Israel prepareert zich op terugtrekking uit Libanon

Israel begint zich voor te bereiden op de terugtrekking van zijn troepen uit Zuid-Libanon, zoals premier Ehud Barak heeft beloofd. Een nieuwe strategie tekent zich af.

,,Israelische vliegtuigen hebben doelen in Libanon aangevallen'', zo meldt het Israelische nieuws tegenwoordig bijna dagelijks. Deze week kwam de Israelische luchtmacht bij voorbeeld in actie nadat Hezbollah-strijders een Israelische positie nabij Rihan, in de noordelijke sector van de `veiligheidszone' in Zuid-Libanon, met raketten en mortieren hadden bestookt. Niet toevallig: volgens de Libanese pers bouwt Israel daar stellingen en bunkers, die na een Israelische terugtocht uit Zuid-Libanon, door het Zuid-Libanese Leger, de pro-Israelische militie van generaal Antoine Lahad, kunnen worden bemand.

Israels luchtoffensief tegen Hezbollah en de bouw van nieuwe stellingen voor generaal Lahads mannen duiden op een nieuwe Israelische strategie in Zuid-Libanon als voorspel tot de inlossing van premier Ehud Baraks verkiezingsbelofte dat het Israelische leger op 1 juli 2000 Zuid-Libanon zal hebben ontruimd. Gezien ook zijn nogal snel dalende populariteitscurve zijn Israelische politici ervan overtuigd dat Barak vastbesloten is deze belofte in te lossen. Zelfs zonder akkoord met Syrië, dat een doorslaggevende invloed in Libanon heeft. De ontvangst op zijn Jeruzalemse bureau van vertegenwoordigers van de protest-beweging van de `vier moeders' deze week was een nieuwe indicatie dat het Barak is ernst een punt te zetten achter Israels bezetting van Zuid-Libanon. De `moeders' vechten al jaren voor unilateraal terugtrekken. De vrouwen straalden na hun gesprek met Barak van tevredenheid.

Ongetwijfeld hebben ook Syrische analisten dit signaal opgevangen. Israelische commentatoren menen dat de Syrische president Hafez Assad Israels terugtocht uit Libanon met lede ogen zal aanzien. Israels pijn in Zuid-Libanon (13 gesneuvelde soldaten dit jaar, 23 in 1998) is volgens de Israelische analyse het meest effectieve Syrische drukmiddel op Jeruzalem in vredesoverleg over de Golan-hoogvlakte. Israelische leiders houden al jaren Damascus verantwoordelijk voor de guerrilla-oorlog die de fundamentalistisch-shi'itische beweging Hezbollah voert tegen de Israelische bezetting van Zuid-Libanon. Syrië zou als prijs voor een einde aan deze slepende oorlog de volledige teruggave van de in 1967 verloren Golan-hoogvlakte eisen.

Tenzij in het grootste geheim Israeliërs en Syriërs vredesoverleg voeren, is het peil van het meetbare optimisme over een doorbraak tussen beide landen snel aan het zakken. Nog deze week riep Barak in het parlement de Syrische president Hafez al-Assad op met hem ,,door de vredesdeur te stappen''. Syrië reageerde alleen met felle kritiek op Israels weigering zich bij voorbaat neer te leggen bij terugkeer naar de grenzen van juni 1967. En dus lijkt unilateraal terugtrekken uit Libanon om binnenlands politieke redenen de enige uitweg voor Barak om zoveel mogelijk van zijn politieke geloofwaardigheid te bewaren.

Het Israelische opperbevel heeft in ieder geval van Barak, die behalve premier ook minister van Defensie is, opdracht gekregen de verschillende terugtrekkingsopties uit Libanon te bestuderen. Het dagelijks inzetten van straaljagers en helikopters tegen Hezbollah in Zuid-Libanon is het voorspel van de Israelische militaire strategie na ontruiming van Libanon. Nu vuren zij hun precisieraketten af op Hezbollah-doelen om in de periode tot terugtrekken de verliezen aan Israelische kant zo veel mogelijk te beperken.

Na juli 2000, als het Israelische leger weer thuis is - misschien blijven enkele stellingen net over de grens bemand - heeft Israel geen politieke beperkingen meer om de Libanese infrastructuur aan te vallen indien Hezbollah de strijd tegen de zionistische staat over de Libanees-Israelische grens voortzet. De regering in Beiroet heeft al zo'n Israelische woedeuitbarsting moeten incasseren toen de Likud-minister van Defensie Moshe Arens in de laatste dagen van zijn ministerschap het bombarderen van bruggen en elektriciteitsinstallaties gelastte in antwoord op katjoesja-raketaanvallen op Kiryat-Shmona in Noord-Israel.