Rendement: toeval of structureel

Iedere maand publiceert Geld telt de rendementen van beleggingsfondsen. Met ingang van deze maand worden de cijfers geleverd door Nyfer.

Met de explosief toegenomen populariteit van beleggen in de laatste vijf à tien jaar explodeerde ook het aanbod van beleggingsfondsen. In de breedte – de keuze in soorten fondsen nam geweldig toe – maar ook in de diepte: bijna elk fondstype wordt door meerdere partijen aangeboden. Een driehonderdvijftigtal genoteerde en zo'n tweehonderd niet-genoteerde fondsen liggen inmiddels binnen handbereik van de Nederlandse belegger.

De grote diversiteit is in principe winst, want de kans dat een belegger het fonds vindt dat nagenoeg past op zijn specifieke beleggingsbehoefte is groter dan ooit.

Maar dat enorme scala levert ook een nieuw probleem op. Velen zien door de bomen het bos niet meer. Stel, je weet dat je in aandelen wilt, moet je dan een fonds nemen dat alleen in Nederland belegt, of is een Europa- of zelfs een wereldfonds beter?

En als de keuze dan op een Nederland-fonds is gevallen, moet je dan een gewoon rechttoe rechtaan fonds nemen of een clickfonds – en van welke bank of vermogensbeheerder? Is het allemaal één pot nat of zijn sommige fondsen werkelijk beter dan andere? Het kale feit dat de beleggingsfondsenmarkt bijna net zo tussen de grote financiële dienstverleners is verdeeld als de markt voor particuliere bankdiensten in zijn geheel, duidt er op dat de meeste beleggers bij huisfondsen van hun eigen bank blijven steken.

Het antwoord van gespecialiseerde beleggingsbladen, maar ook van dagbladen, op die latente informatiebehoefte bestaat uit het publiceren van `rankings'. Top-tiens, top-twintigs of andere overzichten van fondsen, gerangschikt naar categorie en op beleggingsprestatie. Ook NRC Handelsblad plaatste sinds enige tijd maandelijks zo'n overzicht: naast de prestatie van de afgelopen maand kon de performance van de laatste twaalf maanden worden gevolgd, en vergeleken met een index die bij de betreffende categorie hoort. Dergelijke lijsten helpen om de recente beleggingsprestaties van vergelijkbare fondsen in een perspectief te plaatsten.

De cijfers gaven echter geen inzicht in de continuïteit van de prestaties, en ook viel er niet uit te lezen of fraaie resultaten misschien bereikt werden door het nemen van zeer grote risico's. Vandaar dat vanaf heden de maandelijkse overzichten van Nyfer (Nyenrode forum for economic research) worden gepubliceerd die naast de maand- en jaarprestaties van fondsen ook de resultaten over een driejarige periode laten zien. Bovendien laten ze via een cijfer: de Sharpe-ratio) zien of het rendement van een fonds in verhouding staat tot de genomen risico's .

Eduard Bomhoff, directeur van Nyfer, het op universiteit Nyenrode gevestigde financieel-economisch researchinstituut dat de fondsgegevens verzamelt en bewerkt, gelooft dat de belegger met de aanvullende data beter kan selecteren: ,,Als je ziet dat een fonds er in een bepaald jaaroverzicht goed uitspringt, dan wil je weten of het een toevalstreffer is, of dat er iets structureels achter zit.'' Als dat het geval is, gelooft hij dat dat er in een meerjarige vergelijking beter uit komt.

,,Dat structurele kan zijn dat bij zo'n fonds een beheerder zit die het echt in z'n vingers heeft. Of het fonds kan een bepaalde beleggingsformule hanteren die consequent vruchten afwerpt.'' Bomhoff noemt een voorbeeld van een fonds waarvan de langjarige goede prestaties naar zijn idee samenhangen met de kwaliteit van de beheerder: ,,De man achter het Orange Fund van Kempen & Co, een fonds dat gespecialiseerd is in kleine Nederlandse beursfondsen is Willem Burgers. De kans op aanhoudend goede prestaties is groot zolang zo'n man op zijn plaats blijft zitten.'' Als voorbeeld van een wereldwijd beleggend fonds dat op de lange termijn succes heeft met een goede formule wijst Bomhoff het Amerikaanse fonds W.P. Stewart Holdings aan: ,,Het belegt in de meest solide bedrijven ter wereld, maar mijdt de risicovolle high tech sector, en gokt niet op zwakke bedrijven die een snelle koersstijging zouden kunnen laten zien als er een bod op wordt uitgebracht.'' Bomhoff denkt ook dat te dure fondsen door de mand vallen. ,,In een meerjarige vergelijking zullen fondsen die een erg hoge beheervergoeding in rekening brengen waarschijnlijk slechter scoren.''

Toch geeft de Nyfer-directeur ook toe dat er heel veel is dat al die cijfers niet vertellen. Weten hoe de portefeuille van een fonds is samengesteld is cruciaal. ,,Neem bijvoorbeeld weer datzelfde Orange Fund. De laatste twee jaar bleven aandelen van kleine bedrijven om allerlei redenen achter bij de grote blue chips. Dus scoort zo'n smallcap fonds ook onder gemiddeld.'' En bij het kwaliteitsfonds W.P. Stewart Holdings dat de laatste paar maanden even achterbleef bij het beursgemiddelde, speelt ook zoiets. Bomhoff: ,,Alleen als je weet dat juist de IT-aandelen waarin zij weinig en voorzichtig beleggen, het recentelijk goed deden, kun je zulke afwijkingen billijken.''

Bomhoff vindt dan ook dat beleggers meer naar kwalitatieve kenmerken zouden moeten vragen. ,,Je moet eigenlijk weten welke index een fonds volgt en wat de kenmerken van die index zijn. Maar ook: hoe ruim is het mandaat van een fondsbeheerder om af te wijken van de index?'' Beleggers zouden bovendien moeten letten op beleggingsstijl van een fonds, dat is de manier waarop het de index probeert te verslaan. ,,Het kan zijn dat zo'n stijl soms werkt, en soms niet.'' Voorbeelden zijn Rolinco van de Robeco Groep en Delta Lloyd Investment Fund. Twee wereldwijd beleggende fondsen die er vroeger in slaagden mooie resultaten te boeken door in ondergewaardeerde aandelen te beleggen. Maar de laatste jaren werd het extra risico niet met een hoger rendement beloond, omdat beleggers en masse voor aandelen van grote, vertrouwde bedrijven en dus voor dure aandelen kozen.