Onderwijs vergrijst

Het onderwijs heeft de oudste werknemers in Nederland. Bijna de helft van de 400.000 docenten is 45 jaar of ouder, en hun aandeel zal in de naaste toekomst nog verder stijgen. Volgens het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) ligt het percentage werkende 44-plussers gemiddeld op 29. Naast het onderwijs telt ook de landbouw, met 39 procent, veel ouderen.

Slechts 4 procent van de werkenden in het onderwijs is jonger dan 25 jaar, waar dat gemiddeld voor alle sectoren 12 procent is. Vooral in horeca en handel is het personeelsbestand relatief jong. Bijna een derde deel van de werknemers in de horeca is nog geen 25 jaar oud.

Een oververtegenwoordiging van oudere werknemers heeft grote financiële consequenties. Ouderen verdienen immers meer dan jongeren. Daarnaast hebben sectoren met veel ouderen te maken met hogere kosten van arbeidsongeschiktheids-, VUT- en wachtgeldregelingen.

De vraag naar onderwijzend personeel zal de komende jaren toenemen door klassenverkleining, arbeidsduurverkorting en een lichte toename van het aantal geboorten. Of het lukt voldoende jongeren aan te trekken om de vraag naar extra onderwijspersoneel op te vangen is onduidelijk. Nu al is het moeilijk vacatures te vervullen; weinig jongeren blijken bereid tegen de huidige salarissen voor de klas te gaan staan.

Jeannette van Bommel