Rentespook verveelt beurshandelaren nooit

Het rentespook heeft het nog nooit zo druk gehad. Lagere koersen of een dunne handel is volgens beurshandelaren steevast de schuld van de interest. Ook deze week ging weer alle aandacht naar de rente uit, terwijl er nauwelijks iets gebeurde.

Dinsdag besloot het Amerikaanse stelsel van centrale banken (de Fed) de rente ongewijzigd te houden. Onder voorzitterschap van Alan Greenspan lieten de centrale bankiers echter wel weten ,,naar een renteverhoging te neigen''. Vooral die laatste uitdrukking zorgde ervoor dat de dreiging van een hogere rente actueel bleef. Twee dagen later was het de beurt aan Wim Duisenberg die als president van de Europese Centrale Bank de woorden van Greenspan herhaalde. Binnen de eurozone blijft de rente gelijk, maar ook hier ligt een verhoging op de loer.

Geen beslissingen waar de toch al `richtingloze' beurshandel wat aan had. Gisteren werden de markten weer in spanning gehouden door de Amerikaanse werkloosheidcijfers. Een erg krappe arbeidsmarkt leidt immers tot hogere lonen, hetgeen inflatie, en dus mogelijk een hogere rente, in de hand werkt. Maar alweer konden beurshandelaren opgelucht ademhalen, want in de loop van de middag werd duidelijk dat het aantal arbeidsplaatsen blijkt te zijn gedaald.

Goed nieuws dus, maar de beurzen zijn zo vlak voor de millenniumwisseling nauwelijks in beweging te krijgen. Het Damrak reageerde niet en de AEX-index sloot gisteren op 0,16 procent lager op 554,88 punten en Wall Street opende tot ieders verbazing lager.

Zelfs bij het uitblijven van rentewijzigingen kan het effect groot zijn. Waar komt die angst vandaan? Allereerst kiest een belegger eerder voor de veilige spaarrekening als hij daar een flinke rente kan krijgen. De huidige spaarrente van maximaal 3,5 procent is voor menig succesvol belegger al lang niet meer voldoende, maar bij een hogere rente wordt het spaarbankboekje weer een serieus alternatief. Daar komt bij dat lenen voor aandelenbeleggingen bij een hogere rente ook minder interessant wordt.

Terwijl de animo van de kant van beleggers minder wordt, ziet ook het bedrijfsleven de perspectieven slechter worden. Investeringen worden bij een hogere rente immers duurder wat de economische groei direct raakt. Tevens zijn beleggers minder tevreden snel met de in het vooruitzicht gestelde winstniveaus: bij een rentestand van 6 procent is honderd gulden over twee jaar immers minder waard dan bij een renteniveau van 4 procent.

Toch gelden dergelijke argumenten niet voor alle bedrijfssectoren in gelijke mate. Zo zouden uitzendbedrijven als Randstad en Content zelfs van een hogere rente kunnen profiteren. Bij minder gunstige vooruitzichten zijn werkgevers immers eerder geneigd om voor flexibele arbeidskrachten te kiezen. Tot de grootste slachtoffers van het rentespook behoren de bedrijven die veel moeten investeren, zoals de cyclische fondsen Corus (Hoogovens) en KLM. Ook bouwbedrijven zien als eerste de koersen dalen: mensen kopen minder snel een huis als hypotheken duur zijn.

Ook de banken en verzekeraars worden traditioneel getroffen door een hogere rente. Klanten zijn immers minder snel geneigd om te lenen, terwijl de rentemarge bij banken lager wordt: de rentebetalingen aan spaarders stijgen immers direct, terwijl de rente-ontvangsten (op hypotheken) voor langere tijd vastliggen. Ook de verdiensten op de beurs worden minder, wanneer het aantal aandelentransacties en beursintroducties afneemt. Verzekeraars en banken lijden beide onder de invloed van de stijgende rente op hun voorraden effecten: de beleggingen van verzekeraars (waarvan het rendement doortelt in de winst) en de portfeuilles waarmee de banken op de beurs handelen.

Zo bijt een stijgende rente de bedrijfswinsten, raakt de beurs in mineur en zakken de winsten van de financiële instellingen zelf ook weg.