Nooit meer opstaan

De kwaliteit van beeld en geluid is perfect in Cine City, de grote nieuwe bioscoop in Vlissingen. Maar de opmerkelijkste sensatie beleef je wanneer je in een van de zeven zalen zit, en een andere filmliefhebber besluit je te passeren. Dat kan namelijk, zónder dat je hoeft op te staan, of zelfs maar je knieën omhoog te trekken.

Naar de film gaan zonder beenkramp, het kan de laatste jaren op steeds meer plaatsen in Nederland. Behalve Vlissingen hebben ook Scheveningen, Den Haag, Rotterdam, Groningen, Amersfoort en Zoetermeer nu een `megabioscoop' of `multiplex', en dat aantal zal de komende jaren stijgen. Grote moderne bioscopen zijn het, met zeven of meer zalen, die de bezoeker een ruime keuze en veel comfort bieden. De grootste staat in het centrum van Rotterdam en heeft 2.723 stoelen. Het glas en staal, de roltrappen en de bewegwijzering in de centrale hal doen denken aan een luchthaven.

Het is dringende noodzaak voor de bioscoopbedrijven om te investeren. Als er namelijk een duidelijke lijn zit in het filmbezoek deze eeuw, dan is het een dalende. In 1946 verkochten de Nederlandse bioscopen 85 miljoen kaartjes, ruim vier keer zoveel als vorig jaar. Bioscopen zijn het domein van `jongeren'. Slechts twaalf procent van het filmpubliek is ouder dan vijftig, terwijl Nederland vergrijst. De Nederlandse Federatie voor de Cinematografie, de brancheorganisatie van de Nederlandse filmwereld, denkt na over een campagne om ouderen te lokken.

Pathé Groningen, een nieuwe bioscoop met negen zalen, begon vorig jaar al met het organiseren van speciale voorstellingen voor ouderen. Om de twee weken is er op dinsdagmiddag de `seniorenbios'. ,,Mensen krijgen een kopje koffie met een plakje Groninger koek, en als ze slecht ter been zijn dan brengen we dat kopje koffie de zaal in'', zegt Frans Warntjes van de Groninger bioscoop. Op het programma staan bijvoorbeeld The English Patient, The Horse Whisperer en What Dreams May Come, ,,actuele films met niet te veel agressie en bloot''.

De Nederlander gaat gemiddeld 1,2 keer per jaar naar de bioscoop, op de Griek na het minst van alle Europeanen. ,,Daarom weet ik ook zeker dat het beter kan'', zegt algemeen directeur Lauge Nielsen van Pathé, de belangrijkste bioscoopexploitant van Nederland. En de laatste jaren stijgt filmbezoek ook licht, vermoedelijk door de verbetering van de bioscopen en door een een andere distributie: films die in Amerika succesvol waren, worden in Nederland in korte tijd met een groot aantal kopieën uitgebracht. Daardoor hebben reclamecampagnes en andere aandacht in de media meer rendement. Nielsen: ,,Je kunt zeggen dat er een verschraling optreedt als iedereen dezelfde film ziet, en dat is natuurlijk ook zo.'' Maar je moet er eerst voor zorgen dat mensen weer naar de bioscoop komen, denkt hij, voordat je ze naar `andere' (lees: minder commerciële) films kunt lokken.

De recente geschiedenis toont trouwens dat een groot budget en bekende Hollywood-acteurs geen garantie voor succes zijn. Europese films als Breaking the Waves en The Full Monty deden het heel goed. En deze week ging hier The Blair Witch Project in première, een nep-documentaire over een heksenjacht, die vooral eng is voor de grote Amerikaanse producenten: de makers, twee studenten, hadden een budget van 35.000 dollar, maar de film heeft al 145 miljoen opgeleverd.

JEROEN VAN DER KRIS