debat meer dan de kwaliteit, relevantie en betrouwbaarheid van informatie. Niet de ernst van het bestuurlijke falen, maar hoe dat falen `overkwam' bij het publiek is volgens Leemhuis beslissend geweest voor haar politieke lot. Je hoort haar denken: had ik die Mijnten nou maar eerder ingehuurd, dan was het niet zover gekomen. Voorlichting heeft in de ogen van de huidige generatie bestuurders minder van doen met democratische openbaarheid en publieke controle, dan met beeldvorming als product van de infotainmentindustrie.

Woordvoerders, voorlichters, pr-functionarissen, spin doctors zijn de geestelijke lijfwachten van bestuurders en politici. Behalve de gorilla's die voor fysieke bescherming tegen terroristen moeten zorgen, heb je de aapmensen die gekke bekken trekken en ssst! sissen als er een lastige of kritische vraag wordt gesteld. Zij bieden bescherming tegen het gevaar van de openbaarheid.

Regel één van de bestuurlijke elite is het antieke `wat niet weet, wat niet deert'. Openheid en transparantie zijn reclameslogans op de billboards waarachter de restauratie gestalte krijgt van het Secreet Besogne (het geheime regentenberaad in de 17de eeuw). Het besluit tot geheimhouding van het provinciale schatkistbeheer was de kern van het Zuid-Hollandse schandaal, maar dat staat niet op zichzelf.

Overal waar de overheid zich op de markt begeeft of joint ventures met het bedrijfsleven aangaat, is bestuurlijke openbaarheid het eerste `publieke goed' dat wordt uitgeleverd. Neem Utrecht, waar fracties in de gemeenteraad onkundig zijn gehouden van door de gemeente gesloten miljardendeals met projectontwikkelaars over het Utrecht City Project. Neem de sponsoring door Audi van het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar de gemeenteraad achter gesloten deuren over beraadslaagt.

Op het moment dat de gekozen bestuurders om verantwoording wordt gevraagd, springen hun voorlichters naar voren. Niet om voorlichting te verschaffen, maar omgekeerd, om te voorkomen dat `rauwe', onbezwachtelde informatie het publiek bereikt in `politiek gevoelige', de `beeldvorming' beïnvloedende aangelegenheden. Gelukkig maken voorlichtingsdiensten daar onderling soms ruzie over. Als ze een competentiestrijd voeren, krijgen journalisten nog wel eens iets te horen.

Zo berichtte de Volkskrant donderdag over de vrees van voorlichtingsafdelingen op Haagse departementen die dreigen te worden gemuilkorfd door de Rijksvoorlichtingsdienst. De RVD blijkt een adviesbureau te hebben ingeschakeld om het volgende advies uit te brengen: `de coördinatie van de persvoorlichting moet een kerntaak van de RVD worden'.

De bedoeling is het centraliseren, controleren, regelen, stroomlijnen en sturen van alle overheidsinformatie. Premier Kok zei in de Tweede Kamer dat `een vroegtijdige signalering van opkomende golven van publiciteit' (informatie als natuurramp!) moet worden gevolgd door adequate woordvoering die `de nieuwsontwikkeling in een zo vroeg mogelijk stadium in alle volledigheid in de juiste context plaatst'.

Neem me niet kwalijk als ik bij dit citaat moet lachen om het woord `volledigheid' en opkomende golven van misselijkheid voel als de regering `de nieuwsontwikkeling in de juiste context' wenst te plaatsen. De taak van overheidsvoorlichters is dus niet een zo groot mogeljke openbaarheid verwezenlijken om democratische controle via de media mogelijk te maken, maar het voorafgaand aan publicatie manipuleren van informatie.

De RVD zal, als hij de taak van onafhankelijke nieuwsanalisten en commentatoren overneemt, niemand meer een dienst verlenen, maar op de `informatiemarkt' de dienst gaan uitmaken. Ik verdenk Kok er niet van een ministerie van Propaganda te willen, maar wel een ministerie van Voorlichting, en dat is bijna even griezelig.

Een interessant argument voor centralisering van de informatieverschaffing door de overheid voerde het PvdA-Kamerlid Rehwinkel aan. Volgens hem moet de RVD ervoor zorgen dat de regering uit de `voortdurende defensieve positie' komt waarin zij wordt gedwongen `door voortdurende aandacht in de media voor incidenten'. De media zijn in deze visie de veroorzakers, niet de rapporteurs van politieke incidenten. Sterker, zij zijn de te bedwingen vijand van wat toch doorgaans `het openbaar bestuur' wordt genoemd.

Hoe die vijand uit te schakelen? Vervang, in de context van de technologische ontwikkelingen van het informatietijdperk, journalisten door technocraten in overheidsdienst. Vertrouw het beheer van de informatiestromen toe aan een gecentraliseerd ambtelijk apparaat, dat zonodig rechtstreeks zaken kan doen met mediamagnaten en de reclamewereld. Omzeil zoveel mogelijk de onafhankelijke nieuwsmedia met hun ouderwetse beroepsnormen inzake verificatie, wederhoor en scheiding van nieuws en commentaar.

Ik heb geen adviesbureau nodig om zo'n scenario te verzinnen. Maar als een zelf bankierende overheid door de Commissie-Van Dijk al onrechtmatig, onbevoegd en ondemocratisch wordt genoemd, welke kwalificaties blijven er dan nog over voor een zichzelf beoordelende, zichzelf becommentariërende, zichzelf `in een context plaatsende' en zelf de nieuwsstroom beheersende overheid?